Eerst verkocht dit bedrijf schakelkasten, nu gaat het de beurs op met laadpalen

In één klap kwam Alfen aan de frontlinie van de energietransitie

Alfen stond altijd voor transformatoren en schakelkasten. Maar de tijd van de energietransitie biedt mooie kansen. Zoals laadpalen. En groei.

De productie van de laadpalen. Foto Simon Lenskens /de Volkskrant

De nieuwe eeuw begon voor Alfen in 2007, ingeluid door door energiebedrijf Essent. 'Essent zag dat de elektrische auto opkwam, en wilde wel eens uitproberen wat dat voor het elektriciteitsnet zou betekenen', zegt Marco Roeleveld, al sinds 1997 bestuursvoorzitter van het elektrotechnische bedrijf in Almere.

Dus liet Essent honderd auto's ombouwen tot elektrisch, 'maar toen hadden ze ook laadpunten nodig'. Natuurlijk had Essent die bij elk elektrotechnisch bedrijf kunnen bestellen, maar ze kwamen bij Alfen. 'Ons kenden ze al heel lang, omdat wij al tientallen jaren schakelkasten en transformatoren aan ze leveren', zegt Roeleveld.

Marktleider in Nederland

Die eerste honderd kastjes brachten Alfen in één klap aan een van de frontlinies van de energietransitie, met in de schoot geworpen kennis van en ervaring met de laadpaal. Die voorsprong heeft het bedrijf behouden: Alfen is nu marktleider in Nederland op het gebied van de productie van laadpalen en -kastjes. In totaal heeft Alfen al meer dan 35 duizend laadpalen geleverd. En omdat Nederland voorloper is met de introductie van de elektrische auto, denkt het bedrijf ook de markten te kunnen veroveren in België, Engeland en Duitsland, waar het al verkoopkantoren heeft geopend, en in andere Europese landen.

Tot dat moment in 2007 was Alfen typisch een technisch bedrijf voor de Nederlandse markt. En een beetje België. Het bedrijf werd in 1937 opgericht door de families Van Alfen en Noppen, als J. van Alfen's Hoog- en Laagspanningsapparaten. Het maakte apparaten zoals de transformatorhuisjes die onder meer in woonwijken staan, waar de stroom van hoogspanning wordt omgezet in de 220 volt voor onze lampen.

Langzaam breidde het bedrijf zijn marktaandeel uit (tot op dit moment naar eigen zeggen rond 70 procent), maar toen in de jaren zestig het aloude bakeliet werd vervangen door moderne kunststof, oordeelden de families dat het beter was aansluiting te zoeken bij een groter bedrijf. Ze werden verkocht aan bouwconcern Ogem, dat sinds een geruchtmakend faillissement TBI heet.

Profiel

Bedrijf Alfen
Waar Almere
Sinds 1937
Aantal werknemers 230
Jaaromzet 74,3 miljoen euro

Dat was heel lang een goede combinatie, maar niet meer sinds Alfen in de laadpalen zit. TBI is een bouwbedrijf dat louter op Nederland is gericht. Al snel was het Roeleveld duidelijk dat de laadpalen een veelbelovende, juist internationale markt was, met grote kansen voor Alfen. In 2014 verkocht TBI zijn aandelen aan investeringsmaatschappij Infestos van de Twentse multimiljonair Bernard ten Doeschot, rijk geworden met de verkoop van koolstofbedrijf Norit.

Toen was Alfen al een tijdje bezig met nóg een nieuwe activiteit: de opslag van energie en 'slimme netwerken'. Nu steeds meer stroom komt van windmolens en zonneparken, moeten overschotten aan stroom worden opgeslagen voor windstille en donkere uren. Heel veel glastuinders hebben al installaties van Alfen. En bijvoorbeeld ook het stadion van ADO Den Haag. 'Daar wilde de beheerder van het stadion veertig laadplaatsen voor elektrische auto's hebben', zegt Roeleveld. 'Er liggen veel zonnepanelen op het dak van het stadion, dus dat had prima gekund. Maar die panelen geven alleen overdag stroom en die auto's komen natuurlijk altijd allemaal tegelijk, bijvoorbeeld als er een wedstrijd is. Wij hebben daar een slim netwerk gebouwd met energieopslag in batterijen, waardoor netwerkbedrijf Stedin niet meteen een veel zwaardere stroomkabel hoefde aan te leggen.'

Nog is het grootste deel van de productiehal op een industrieterrein aan de rand van Almere in gebruik voor de productie van de 'klassieke' producten, de transformatoren en schakelkasten. De fotograaf mag er niet binnenkomen. Dat is de manier waarop het bedrijf zijn kennis voor zichzelf probeert te houden. Maar een rondleiding is geen probleem. In het grootste deel van de productiehal worden de transformatorhuisjes gebouwd, op een lopende band. Elke drie uur is er één klaar.

Marco Roeleveld. 'We opereren in andere landen net als hier.' Foto Simon Lenskens

Geen assemblagefabriek

De productie van de laadpalen vergt veel minder ruimte. In een bescheiden werkplaats staan enkele tientallen mensen in blauwe overalls de apparaten in elkaar te schroeven. Nee, we zijn geen assemblagefabriek, haast Roeleveld zich te zeggen. 'Wij hebben de behuizing ontworpen en laten die elders maken. We hebben de elektronica ontworpen en laten die deels elders maken. En wij maken de software. Dus het is echt ons eigen product.' Uitbreiding van de productie zal geen probleem zijn. Op het terrein is ruimte zat.

Nieuwe producten én nog een nieuw avontuur: het bedrijf gaat naar de beurs. Kennelijk vindt eigenaar Ten Doeschot dit een goed moment om een deel van zijn aandelen te verkopen. Alfen verwacht spectaculair te groeien: 40 procent per jaar 'op de middellange termijn'. Dit jaar kan de omzet al 'meer dan 99 miljoen' worden, 35 procent meer dan vorig jaar. Geen garanties overigens, zo vermeldt een voetnoot in het persbericht. Als die groei er komt, zet het bedrijf over zes jaar een half miljard om.

De afgelopen jaren bedroeg de groei rond 20 procent per jaar, dus waar komt die enorme versnelling vandaan? Roeleveld: 'Onze klassieke markt was binnenlands en groeide weinig. Maar we hebben nu goede producten in twee internationale markten die door de energietransitie hard groeien. We hoeven geen enorme investeringen te doen om daar te groeien. We hoeven geen groot verkoopapparaat op te zetten om de consumentenmarkt te bewerken, we opereren in andere landen net als hier: we leveren aan de energiebedrijven. We kunnen onze producten makkelijk aanpassen.'

Voor eigenaar Ten Doeschot wordt het ook spannend. Hoeveel aandelen hij verkoopt, wanneer en tegen welke prijs, dat wordt waarschijnlijk deze of volgende week bekendgemaakt. Persbureau Reuters schatte de waarde van Alfen op 500 tot 600 miljoen euro, maar dat lijkt Nico Inberg van beleggingssite IEX wel erg veel. 'Het is wel een écht bedrijf, dat dingen maakt, een omzet heeft en winst maakt. De waarde van bedrijven die zo hard groeien, is moeilijk vast te stellen. Maar enkele honderden miljoenen zal het wel waard zijn.'

De internationalisering houdt niet op bij de buurlanden. Buiten, op het terrein van het bedrijf, staan drie containers, volgestouwd met batterijen en omvormers. Het is een stroomopslagplaats met een vermogen van meer dan twee megawatt. 'Die gaan nog deze week naar Nigeria', zegt Roeleveld niet zonder trots. Daar vormen ze, met een aantal zonnepanelen, de energievoorziening van een fabriek voor cacaomassa.