Eerste-Hulpmodule maakt van blarenprikken een hele kunst

Yvonne Kroonenberg, schrijfster en verstokt wandelaarster, heeft soms last van zere peesplaten, vertelde ze twee weken geleden aan Volkskrant magazine....

Dit boekje is uitgegeven door het Oranje Kruis: promotor van eerste hulp bij ongelukken, opsteller van lesmateriaal voor het verkrijgen van een EHBO-diploma en examinator bij de vele eerste-hulpcursussen in het land. Van het vorig jaar augustus vernieuwde Oranje Kruis Boekje zijn inmiddels 150 duizend exemplaren verkocht.

Ondanks een jaarlijkse aanwas van tienduizenden belangstellenden, neemt het aantal gediplomeerde eerste hulpverleners langzaam af. Door natuurlijk verloop en doordat mensen hun certificaat na twee jaar niet laten verlengen, overtreft de afname de aanwas. Volgens directeur Joost van Linge zijn er nog 350 duizend Oranje Kruis-gediplomeerden.

Geeresseerden kunnen sinds vorig jaar kiezen voor een basiscursus eerste hulp en vervolgens al naar gelang hun interesse verder oefenen met speciale modules. Wie in de kinderopvang werkt, zal zich bijvoorbeeld verder scholen in aanvullende eerste hulp bij kinderen; in een bedrijf is misschien meer belangstelling voor verdieping in het onderdeel verbandleer en kleine ongevallen.

De 'modulenbibliotheek' wordt gestaag uitgebreid, aldus Van Linge. Dinsdag nam staatssecretaris van Volksgezondheid Clnce Ross-van Dorp tijdens de Vakantiebeurs het eerste exemplaar in ontvangst van de lesstof over wandelletsels. Volgens Van Linge bestemd voor iedereen die veel wandelt of assisteert bij eerste-hulpposten van grote wandelevenementen.

Toch lijkt het boekje vooral bedoeld voor die laatste groep, die opereert met alle voorzieningen bij de hand en onder supervisie van een arts of verpleegkundige. Feitelijk is de nieuwe module vooral een uitvoerige variant van de aloude blareninstructie van het Rode Kruis, aangevuld met overigens nogal summiere informatie over het herkennen en behandelen van een zonnesteek en kneuzingen.

Er is bewust voor gekozen theoretische bespiegelingen zoveel mogelijk weg te laten om de deelnemers niet onnodig te belasten. Het cursusmateriaal van het Oranje Kruis is namelijk vooral gericht op 'doen', niet op 'weten', legt medeopsteller Vincent Peters uit. 'Om bijvoorbeeld iemand te reanimeren, hoef je niet de hele bloedsomloop te kennen, maar moet je wel de juiste handelingen kunnen verrichten.'

Mede daarom is het aantal onderverloop,werpen beperkt. Er is in de module geen informatie te vinden over veel voorkomende klachten als spierpijn, dikke vingers en krapzittende ringen. Een onschuldig, maar veelvoorkomend probleem bij wandelaars. Ook de peesproblemen van Yvonne Kroonenberg, beurse heupen (door een knellende heupband van de rugzak), of de uitslag die nogal wat wandelaars op hun benen krijgen, komen in de cursus niet aan de orde.

Daar hoeft de eerstehulpverlener zich namelijk niet mee bezig te houden. Van Linge: 'De mensen moeten niet gaan denken dat ze zelf arts zijn. Iemand die bijvoorbeeld problemen heeft aan het bewegingsapparaat, moet naar een dokter.'

Het belangrijkste onderdeel van de cursus is dan ook de behandeling van blaren, veruit de meest voorkomende handeling door eerste-hulpvrijwilligers bij wandelmanifestaties. Onder toezicht van een groep deskundigen is alle informatie daarover nog eens goed tegen het licht gehouden en op papier gezet ook om duidelijke protocollen te ontwerpen en zo vrijwilligers die zich daaraan houden te vrijwaren van mogelijke schadeclaims.

Uit de module blijkt dat blarenprikken een hele kunst is: van het uittrekken van de schoen, het meermalen desinfecteren, het openscheuren van de verpakking van het bloedlancet (zeg maar de doorpriknaald) tot het uiteindelijke dakpansgewijs afplakken en het bepoederen van het werkstuk. Gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek is de blaarbehandeling niet, maar die stoelt wel op tientallen jaren ervaring bij de wandelvierdaagse in Nijmegen en op experimenten met materiaal en technieken.

Wat wederom opvalt, is dat de vrijwilligers kort worden gehouden. Zelf verantwoordelijkheid nemen, is er nauwelijks bij. Bij een flinke open blaar bijvoorbeeld, dient de vrijwilliger een verpleegkundige of arts te roepen voordat hij aan het werk mag. En dat is dan het advies aan mensen die al een basisdiploma eerstehulp op zak hebben en bij voorkeur ook de module Verbandleer en Kleine Ongevallen hebben gevolgd. Zou het geen tijd worden dat de vrijwilliger anno 2004 juist iets meer handelingsvrijheid krijgt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.