Eerste 'ellendige verbintenis' kan voorbeeld zijn

Duitsland heeft niet veel op met grote coalities. Volgens de gangbare opvatting kan een grote coalitie nooit het resultaat zijn van vrije wil, maar hooguit van een ongewenste omstandigheid....

Om begrotingsnood te lenigen had Erhard een belastingverhoging willen doorvoeren. Maar coalitiegenoot FDP trok de wenselijkheid van deze maatregel in twijfel en verliet het kabinet. Onder de toenmalige omstandigheden – in de Bondsdag waren slechts drie partijen vertegenwoordigd – restten CDU en zusterpartij CSU geen andere mogelijkheid dan een bondgenootschap met de SPD.

Deze coalitie moest na gedane zaken weer zo snel mogelijk worden ontbonden, daarover waren de betrokkenen het eens. Want een grote coalitie is de Duitse variant van wat elders een regering van nationale eenheid wordt genoemd. En die wordt, zoals in Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de regel alleen gevormd in tijden van hoge nood en existentiële dreiging.

Daarvan kon in het Duitsland van 1966 bezwaarlijk worden gesproken. Het land kampte weliswaar voor het eerst sinds 1949 met werkloosheid, een stagnerende groei, en een oplopende staatsschuld. Maar bij elkaar maakte dat een verstandshuwelijk nog niet noodzakelijk, vonden mensen als de SPD-gezinde intellectueel Günter Grass, die zich ook toen al met de politiek bemoeide. Voor de SPD was aan zo’n grote coalitie weinig eer te behalen, vreesde hij. Hij bezwoer de toenmalige SPD-leider Willy Brandt vooral niet in te stemmen met deze ‘ellendige verbintenis’. Maar Brandt verkoos naar andere adviseurs te luisteren. De eerste – en tot dusverre enige – grote coalitie op federaal niveau kwam op 1 december 1966 tot stand.

Bij de Duitsers was ze niet geliefd. Dat kwam vooral omdat ze zich moeilijk konden identificeren met bondskanselier Kurt-Georg Kiesinger, op afstand de meest kleurloze regeringsleider van de Bondsrepubliek. Maar ook het nageslacht heeft geen positieve associaties met de grote coalitie van 1966-’69, voorzover deze niet al is vergeten.

De coalitiegenoten waren voortdurend verwikkeld in een competentiestrijd. Bij gebrek aan overwicht van Kiesinger waren de fractieleiders Rainer Barzel (CDU/CSU) en Helmut Schmidt (SPD) steeds bezig binnenbrandjes te blussen.

De grote coalitie werd echter vooral beschouwd als de oorzaak van de maatschappelijke polarisatie aan het einde van de jaren zestig. In de Bondsdag steunde ze op een zetelmeerderheid van ruim 90 procent. Hiermee zou ze de voorwaarde voor een bloeiende – en later gewelddadige – buitenparlementaire oppositie hebben geschapen.

Dit fenomeen beperkte zich weliswaar niet tot Duitsland, maar een van de belangrijkste leerstukken van de Duitse politiek luidt tot op de dag van vandaag: als de middenpartijen samenwerken, ontstaat ruimte aan de politieke flanken. In dat verband wordt graag verwezen naar de infame Weimar Republiek: de NSDAP van Adolf Hitler kreeg daar een kans toen het politieke midden overbevolkt raakte. Wie in Duitsland de geldigheid van dit mechanisme wil illustreren, gaat niet altijd zo ver terug in de tijd: ook Pim Fortuyn wordt in Duitsland beschouwd als het product van een grote coalitie.

De grote coalitie raakt, met andere woorden, aan de oer-Duitse angst voor politieke en maatschappelijke instabiliteit. Dat onttrekt de positieve eigenschappen van de regering-Kiesinger goeddeels aan het oog. Ze mag dan geen fraaie aanblik hebben geboden, doeltreffend was ze wel. Minister van Financiën Franz Joseph Strauss (CSU) bezwoer vakkundig de begrotingscrisis, en leidde tot de dekking van een ambitieus investeringsprogramma. Binnen een jaar groeide de Duitse economie weer in hetzelfde tempo als in de jaren vijftig. Daarnaast bracht de grote coalitie een omvangrijke vernieuwing van de wetgeving tot stand. Haar staat van dienst is dus beduidend beter dan haar imago. Angela Merkel mocht willen haar prestaties te kunnen evenaren.

Nu kan echter al worden vastgesteld dat haar coalitie zich in één wezenlijk opzicht zal onderscheiden van die van Kiesinger: hij bood de sociaal-democraten een uitweg uit de oppositie, waar zij sinds het ontstaan van de Bondsrepubliek hadden verbleven. Van die mogelijkheid maakten zij dankbaar gebruik. Sindsdien hebben zij 23 jaar deel uitgemaakt van een regering, meestal in de leidende rol.

Gezien deze achtergrond voelt de huidige SPD haar aandeel in de regering-Merkel als een degradatie. Vooralsnog vormt dat de voornaamste belasting voor de tweede grote coalitie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden