INTERVIEWJan Anthonie Bruijn

Eerste Kamer verkast naar Ridderzaal: ‘Dit is een zoektocht door onbekend terrein’

De nieuwe indeling van de Ridderzaal, met 75 afgerokte tafeltjes.Beeld Jiri Büller

De Eerste Kamer verhuist tijdelijk naar de Ridderzaal. Alleen de stoelen van de voorzitter en griffier hoefden mee, verder was zowat alles voorhanden. Voorzitter Jan Anthonie Bruijn rest nog één vraag: wat te doen met Prinsjesdag?

Jan Anthonie Bruijn kijkt even kritisch naar het glas-in-loodraam achter zijn voorzittersstoel. Dat gaat er straks voor de camera misschien niet lekker uitzien, met al dat licht van achter. Dan probeert hij de geluidsinstallatie, glashelder klinkt zijn stem te midden van het velours van de troon, de kroonluchters, de wandkleden van de provincies en eilanden, de dikke vloerkleden en de grafelijke schouw.

Vanaf dinsdag vergadert de Eerste Kamer in de Ridderzaal. Daar staan nu, alsof het nooit anders is geweest, 75 met een rood gordijntje omklede tafeltjes: voor ieder Eerste Kamerlid een eigen bureautje op gepaste afstand – smoezen is er niet bij.

Zo veel zullen er dinsdag niet komen, Kamervoorzitter Bruijn houdt het op dertig tot veertig senatoren. Vanaf 1 juli, als de coronamaatregelen worden versoepeld, kan de Eerste Kamer weer op volle sterkte vergaderen – met 75 senatoren. Wordt een hoofdelijke stemming gevraagd, dan kan dat eerder. Bruijn spreidt zijn armen voor en achter zich: ‘We hebben 4 vierkante meter per persoon nodig. Dan passen er zo’n honderd mensen in de Ridderzaal.’

Digitaal vergaderen

Een maand geleden nog informeerde de Eerste Kamer bij de Raad van State of plenaire vergaderingen ook digitaal konden worden gehouden. Met de verhuizing naar de Ridderzaal is dat alweer een gepasseerd station. ‘Dat raakt nu meer uit zicht’, zegt Bruijn. Zo beweegt de Senaat mee met de gewijzigde omstandigheden.

‘Het is een zoektocht door onbekend terrein’, zegt Bruijn, die vorig jaar juli Ankie Broekers-Knol opvolgde als voorzitter. ‘Dat zag je terug in het advies van de Raad van State, en in de reacties die daarop kwamen. Alleen al het nadenken over digitale mogelijkheden is nuttig, ook voor straks, als het Binnenhof wordt gerenoveerd. ’

De Grondwet is van voor internet en zegt niets over digitaal vergaderen. Om die reden vond de Raad van State dat zoiets tot de mogelijkheden behoort. Een heel rijtje staatsrechtgeleerden bleek het met dit advies oneens. Zij wezen erop dat de Eerste Kamer zelf over haar interpretatie van de Grondwet gaat en dat dit advies overbodig was. Anderen vreesden dat digitaal vergaderen, waarbij de senatoren dus vanuit hun eigen huis zouden meedoen aan het overleg, de fractiedwang zou vergroten. Ze spraken van ‘caoutchoucrecht’, een te elastische uitleg van de Grondwet. Bruijn: ‘Uiteraard maken we onze eigen afweging.’

Wat ook speelde: de Tweede Kamer noemde de adviesaanvraag ‘ontijdig’, en deed niet mee. Die vult de intelligente lockdown in op een net wat andere manier. Bij de coronadebatten in de Tweede Kamer zijn hooguit dertig Kamerleden aanwezig. Over andere onderwerpen wordt niet plenair vergaderd. Commissievergaderingen zijn er nog maar mondjesmaat, die gaan vooral over coronagerelateerde onderwerpen.

Jan Anthonie Bruijn, voorzitter van de Eerste Kamer: ‘Normaal zijn er duizend gasten op Prinsjesdag, maar het kan desnoods met vier.’Beeld Jiri Büller

Kleinere staf

Ook de Eerste Kamer heeft plenaire debatten met alleen de veertien woordvoerders in de zaal gehouden. Daarnaast – Bruijn heeft het uitgerekend – hebben er sinds begin maart 88 digitale commissievergaderingen plaatsgevonden. ‘We zijn een andere instelling met een andere werkwijze’, zegt hij. ‘Er zijn hier weinig beleidsdebatten, ook niet over corona. We hebben een veel kleinere staf en minder vergaderdagen.’ Van een wedloop over welke Kamer het best met de lockdown omgaat, wil hij niets weten. ‘Dat speelt niet.’ Met Khadija Arib, zijn collega van de Tweede Kamer, heeft hij wekelijks contact.

Uitgangspunt voor de Eerste Kamer was dat er zo snel mogelijk fysiek moest worden vergaderd. Er is naar andere locaties gekeken. Bruijn noemt de Kloosterkerk, niet ver van het Binnenhof. Maar de Ridderzaal lag voor de hand. Vlakbij en bovendien beschikbaar, want ook daar heeft corona de agenda schoongeveegd. Bijkomend voordeel: de Kelderzaal kan voor commissies worden gebruikt, net als de plenaire zaal van de Eerste Kamer.

Alleen de stoelen van de voorzitter en griffier zijn meeverhuisd, verder was zowat alles voorhanden. Het rostrum (de verhoging voor voorzitter en griffier) en het katheder horen bij de inboedel. Markant nieuw element: een groot digitaal bord dat de spreektijd vermeldt; in de Eerste Kamer is daarvoor een klokje op het katheder geplaatst.

Niet voor het eerst

Een unicum is deze verhuizing niet. In 1956, toen de Eerste Kamer van 50 naar 75 leden ging en de zaal moest worden verbouwd, werd ook in de Ridderzaal vergaderd. Net als in 1994, vanwege een renovatie. Herman Tjeenk Willink was voorzitter indertijd. Die ervoer hoe gebrekkig de verwarming van de Ridderzaal was en stond de senatoren toe in de winter met de jas aan te vergaderen.

Bruijn is uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk voor de organisatie van Prinsjesdag. Niemand die kan voorspellen of hij straks, over vier maanden, op Prinsjesdag vanaf dezelfde plek het ‘leve de koning’ zal aanheffen. ‘We weten nog niet hoe de wereld er dan uitziet’, zegt hij. ‘De Grondwet verplicht ons die bijeenkomst te houden. Normaal zijn er duizend gasten, maar het kan desnoods met vier: de voorzitter van de Verenigde Vergadering, twee griffiers en de koning of diens woordvoerder volstaan. Dan wordt het een beetje als 4 mei.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden