Eerst zien dat Roda het redt, dan sterven

Terwijl Anton Dautzenbergs vader in 2009 streed tegen de dood, vocht Roda JC tegen degradatie. Hij schreef er een roman over: Extra Tijd. Nu, drie jaar later, is het weer mis met zijn club. Alles komt weer boven.

'Ja, het busje van de NOS!' De ogen van Anton Dautzenberg, 45 jaar en schrijver, beginnen te glinsteren. Hij groeide op in de tijd van Nederland 1 en Nederland 2. Studio Sport zond op zondagavond vaak maar drie samenvattingen uit, meestal die van de topclubs. Roda JC werd hooguit in de uitslagen genoemd. 'Dus áls dat busje van de NOS op Kaalheide stond, gebeurde er iets bijzonders in het stadion. Of je won of verloor, maakte niet meer uit. De tv was er!'


Hij haalt een zin van Gerard Reve uit De Avonden aan: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven. 'Ik kende die regels toen niet, maar het was compleet van toepassing op de situatie. Kerkrade is geen stad die overloopt van zelfvertrouwen. Maar dat verdween op slag als de NOS er was. De club was gezien, de mensen waren gezien, jij was gezien. We bestonden! 's Avonds op tv ging je kijken of je jezelf herkende tussen al die duizenden mensen. Die magie... ja, dat was bijna te veel voor een kind.'


Dautzenberg is auteur van Extra Tijd, een autobiografische roman over de laatste weken in het leven van zijn zieke vader in 2009. Tegelijk met diens doodsstrijd vocht Roda JC tegen degradatie. De twee gevechten raakten in elkaar verstrengeld; zijn vader wilde niet sterven voordat zijn club veilig was. Het boek kwam vorig jaar uit en is alom geprezen.


Nu Roda JC opnieuw play-offwedstrijden moet spelen, denkt Dautzenberg vaak terug aan de ontknoping in 2009. Toen zijn vader was opgegeven, besloot hij bij hem te gaan wonen. Samen keken ze naar de bloedstollende wedstrijden tegen FC Dordrecht en Cambuur. Roda JC bleef uiteindelijk in de eredivisie, omdat het in de derde en beslissende wedstrijd tegen Cambuur de penalty's beter nam.


Zijn vader werkte een leven lang in de fabriek, Dautzenberg ging studeren en werd schrijver. De kloof tussen hen werd gedicht met praten over Roda. 'Door het over voetbal te hebben, kon je impliciet andere dingen zeggen. In plaats van: ik hou van je, zei je: wat speelden we goed, hè. Maar ondertussen bedoelden we hetzelfde.'


Vier jaar is zijn vader nu dood. Vorig jaar strooide Dautzenberg zijn vaders as uit in een bos. In de verte stonden de lichtmasten van Kaalheide.


Diezelfde lichtmasten zag hij vroeger vanuit zijn jongenskamer in Schaesberg, onder de rook van Kerkrade. Dick Nanninga was zijn held, de bonkige spits die overdag in een bloemenzaak werkte. 'Bij hem kocht mijn vader chrysanten, die waren goedkoop en gingen lang mee. 'Kerkhofbloemen', mopperde mijn moeder dan. Maar mijn vader bedoelde het goed. En Nanninga gaf hem ook maar wat mee. Wat wist die nou van bloemen?'


Voor hem op tafel ligt een kaart die de spelers van Roda JC, op verzoek van Dautzenberg, in 2009 naar zijn vader stuurden. 'Op dit punt is het goed om te weten dat mensen ook in gedachten bij je zijn. Met hoop en vertrouwen staan ze naast je en met liefde verzachten ze de pijn', staat er op. 'Mijn vader was geen emotionele man, maar toen hij die kaart kreeg, hield hij niet meer op met huilen. Hij was gezien hè, niet onopgemerkt gebleven. In zijn belevingswereld probeerden die spelers voor hem de nacompetitie te winnen. Misschien was dat ook wel zo, ik weet het niet.'


Moeder

Met zijn moeder belt hij elke dag. Vaak gaat het over Roda. 'Ze had een hekel aan voetbal, maar sinds mijn vader dood is, kijkt ze alles. Als ze meegaat naar het stadion, wil ze op zijn stoeltje zitten.'


Hele analyses krijgt Dautzenberg te horen, over tactiek en wissels. 'En goed ook hè, het snijdt echt hout. Maar eigenlijk wil ze er natuurlijk iets heel anders mee zeggen. Dat ze mijn vader zo ontzettend mist.'


Mededogen kent Dautzenberg niet met de Oostelijke Mijnstreek, het gebied waar hij opgroeide. In Extra tijd schrijft hij: 'Kerkraadse klei is een grondstof die voor 97 procent uit minderwaardigheid bestaat. De overige 3 procent? Steenkoolgruis.'


Zijn verklaring: 'Generaties lang hebben mannen zes dagen per week in de mijnen gewerkt. Op de zevende dag moesten ze naar de kerk. Daar kregen ze te horen hoe zondig ze wel niet waren. Zes dagen onder de grond, één dag in de kerk; dat kleurt je ontwikkeling.'


De mentaliteit van de streek wordt vaak op Roda geprojecteerd. Logisch, vindt Dautzenberg: de club verschaft de mensen een identiteit. 'Als Roda wint, heb je het gevoel: ik heb een geslaagd leven. Zoiets moet het zijn.'


Dit seizoen kreeg de club vaak te maken met blunderende scheidsrechters: strafschoppen werden niet gegeven, rode kaarten geseponeerd. Zelfs de clubleiding dacht aan een complot. 'Het wordt snel gezegd, ja: wij Limburgers worden weer gepakt. Maar dat is te makkelijk. Wijzen op je afkomst is weglopen voor je verantwoordelijkheid.'


Het werkelijke probleem van Roda was dit seizoen niet het optreden van scheidsrechters, maar de verdediging, stelt hij. 'Onze keeper, Kurto, kostte dit seizoen tien doelpunten. Dat is het verschil tussen linker- en rechterrijtje. Door die slechte keeper werd de verdediging ook weer onzeker. Gingen we nog slechter spelen.'


Dat zijn club door gemeenschapsgeld op de been wordt gehouden, zegt Dautzenberg niets. 'De JSF wordt ook uit gemeenschapsgeld betaald. Als het mij vraagt, zie ik liever een voetbalwedstrijd dan een straaljager.'


Voor de huidige generatie voetballers voelt hij weerzin. Niet voor niets reikte hij zijn eerste boek uit aan verzorger Norbert Keulen, een clubman op de achtergrond. Voetballers vindt Dautzenberg 'mannetjes met een te hip kapsel en een te groot ego'.


Fel: 'Er is weleens berekend dat een speler gemiddeld 11 minuten actief aan het spel meedoet. Voor die 11 minuten krijgen ze naast een vorstelijk salaris ook een huis, een leaseauto, mediatraining en elke dag een massage. En dan nóg kunnen ze zich soms niet motiveren. Dat vind ik schandalig.'


Hij is er niet gerust op dat Roda JC het, net als in 2009, ook nu weer zal redden. 'Wat zou mijn vader denken?', schiet hem regelmatig door het hoofd. Het antwoord? 'Hij zou er wel nuchter tegenaan kijken, denk ik. Zonder winnaar geen verliezer, vond hij. Hij kon het ook altijd opbrengen om te applaudisseren voor de tegenstander.'


Dautzenberg nam die eigenschap van zijn vader over. Deels ook gecultiveerd, zegt hij erbij. 'Je moet wel hè, als Roda-supporter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden