Eerst Nederlands leren

De helft van de peuters van 2 tot 4 jaar met een taalachterstand gaat een paar keer per week naar een voorschool om (beter) Nederlands te leren....

'Zal ik een grote vis vangen?', vraagt voorschoolleidster Zahia Aarab (28) aan Mustafa, en hengelt een grote houten vis uit de bak. 'Nu jij.' Hij kijkt haar zwijgend aan, glimlacht en haalt trots een kleintje op.

Mustafa is negen maanden op de voorschool en zwijgt er in alle talen. Telkens proberen de leidsters hem uit de tent te lokken, ze zien dat hij hen wel begrijpt, maar hij blijft zwijgen. Thuis speelt hij met z'n zusje in het Nederlands, terwijl de voertaal daar Arabisch is. 'Hoeveel vissen heb je nu al?', moedigt Zahia aan. Mustafa kijkt haar beminnelijk aan.

Regen

Eerder die ochtend overvalt een flinke bui het ochtendverkeer tussen de fl ats en rijtjeshuizen van de wijk Ridderveld II in Alphen aan den Rijn. Een vrouw in beige regenjas tilt met een besliste zwaai een verregend jongetje uit het achterzitje van haar fi ets. Een moeder in een wapperende kaftan sjort haar hoofddoek wat aan, terwijl ze iets roept naar het kleine meisje achter haar, dat in een knalroze jasje de regenstriemen trotseert.

Ze vinden beschutting in voorschool Vivaldihof, een soort peuterspeelzaal voor kinderen van 2 tot 4 jaar met een (dreigende) taalachterstand. Allochtone en autochtone leidsters en ouders warmen zich er aan de aangename sfeer van het schooltje met twee lichte, kleurige speellokalen.

In een krappe vergaderruimte wachten vijf moeders in een Hollandse koffi egeur. Op tafel een pop met een paraplu en laarsjes aan. Aan het plafond hangen een grote paraplu, papieren wolken en twee regenjasjes. 'Goedemorgen. Jammer dat er niet meer moeders konden komen, want het is echt verplicht hoor', begint voorschoolconsulente Selma Özel (35). 'Omdat jullie er wél zijn, hebben we besloten deze bijeenkomst toch door te laten gaan. Fijn dat jullie er zijn. Zoals altijd laten we zien hoe je je kind thuis kunt helpen met de taal. Jullie zien het al: vandaag gaat het over regen!'

Duo Penotti

Terwijl ze in het keukentje alvast nog meer koffi e in een thermoskan schenkt, stelt Monique Haveman, coördinator Voor en Vroegschoolse Educatie (VVE) in Alphen aan den Rijn: 'Ik zie gewoon dat het helpt. Het kán niet anders dan helpen. De kinderen krijgen hier houvast door een vaste dagindeling en door veel te spelen. Tegelijkertijd stimuleren we ze te luisteren en Nederlands te spreken.'

Ze benadrukt het belang van de verplichte ouderbijeenkomsten, want als 'thuis' meedoet, beklijft de woordenschat beter: 'De ouders vergaren meer kennis over de Nederlandse manier van opvoeden. Ze leren dat opvoeden meer is dan verzorgen, dat je kinderen kunt aanmoedigen en prijzen, zodat ze zich beter ontwikkelen.'

In het speellokaal met vrolijke Asterix en Obelix-gordijnen legt voorschoolleidster Sanne van Beusekom (32) kleurplaten, wasco's en kleine papieren boomblaadjes op de tafels klaar. Aan het plafond hangen zelfgemaakte regendruppels, wolken en paraplu's. Samen met Zahia leidt de blonde Sanne al een paar jaar voorschoolgroepen: Duo Penotti noemen ze zichzelf.

'Goedemorgen Reshad, goedemorgen Destiny', begroet Zahia de eerste kinderen, die zich op het plakselwerkje storten.

Jonge, moderne allochtone vaders en moeders, ingenieus geknoopte sjaaltjes naast donkere tunieken en hooggesloten jassen. De enige nikab omhult een Nederlandse juriste, die een splinternieuwe Maxi-Cosi met een slapende baby op tafel zet, terwijl ze haar andere dochter aanmoedigt om te puzzelen.

Zahia: 'Haar man spreekt Arabisch thuis, dus de kinderen worden tweetalig opgevoed. Tweetaligheid is een van de criteria om op de voorschool te kunnen komen. Mijn eigen kinderen zijn hier ook geweest, omdat mijn man uit Marokko komt.'

Spruitjes

Toen er in 2000 structureel geld beschikbaar kwam voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie, zijn VVE-coördinator Monique Haveman en de Alphense voorschool-verantwoordelijke Roos Willems direct voortvarend aan de slag gegaan. Willems: 'Alphen loopt daardoor op dit moment voorop. We bereiken hier al 65 procent van de doelgroep, 15 procent hoger dan het landelijk gemiddelde. Meteen al in het begin stelden wij drie consulenten uit verschillende doelgroepen aan: een Turkse, een Marokkaanse en een Somalische. Die werven actief doelgroepkinderen, gewoon door langs de deuren te gaan of mensen aan te spreken op straat. Dat is zeer effectief.'

Consulente Selma Özel: 'Ik weet precies op welke knop ik moet drukken bij die gezinnen. De Turkse gemeenschap kent mij inmiddels, Zelfs tussen de snijbonen en de spruitjes in de supermarkt krijg ik vragen.'

VVE-voorvrouw Haveman liet vanaf het begin alle betrokken instanties nauw samenwerken: consultatiebureaus sturen peuters, ook autochtone, met een taalachterstand door, schoolbesturen proberen in groep 1 en 2 van de basisschool aan te sluiten op de voorschool, huisartsen melden kinderen aan. Een succesvolle aanpak, zegt Selma: 'De tamtam doet z'n werk in de doelgroepen.'

Speelgoed

De vijf vrouwen in de vergaderruimte kijken onder leiding van Selma naar een filmpje. Een Turkse moeder doet boodschappen met haar kind; ze laat het kind het fruit tellen en benoemen, terwijl ze het samen in zakjes doen.

'Wat zou je nog meer kunnen doen om je kind te stimuleren als je in de supermarkt bent? En thuis?' De moeders giechelen en opperen, soms met handen en voeten, soms met behulp van vertaling, verschillende mogelijkheden.

'Ja', zegt Selma, 'ik weet dat in onze cultuur het huishouden belangrijker is dan spelen met je kind, maar zo kun je het een beetje combineren.' Instemmend geknik en gelach.

'En welke complimenten kun je je kind geven als ze iets goed doet?'

Een Marokkaanse moeder: 'Geen compliment, meer roezie.'

Leidster Sanne van Beusekom vertelt later dat veel voorschoolpeuters thuis nauwelijks speelgoed hebben: 'Er wordt niet met ze gespeeld thuis, dat zit er bij deze gezinnen niet ingebakken. Toch zie ik al veel veranderen de laatste jaren, want zo langzamerhand komt de derde generatie hier binnen en hun kleintjes zijn dus al de vierde generatie. Die ouders zijn al veel ambitieuzer voor hun kind, omdat vaak een van hen in Nederland is opgegroeid en al goed Nederlands spreekt.'

Segregatie

Zahia zit bij een clubje peuters: 'Wat doen de popjes in de keuken?' 'Soep', roept Deborah. 'Maken ze soep? Welke groenten zitten er in?' 'Wortel', zegt Destiny. 'Goed zo, wortel! Niet afpakken, Amal, er zijn genoeg aardappels. Kijk, wil jij er zo een?'

Soms, vertelt Zahia, praat ze zo veel op een dag dat ze 's avonds schor is: 'Dan zeggen de kinderen nauwelijks iets. Of omdat ze nog te jong zijn, of omdat ze een taal- of ontwikkelingsachterstand hebben. Frustrerend om te zien, want zo kunnen ze elkaar ook niet stimuleren. En zelf word je er ook bekaf van.'

'We zien dat de kinderen, in ieder geval sommige, vooruitgang boeken', zegt Sanne. 'Dat is bemoedigend. Maar aan de andere kant wordt het werk steeds complexer omdat we steeds meer peuters krijgen doorverwezen waarmee veel meer aan de hand is dan een taalachterstand. Ook vaak autochtone kinderen, met fl inke problemen.'

Vorige kabinetten vonden het belangrijk dat alle vormen van kinderopvang die er nu zijn - gewone peuterspeelzalen ('gewone' kinderen van 2 tot 4 jaar), kinderdagverblijven ('gewone' kinderen van 0 tot 4, vaak van werkende ouders) en voorscholen (voor kinderen van 2 tot 4 met een taalachterstand) - naast elkaar blijven bestaan. Gemeenten mogen daarin zelf hun koers bepalen. Maar veel onderzoekers en een groot deel van de betrokkenen pleiten voor een basisvoorziening voor alle kinderen van 0 tot 6, zoals bijvoorbeeld Denemarken nu al kent.

Volgens Roos Willems, de Alphense voorschool-coördinator, is de situatie nu verre van ideaal: 'We stoppen kinderen met een taalachterstand allemaal bij elkaar en isoleren ze van de rest. Dat werkt segregatie in de hand. Deze kinderen zouden juist zoveel kunnen leren van taalvaardiger leeftijdsgenootjes, vooral tijdens het spelen.'

Willems en Haveman hebben zich in de begintijd sterk gemaakt om dat in Alphen voor elkaar te krijgen, maar de bottleneck was het geld. Willems: 'Er was geen geld voor álle kinderen, er was alleen geld voor achterstandskinderen. En dat was dan dat.'

Het gevolg is, zegt Willems, dat de gewone peuterspeelzalen in heel Nederland in de problemen zitten, omdat ze relatief duur zijn: 'Voor de voorschool betaal je bij ons 35 euro per maand voor vier dagdelen, bij een reguliere peuterspeelzaal 75 euro voor twee dagdelen. Zodra ouders maar even kunnen, komen ze bij ons. Dat is een scheve situatie.'

In het speellokaal loopt een wekker af. 'De bel is gegaan, we ruimen al het speelgoed op', zingen de leidsters Zahia en Sanne in koor. Reshad, Destiny, Filip, Nora, Mohammed, Amal, Julian, Dounia, Deborah, Suhayla, Dominica, Ceyda, Achraf en Yusufcan zetten het speelgoed op z'n vaste plek. Ongeveer de helft zingt wat mee. De meesten weten wat er komt: de kring. 'Masha en de regenkleding', begint Zahia het verhaal, terwijl ze mooie gekleurde platen laat zien. De peuters luisteren aandachtig, behalve Achraf, die telkens enthousiast opstaat van z'n stoel om iets anders te gaan doen. Hij is nieuw en verstaat geen woord. Sanne loopt hem keer op keer achterna en brengt hem rustig terug naar z'n stoeltje en wijst naar de afbeeldingen die bij het verhaal horen.

Bitter weinig

De politiek heeft de afgelopen jaren groot ingezet op VVE. 'Maar het hele beleid is toch een beetje gebaseerd op aannames', zegt onderzoeker Paul Kooiman van de onafhankelijke onderwijsadviesdienst Sardes. Het instituut heeft daarom een landelijke monitor opgezet voor de VVE.

'We weten bitter weinig van de Nederlandse situatie. Wij inventariseren wat gemeenten precies doen met VVE-geld: groepsgrootte, frequentie, aantal leidsters per groep, opleidingsniveau van de leidsters. de methode die wordt gebruikt en hoe die wordt ingezet. Het effect van VVE hangt namelijk af van al deze factoren.

'Ons onderzoek geeft straks overzicht, maar geeft uiteraard nog geen antwoord op de hamvraag voor elke gemeente: wat is nou het effect van al onze inspanningen?'

Smeerkaas

De kinderen zitten inmiddels aan tafel. 'Wat wil jij, Deborah, een cracker of een rijstwafel?' Deborah wil een cracker met pindakaas. 'We lokken ze bij alles wat we doen uit om te praten', zegt Zahia. 'Bovendien leren ze zo in een groep te functioneren en op elkaar te wachten.' Achraf wordt door Sanne telkens met zachte dwang op z'n stoel teruggezet; zijn rijstwafel is even uit beeld gelegd. 'Straks gaan we eten, Achraf. Even wachten.' Een vraagteken op zijn gezicht. 'Wil jij pindakaas of smeerkaas, Mustafa?' Mustafa wijst naar links: de smeerkaas.

'Er is nauwelijks onderzoek waarmee hard wordt gemaakt dat VVE werkt', zegt ook Geert Driessen van het Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Het instituut deed onderzoek naar de effecten van de voorschoolse inspanningen in Nederland. De onderzoekers bekeken daarbij zowel de taal- en rekenvaardigheid als de niet-cognitieve vaardigheden, zoals werkhouding en sociaal gedrag. Driessen: 'Iedereen wil zo graag dat het helpt, maar de mini-effecten die sommige programma's laten zien, 'doven' vaak na groep drie ook nog uit.'

Driessen vreest dat de politiek en betrokkenen het gevoel hebben dat bij zoveel inspanningen het toch wel moet helpen. En bovendien: wat is het alternatief? De onderzoeker zelf hoopt ook dat je op deze manier een soort 'cultureel kapitaal' opbouwt, omdat met de programma's wellicht moeders geactiveerd worden en de peuters simpelweg meer aandacht krijgen dan thuis. Maar hij benadrukt de noodzaak van (langlopend) onderzoek, want nu 'gaat men door met een beleid dat voornamelijk is gebaseerd op hoop'.

Bij de groep van Duo Penotti klettert de zoveelste regenbui tegen de ramen. Op tafel liggen een hamertje, een pen, een telefoon, een popje en een eend. 'Kijk goed wat er ligt, want straks haal ik één ding weg. Kunnen jullie dan raden wat er weg is?' Sanne gooit een zwarte doek over de spulletjes. De peuters slaan hun handen voor hun ogen. Sanne haalt met de doek een voorwerp weg: 'Yusufcan, wat ligt er niet meer op tafel? Korte stilte. 'Kamertje!', roept Yusufcan enthousiast. 'Goed zo, Yusufcan, het hamertje!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden