Eerste echte staatsman sinds Winston Churchill

James Callaghan, de laatste Labour-premier voor Tony Blair, is zaterdag overleden. Hij werd in 1976 premier als opvolger van Harold Wilson en baande ongewild de weg voor Margaret Thatcher....

Hij is de man van de devaluatie van het pond, het besluit het leger naar Ulster te zenden, de invasie van Cyprus door de Turken, de absurde looneisen van de vakbonden en een inflatie van 26 procent. Onder het premierschap van James Callaghan zakte het ooit zo machtige Groot-Brittannië weg tot een derdewereldland, waar openbare voorzieningen niet meer werkten, brandstof op de bon ging en de gezondheidszorg in chaos raakte.

De zaterdag overleden Callaghan noemde zichzelf niet voor niets weleens de 'slechtste premier sinds Sir Robert Walpole', een van zijn voorgangers uit de 18de eeuw. Maar het oordeel van historici is veel milder. Callaghan, die als enige politicus in de Britse geschiedenis alle vier de hoogste politieke functies vervulde (premier, minister van Financiën, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken) wordt juist geprezen vanwege zijn kwaliteiten als regeringsleider. Hij was de vriendelijke en plechtstatige premier zoals de Britten die graag zagen. Hij werd de eerste echte staatsman sinds Winston Churchill genoemd.

Leonard James Callaghan werd in 1912 geboren in een arm gezin in Portsmouth. Zijn vader overleed toen hij 9 was, maar de kleine James kon voor twee pond per kwartaal naar een goede school worden gezonden, waardoor hij in de jaren dertig een functie bij de belastingdienst kon krijgen. In de oorlog werd hij matroos bij de marine en liet hij een tatoeage aanbrengen, waarvoor hij zich later zo schaamde dat hij nooit meer korte mouwen droeg.

'Stoker Jim', die zich in 1931 had aangemeld als Labourlid, stelde zich in 1945 kandidaat voor het Lagerhuis. Hij won een Labourzetel in Cardiff dankzij de monsteroverwinning van de partij. In 1963 stelde hij zich kandidaat als Labourleider maar verloor van de jongere Harold Wilson.

De nieuwe premier benoemde Callaghan tot minister van Financiën. Callaghan probeerde de oplopende tekorten op de handelsbalans te bestrijden met importheffingen, maar merkte algauw dat de maatregel contraproductief werkte en dat devaluatie van het pond de enige oplossing was voor de financiële crisis.

Hij raakte ook omstreden door het besluit als minister van Binnenlandse Zaken troepen naar Ulster te zenden om de groeiende onrust te bezweren.

Na de onverwachte verkiezingsnederlaag van Labour in 1970 nam Callaghan een ambivalente houding aan tegenover Europa. Hij verzette zich eerst tegen het lidmaatschap van de EEG, maar werd in 1975 als minister van Buitenlandse Zaken in een nieuw Labourkabinet een vurig pleitbezorger van het lidmaatschap. Callaghan leidde de vredesonderhandelingen over Cyprus, maar kon een Turkse invasie van het noorden van het eiland niet voorkomen.

Nadat Harold Wilson in 1976 onverwacht besloot op te stappen, koos hij de 64-jarige Callaghan als zijn opvolger als premier. De Britse economie raakte verder in het slop. Callaghan moest bij het IMF smeken om een lening van 2,3 miljard pond en zag de waarde van het pond verder dalen van 2 tot 1,5 dollar.

In 1977 werd Callaghan beschuldigd van nepotisme, toen hij zijn schoonzoon benoemde tot ambassadeur van Washington. Maar de populariteit van de kalme en standvastige premier - bijgenaamd Sunny Jim - leed er nauwelijks onder.

In oktober 1978 had Callaghan nog de verkiezingen kunnen winnen, maar hij weigerde ze uit te schrijven. 'Waarom is dit nodig?' Het was een rampzalig besluit. De winter van 1978/'79 (Winter van de Onvrede) werd de koudste in achttien jaar en kenmerkte zich door een onafzienbare reeks stakingen die het openbare leven ontwrichtten.

Callaghan deed of zijn neus bloedde. 'Crisis? Welke crisis?', zo vatte The Sun zijn standpunt samen na terugkeer van een G7-vergadering in Guadeloupe. Hij riep een plafond van 5 procent voor salarisverhogingen uit, maar haalde daarmee nog meer het bloed onder de nagels van de bonden vandaan. Een jaar later won Margaret Thatcher de verkiezingen en achttien maanden daarna was Labour gesplitst.

Pas vier verkiezingen later zou Labour met Tony Blair Downing Street weer veroveren, met een totaal onherkenbare partij.

Callaghan zat nog tot 1987 in het Lagerhuis, werd daarna in de adelstand verheven en bleef tot zijn dood Hogerhuislid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden