Eerste twee kinderen toeslagenouders terug naar huis na bemiddeling Ondersteuningsteam: ‘Meer kinderen zullen volgen’
Twee kinderen van door de toeslagenaffaire gedupeerde ouders zijn inmiddels terug naar huis gegaan onder begeleiding van het Ondersteuningsteam. Dat team biedt sinds begin april hulp aan toeslagenouders met uit huis geplaatste kinderen.
Het zijn de eerste, bescheiden, resultaten van het op aandringen van de Tweede Kamer opgerichte Ondersteuningsteam, dat met dertig procesbegeleiders 140 ouders bijstaat. Bij de terugkeer van een 12-jarige zoon droeg de begeleiding van het Ondersteuningsteam aan de moeder bij aan een doorbraak. De Jeugdbescherming adviseerde positief aan de rechter over terugplaatsing van het kind. In het andere geval zat het 16-jarige kind al in een proces van terugplaatsing voordat het team er was.
‘Wij verwachten dat meer kinderen naar huis gaan’, zegt Nicoline den Ouden, coördinator van de procesbegeleiders van het Ondersteuningsteam. De begeleiders slaan volgens Den Ouden een brug tussen ouders en jeugdbeschermers. ‘Die verstaan elkaar niet altijd goed in zo’n ingewikkelde situatie rond onveiligheid van een kind.’
1.675 kinderen
De aanleiding voor de oprichting van het Ondersteuningsteam waren cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): zeker 1.675 kinderen van toeslagenouders zijn uit huis geplaatst. Tot nu toe zijn 140 ouders aangemeld, meest alleenstaande moeders.
Lang niet alle kinderen zullen terugkeren naar hun ouders, bijvoorbeeld omdat zij al te lang van huis zijn. Het zijn ook vaak processen van de lange adem, zegt Den Ouden. Een aantal ouders heeft door de begeleiding voor het eerst weer of nu uitgebreider contact met hun kinderen gekregen. Van andere ouders bekijkt de jeugdbescherming het dossier opnieuw. ‘Duidelijk wordt dat onze procesbegeleiders samen met de ouders zaken in beweging kunnen krijgen, ook bijvoorbeeld door praktische zaken voor hen te regelen.’
Ouders van wie de kinderen uit huis zijn geplaatst, begrijpen de reden van die ingreep vaak niet, concludeerde de Inspectie Jeugd onlangs in een kritisch rapport over de praktijk van de uithuisplaatsingen in het algemeen. Geen van de onderzochte dossiers bleek volledig op orde. Ouders en kinderen voelen zich onvoldoende gehoord.
De bevindingen van de inspectie sluiten aan bij wat het Ondersteuningsteam in de praktijk ziet, zegt Den Ouden. ‘Jeugdbeschermers en ouders spreken soms een andere taal en zijn het vaak niet eens.’ Dan kan een procesbegeleider de noodzakelijke intermediair zijn. ‘Zij luisteren, vertalen en bemiddelen in geval van een verstoorde relatie tussen de jeugdbeschermers en ouders.’
Het valt de procesbegeleiders op dat veel ouders lijden onder extreme stress, vanwege de terugvorderingen van de Belastingdienst en de schulden die daardoor ontstonden. ‘Van de gesprekken met instanties dringt vaak maar de helft tot ouders door als hun het ergst mogelijke is overkomen: dat hun kinderen zijn weggehaald. Dan geeft het veel rust als er iemand naast je staat.’
Mandaat
Bij het Ondersteuningsteam melden zich ook ouders met uit huis geplaatste kinderen die niet gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire. Zij zouden ook zulke hulp willen, maar kunnen die van dit team niet krijgen. Den Ouden denkt dat het goed zou zijn als elke ouder met contact met de jeugdbescherming zulke begeleiding zou kunnen krijgen. Over de eerste geleerde praktijklessen publiceert het Ondersteuningsteam in september een rapport.
Het Ondersteuningsteam heeft geen mandaat om zelf kinderen terug te plaatsen: dit moet gebeuren via de normale juridische weg. Het zoekt daarom nadrukkelijk de verbinding met de jeugdbeschermingsorganisaties, waar veel toeslagenouders juist wantrouwend tegenover staan. Veel ouders zouden liever zien dat het Ondersteuningsteam meer macht zou hebben, om bijvoorbeeld een jeugdbeschermingsorganisatie te kunnen dwingen om mee te werken: ‘doorzettingsmacht om deuren open te wrikken’, zoals een van hun spreekbuizen, Kristie Rongen, het verwoordt. Daarmee zouden, denkt zij, sneller meer kinderen naar huis kunnen gaan.
Den Ouden denkt niet dat een krachtiger mandaat beter zou werken. ‘Het goede nu is dat wij geen partij zijn in de keten, maar volledig onafhankelijk. Nu ons team bekender wordt, krijgen we meer ingangen bij de jeugdbescherming.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie