REPORTAGE

Eerste impressies van 'eigen kracht'-zorg

Gemeenten moeten vanaf volgend jaar meer zorgtaken uitvoeren voor minder geld. Daartoe richten zij sociale wijkteams op. In Zaanstad gaan ze voorop. De praktijk daar leert dat er, bij alle problemen, ook veel te winnen valt.

Semra helpt een vrouw. Ze kwam als vrijwilligster bij het team, maar krijgt er binnenkort een betaalde baan. Beeld Raymond Rutting
Semra helpt een vrouw. Ze kwam als vrijwilligster bij het team, maar krijgt er binnenkort een betaalde baan.Beeld Raymond Rutting

De roze oorbellen van alleenstaande moeder Lizzy schudden vrolijk, als zij op de vroege ochtend koffie serveert aan de eerste bewoners die binnendruppelen in De Poelenburcht. Dit buurtcentrum in de Zaanse achterstandswijk Poelenburg is een van de plekken in Nederland waar het nieuwe mantra 'bewoners in eigen kracht zetten' al in de praktijk wordt gebracht.

Voor Lizzy (24) - uitkering, school niet afgemaakt - betekent dat dat ze nu als vrijwilliger gastvrouw is. Een paar maanden geleden was ze zelf het buurtcentrum binnengelopen voor hulp, omdat ze, alleen thuis met een baby, de muren op zich af had zien komen. Na een gesprek met het sociale wijkteam stond ze, voor ze het wist, achter de bar. 'Ik ontmoet hier mensen, ik zie weer toekomst', zegt de jonge vrouw van Surinaamse afkomst.

Zaanstad is een van de gemeenten die vooroplopen bij het organiseren van de zorg voor haar inwoners. Per 1 januari krijgen de gemeenten er veel taken bij die ze met veel minder geld moeten uitvoeren; bewoners moeten meer zelf doen, of anders hun omgeving. Voor deze omslag zetten veel gemeenten sociale wijkteams op: clubs van professionals (uit bijvoorbeeld het maatschappelijk werk, reïntegratie of de schuldhulpverlening) die ook kijken wat de bewoner of zijn netwerk kan bijdragen aan de oplossing van zijn problemen.

'De vraag achter de vraag'

Je zou wantrouwend kunnen denken dat die vriendelijk klinkende terminologie van de aanpak - 'keukentafelgesprekken', 'eigen kracht' en 'de vraag achter de vraag zoeken' - alleen is bedacht om een botte bezuiniging in de zorg te kunnen verkopen. Veel mensen met beperkingen die hun huishoudelijke hulp verliezen, zullen dit zeker zo ervaren. Maar dat er ook veel te winnen is, laat bijvoorbeeld het sociale wijkteam zien, dat sinds begin dit jaar opereert vanuit De Poelenburcht.

Wat er veranderd is in deze Zaanse wijk waar autochtonen in de minderheid zijn? Sommige (allochtone) bewoners waren gewend regelmatig met hun post naar het maatschappelijk werk te gaan. Medewerkers vulden dan hun formulieren in; voor de belastingdienst, de woningbouwcorporatie, de gemeente. Wie nu naar het buurtcentrum komt voor zijn administratie, krijgt de vraag: 'Kunt u deze brieven niet zelf invullen, of anders iemand in uw eigen netwerk? Zou het niet handig zijn als u Nederlands ging leren?'

Niet alle bezoekers zijn er van gediend om op hun zelfredzaamheid te worden aangesproken. 'Een aantal keer zijn mensen boos weggelopen', vertelt wijkteamcoördinator Jacintha Bannenberg, een kordate vrouw met een stoere uitstraling. Bannenberg vertelt over een bewoonster die een stapel zelf ingevulde formulieren neerlegde en in goed Nederlands zei: 'En nu moeten jullie een bezwaarschrift schrijven.' Toen haar werd gesuggereerd dat ze het zelf kon doen, zei zij woedend: 'Waarvoor zitten jullie hier dan?'

Bannenberg vertelt dat haar wijkteam naar een optimale mix zoekt van de inzet van de bewoner zelf, zijn netwerk, vrijwilligers en professionele hulpverlening. De twaalf leden, meer vrouwen dan mannen, zijn afkomstig van de gemeente (onder meer schuldhulpverleners) en van de welzijnsorganisatie DOCK (onder meer maatschappelijk werk en reïntegratie). Eén medewerker is gespecialiseerd in de ondersteuning van mensen met een beperking. Voor elke buurtbewoner met problemen maken zij een plan.

'Belerend willen we niet zijn', beklemtoont Bannenberg. 'We willen mensen steunen die hulp nodig hebben.' Dat betekent in andere gevallen dat het wijkteam juist oordeelt dat er meer hulp nodig is voor bewoners dan ze in het oude systeem kregen. Het wijkteam schoot bijvoorbeeld laatst een maand huur voor, toen een bewoner klem zat in een bekende patstelling: hij kreeg pas een uitkering als hij een huis had, maar hij kon pas het huis betrekken als hij de huur betaalde.

Wat ook is veranderd: het zijn nu vrijwilligers die bewoners helpen met hun papierwinkel, en niet langer betaalde krachten. Een van hen is Anneke (59), die voorheen werkte als boekhouder. Gescheiden, ontslagen en kampend met rsi klopte ze eerder dit jaar aan bij het sociale wijkteam. 'Ik zat helemaal vast', vertelt ze. Nu heeft ze, zoals ze het zelf omschrijft, 'twee ochtenden in de week een doel om voor op te staan'. 'Het geeft me bovendien een goed gevoel dat ik wat voor anderen kan doen.'

Wijkteamcoördinator Jacintha Bannenberg Beeld Raymond Rutting
Wijkteamcoördinator Jacintha BannenbergBeeld Raymond Rutting

Alle hoop op Semra

Niet iedereen is zo gemakkelijk 'in eigen kracht' te zetten. Een andere vrijwilliger van de formulierendienst, een man die tot zijn ontslag ruim veertig jaar bij een bank heeft gewerkt, heeft deze ochtend een zware dobber aan het echtpaar van Somalische afkomst voor zich. Dat spreekt nauwelijks Nederlands en lijkt nog weinig te begrijpen van de mores in hun nieuwe land.

Aan een andere tafel zit een eveneens hulpeloos kijkend stel van Iraakse afkomst, dat zichtbaar al zijn hoop heeft gevestigd op vrijwilligster Semra tegenover hen. De man kijkt passief toe, terwijl Semra voor hem naar schuldeisers belt voor een betalingsregeling en nietjes jaagt door zijn dikke stapels meegebrachte papieren.

Semra (33) is een van de succesverhalen van de nieuwe aanpak. Ze verveelde zich thuis na een jaar WW en kwam in april binnen als vrijwilliger. Met een mbo-diploma dienstverlening op zak en werkervaring bij onder meer de sociale verzekeringsbank blijkt ze haar werk zo goed te doen dat ze binnenkort een betaalde baan krijgt in het sociale wijkteam. 'Ik ben dolblij', zegt Semra. De vrouw van Turkse afkomst wil er wel voor waken dat bewoners haar niet te vaak vragen te tolken. De voertaal moet Nederlands zijn, alleen als de spraakverwarring onoverkomelijk wordt, mag een bewoner een probleem in het Turks uitleggen.

Er is meer bijval voor de nieuwe aanpak te horen. 'Ik geloof echt in eigen kracht', zegt Suat (37). De manager in het bedrijfsleven is in zijn vrije tijd vrijwillig bestuurslid bij de bewonersbedrijven Zaanstad. Die houdt onder meer het buurtcentrum draaiende met vrijwilligers na het failliet van de welzijnsstichting. Suat zet daartoe zo veel bewoners als hij kan er aan tot vrijwilligerswerk. 'Mensen zijn voorheen te veel gepamperd, dat heeft veel bewoners lui gemaakt', oreert de zelfverzekerde dertiger van Turkse afkomst. 'Waarom zou ik wat doen, er wordt toch wel voor me gezorgd, zeggen ze dan. Mensen moeten ophouden zich zielig te voelen.'

Suat is ook een intermediair tussen de Turkse bewoners in de wijk en de hulpverlening. Sommige bewoners durven niet op het wijkteam af te stappen, omdat zij denken dat hulpverleners hun kinderen gaan afpakken. Suat legt dan hun hulpvragen anoniem voor en zo komt soms alsnog een contact tot stand.

In dit levendige Zaanse buurtcentrum zijn dus al enkele optimistische geluiden op te tekenen over de nieuwe, gemeentelijke werkwijze in de zorg. Dat wil zeker niet zeggen dat alles op rolletjes loopt. Zaanstad is een van die gemeenten die niet bang zijn voor pottenkijkers en is zelfverzekerd genoeg om ook te laten zien wat er (nog) niet goed gaat. Er zijn ook gemeenten die angstvallig de deuren gesloten houden, met als excuus bijvoorbeeld de privacy van de bewoners. Een deel van de gemeenten laat bovendien weten eigenlijk pas per 1 januari te beginnen met de nieuwe werkwijze.

Reservepot

Het kost zeker een jaar om met zo'n wijkteam je draai te vinden in een wijk, merken ze in Zaandam. Bovendien heeft de gemeente Zaanstad voor de zekerheid een reservepot met 8 miljoen euro ingesteld voor 2015, voor als de kosten hoger blijken. Gemeenten die dat vet om de botten missen, dreigen bij tekorten voor de keuze te komen staan: of extra bezuinigen, of in financiële problemen komen.

Ook in Zaanstad zijn ze er nog zeker niet, zeggen ze zelf. Niet alle zorgverleners zitten te wachten op de onorthodoxe manier van werken van het wijkteam. Zo weigerde een huisarts in een crisissituatie de op dat moment urgent noodzakelijke informatie te verschaffen over het medicijngebruik van een cliënt. Met andere zorgorganisaties loopt de samenwerking soms stroef, ook omdat die vrezen dat de nieuwe werkwijze hun klanten gaat kosten.

Gemeentelijk werken is bovendien niet handig als een probleemgezin besluit te verhuizen. Wijkteamlid Bregje heeft haar handen vol aan een vertrekkend Romagezin. Zij gaat deze ochtend de hulpverleners in hun nieuwe woonplaats bijpraten. Maar vaker zullen verhuizende probleemgezinnen weer helemaal blanco moeten beginnen, met hulpverleners die hun voorgeschiedenis niet kennen.

Honderd vragen

Nu het wijkteam bekender wordt in Poelenburg, zijn er al honderden vragen om hulp binnengekomen. Zoals die melding van een ergotherapeut afgelopen voorjaar, dat er volgens hem meer aan de hand was met de klant die hij net had bezocht. Wijkteamlid Sarah vertelt hoe de vliegen tegen haar aan vlogen, toen ze deze man bezocht in zijn zwaar vervuilde woning.

Na een grondige schoonmaakbeurt door de GGD vroeg Sarah een goede vriendin van deze man of ze niet samen met hem zijn huis kon schoonhouden. Na een paar weken merkte deze vriendin dat ze dit niet kon opbrengen, ze deed al zo veel voor hem. Zij vertelde ook dat de man nooit heeft geleerd zijn huis schoon te houden. Zo kwam Sarah op het idee om een dienst in te schakelen die de man moet gaan leren hoe hij zijn huis zelf kan schoonhouden.

Maar er blijft altijd een groep bestaan die gewoonweg niet in eigen kracht is te zetten, merken ze ook in Zaandam. Wijkteamlid Sascha vertelt over de zwakbegaafde, geïsoleerd levende vrouw van in de 50 die zo de weg kwijt was na de dood van haar man, dat Sascha haar naar het buurtcentrum had gebracht om tot rust te komen. Omdat de vrouw de uitvaart niet kon regelen, heeft het sociale wijkteam dat toen op zich genomen. Nu zoeken ze voor haar een plekje in een project voor begeleid wonen. 'Met een IQ van 53 en een psychiatrische achtergrond kan zij niet zelfstandig leven.'

'Eén gezin, één plan'

Sociale wijkteams zijn teams van professionele dienstverleners (zoals maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners) die in een wijk bewoners moeten helpen die problemen hebben met bijvoorbeeld schulden, hun leven organiseren, werken of psychische en sociale gezondheid. Dit vanuit de gedachte 'één gezin, één plan', waarin de bewoner ook zo veel mogelijk zelf doet. Het idee van deze integrale aanpak is zo'n zes jaar geleden ontstaan in de tijd van de Vogelaarwijken, toen bleek dat hulpverleners vaak langs elkaar heen werkten. De bedoeling is dat er vaker preventief wordt ingegrepen, waardoor minder (dure) specialistische hulp nodig is. Ook wordt vaker hulp van familie, buren of vrienden ingezet. Veel gemeenten hebben in de aanloop naar 2015 sociale wijkteams opgericht om de nieuwe zorgtaken uit te voeren. Er zijn nog veel knelpunten, blijkt uit een deze maand verschenen onderzoek van de Universiteit Twente en Platform31. Zo is nog niet duidelijk hoeveel geld de nieuwe aanpak bespaart. Als er te veel zware gevallen op een wijkteam afkomen, kunnen hulpverleners in hun oude manier van werken vervallen, in plaats van dat ze creatieve oplossingen gaan zoeken. Ook is er nog onduidelijkheid over de bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden