Eerst reeën tellen, dan reeën schieten

Regelmatig schieten jagers reeën af om de populatie in de hand te houden. Daartoe worden de dieren jaarlijks geteld. Dat blijkt een omstreden methode....

Tegen zeven uur schemert het in Winterswijk. De ideale tijd om reeën in Oost-Gelderland te tellen. De dieren verlaten de bossen en komen kruiden en ander jong groen eten op de boerenakkers of bij fruit-en boomkwekers.

Vanuit een jeep, met goed uitzicht over de glooiende velden, gaat een groep van vijf met verrekijkers op pad. Rond Winterswijk ligt twaalfduizend hectare geschikt reeëngebied waar houtwallen, akkers en velden elkaar afwisselen. Er is dus dekking, rust en eten.

Al na een paar minuten is het raak. Een reegeit komt in beeld in het open veld. 'Het lijkt een verzwakt dier, misschien is ze daarom alleen', zegt jager Dick Sellink.

Het tellen gebeurt in twee dagen bij twee avondschemeringen en één keer in de ochtend. Zo ontstaat een beeld van het aantal reeën. Door jaren achter elkaar reeën te tellen, ontstaat een reeks. Op basis van de aantallen wordt het reeënbestand in een gebied bepaald .

Die stand wil de overheid stabiel houden omdat de boeren, fruittelers en boomkwekers anders te veel vraatschade krijgen en automobilisten te vaak een deuk in hun voertuig oplopen door overstekende reeën. Deze benadering houdt in dat een deel van de reeënpopulatie jaarlijks wordt afgeschoten.

Over de zin van het tellen om het populatiebeheer af te stemmen, lopen de meningen uiteen. Ecoloog dr. Geert Groot Bruinderink van onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen stelt dat slechts een fractie van de reeën in een gebied geteld kan worden. 'Hoe groot die fractie is, weten we niet. Jagers denken: als we ieder jaar dezelfde fout maken, zit er tóch een lijn in. Erg betrouwbaar is dit niet. Het vervelende is dat men op basis van niet betrouwbare tellingen reeën gaat doden.'

Sjaak Kuijpers uit Deurne was van 1984 tot 2001 jager, maar heeft zich van de jacht op reeën afgekeerd omdat hij zich steeds meer ging ergeren.

'In mijn tijd zaten jagers rond de tafel en spraken af hoeveel reeën ze wilden schieten. Wilden ze er vijftig schieten dan telden ze er zogenaamd honderdvijftig. Pure natuurcriminaliteit.'

'De jagers zijn bezig in hun eigen speeltuin', vindt Kuijpers. 'Het enige argument om reeën te schieten bij Deurne, was de verkeersonveiligheid. De N279 liep dwars door het bos. Nu hebben we aan weerskanten een prachtig hekwerk en ook een wildtunnel en dus is het argument om te jagen vervallen. Eigenlijk doen die jagers gewoon aan plezierjacht', stelt Kuijpers.

Zijn medestander Heinz Stockmann noemt dit 'het genot van het schot'. Volgens hem is het systeem van tellen en afschot volksverlakkerij. 'De vele publicaties zijn bedoeld om anderen te overbluffen.'

Dat het ook anders kan, bleek in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar in 1997 de jacht werd opgeschort. Velen vermoedden dat de populatie explosief zou toenemen en dat daardoor grote sterfte zou optreden. Door voedselgebrek, verzwakking en daardoor grotere vatbaarheid voor parasitaire ziekten.

Maar het reeënonderzoek van ecoloog ing. Leo van Breukelen in het duingebied wees uit dat het stoppen van de jacht geen onoverkomelijke problemen heeft veroorzaakt. 'Bij ons kan het prima zonder jacht. De dieren regelen hun eigen aantallen. Dat wil niet zeggen dat het overal zo kan.'

De jagers van de Wildbeheerseenheid bij Winterswijk vinden dat hun ingrijpen noodzakelijk is. 'In natuurgebieden wordt in beginsel niet geschoten. Als het te vol wordt, trekken de reeën daar weg. Ze wentelen de problemen af op de buren', oordeelt Sellink.

Waar reeën andere territoria moeten zoeken, moeten ze ook de weg over. In Oost-Gelderland worden in een gebied van 150 duizend hectare en 5400 reeën jaarlijks zo'n 959 reeën dood gevonden, vooral door aanrijdingen maar ook door verdrinking, maaien en ziekten.

'De jagers doen alsof de kans op aanrijdingen door jacht vermindert, maar dat slaat nergens op', zegt Groot Bruinderink.

'Men kent het effect niet omdat men niet weet hoeveel reeën er zitten. Stel dat een lege plek wordt gemaakt in een gebied door een hoge jachtdruk. Dan is het dweilen met de kraan open omdat reeën altijd naar het gebied trekken waar te eten valt.'

Een ander punt van kritiek is dat de jagers zowel tellen als schieten; ze hebben twee petten op, waardoor onzuiverheid in hun bedoelingen zou kunnen sluipen. Om er geen onderonsje van te maken, bepalen naast jagers, boeren en grondbezitters ook natuurbeschermingsorganisaties de plannen voor afschot, in zogeheten faunabeheerseenheden.

Frank van Belle van Natuurmonumenten bepaalde dat er vorig jaar in Oost-Gelderland 1671 reeën geschoten mochten worden. 'Ik zat erbij en ik ben er niet gelukkig mee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden