Eerst een leugenaar, nu de grote redder

PSV-directeur Jan Reker heeft de storm doorstaan die opstak nadat de club voor de vierde keer op rij de landstitel had veroverd....

Charles Bromet

Het kostte Jan Reker deze week geen enkele moeite zich te verplaatsen in zijn generatiegenoot Foppe de Haan. Nadat Jong Oranje had verzuimd zich te plaatsen voor het EK in Zweden, daalde de kritiek neer op de bondscoach die volgens de PSV-directeur tot voor kort nog als de nationale knuffelbeer door het leven ging.

‘Foppe verliest twee wedstrijdjes en ineens kan hij er niets meer van. De mensen die dat nu roepen, zeiden een aantal maanden geleden nog dat hij Van Basten moest opvolgen als bondscoach.

‘Maar Foppe weet: zo goed als ze hem destijds afschilderden, is hij niet. En zo slecht als hij nu wordt gevonden, is hij ook weer niet. Ook Foppe loopt al een jaar of vijftig mee in de voetbalwereld, die weet hoe het werkt.’

Reker (60) draagt het voorbeeld aan, nadat hij heeft getracht de laatste maanden van zijn directeurschap bij PSV te duiden. Want er stak nogal een storm op, nadat PSV in Arnhem de vierde opeenvolgende landstitel had bemachtigd.

Wat begon met een frontale aanval van doelman Heurelho Gomes in een interview in weekblad Voetbal International (‘Reker eruit of ik eruit’), eindigde met het luidruchtige vertrek van de Braziliaan, technisch manager Stan Valckx en scout Piet de Visser.

Allen schoten met scherp op de directeur die zich tot doel had gesteld weer baas in eigen huis te worden. De Servische spelersmakelaar Vlado Lemic – intermediair bij talloze transfers, zakenpartner van Valckx en belangrijk contactpersoon van De Visser – was te invloedrijk geworden binnen de club.

Hoe invloedrijk bleek wel uit de ravage die ontstond, nadat Reker hem de deur had gewezen. ‘Ik heb hier geen les van geleerd, voor mij waren het weetjes. En ik vond dat het anders kon en moest, een gedachte die door heel PSV werd gedeeld.

‘Ik ben met twee voeten op de grond blijven staan en heb mijn rug gerecht. Ik schiet niet direct in de verdediging, maar ga over tot de tegenaanval. Het was daardoor een heftige periode. Eerst was ik een leugenaar en nu lees en hoor ik dat ik juist de man ben die de club heeft gered.’

Dat heeft hem niet cynisch gemaakt, zegt Reker, wel strijdvaardiger.

‘Gelukkig is alle ellende pas naar buiten gekomen, nadat we al kampioen waren geworden. Anders was het echt moeilijk geworden. Nu heb ik mijn periode als trainer kunnen gebruiken als houvast. En intern was er steun, anders had ik deze clash niet kunnen overleven. Het is niet leuk voor leugenaar te worden uitgemaakt, maar je moet ook kijken naar wie dit zegt en met welke achterliggende gedachte.

‘Als iets mij pijn heeft gedaan, is het dat de relatie met Stan Valckx nu na dertig jaar naar de knoppen is. De kritiek van de supporters begreep ik best. Als Gomes roept: Reker eruit of ik eruit, kiezen zij partij voor hem. Want Gomes was hun held en een fantastische keeper.’

Het is een boek dat hij nu heeft gesloten, want Reker wil en moet verder. Dinsdag begint een nieuwe editie van de Champions League, de competitie waarin PSV de laatste jaren als enige Nederlandse club iets te vertellen heeft gehad.

In een poule met Atletico Madrid, dinsdag in Eindhoven de eerste opponent, Liverpool en Olympique Marseille is PSV de enige landskampioen. Niettemin worden de club weinig kansen toegedicht om door te stoten naar de volgende fase. Dit bevreemdt Reker niet.

‘De nummers 4 en 5 uit Spanje, Engeland en Frankrijk hebben namelijk het niveau van PSV en nóg hogere begrotingen. Toch is die Champions League ontzettend belangrijk om je te meten. Maar wij zullen altijd de onderliggende partij zijn die het tegen de bovenliggende clubs moet opnemen.

‘Wij zijn vergelijkbaar met de kleine landen in het internationale voetbal die het tegen de grootmachten opnemen. Daarom moeten wij altijd creatief zijn. We moeten ons niet blindstaren op de clubs met de grote budgetten. Die kunnen we toch niet aan.’

Met interesse volgt hij de ontwikkeling bij Manchester City. Die club is in handen gekomen van Arabische investeerders die worden gesteund door het kapitaal van de koninklijke familie van Abu Dhabi. Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj is er een kleine jongen bij.

In januari, als het transfervenster weer opengaat, zou Manchester City vijftien nieuwe spelers willen kopen, onder wie Cristiano Ronaldo van stadgenoot Manchester United. Een transferbedrag van 150 miljoen euro moet geen probleem zijn.

‘Dat is dan leuk voor de voetballers die er nu zitten’, zegt Reker. ‘Maar ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling, want wat gebeurt er als die investeerders na twee jaar opstappen? Een club moet altijd autonoom zijn en niet afhankelijk van externe financiers. Ik heb ook begrepen dat de UEFA en de FIFA ernaar gaan kijken.’

Maar is het allemaal nog wel leuk én gezond, het smijten met miljoenen van de Engelse clubs? De Champions League, met een finale tussen Manchester United en Chelsea in 2008, is nu immers al een exclusief feestje voor de allerrijksten.

‘Van de laatste acht clubs in de Champions League komen er zes of zeven uit Engeland en Spanje. Dan blijft er nog één plaatsje over voor een ander land. De kans dat wij daar bijhoren is steeds kleiner. Dat is een zaak die de UEFA moet oppakken.’

Het is tevens een ontwikkeling die Reker niet lijdzaam wil ondergaan. Hij werkt aan een plan om de Champions League uit te breiden, zodat de landen onder de top aansluiting kunnen vinden bij de elite.

Over een jaar wil hij het plan presenteren, want het belang van een goede argumentatie en onderbouwing dwingt hem geduldig te zijn. Tevens zal de Champions League in zijn huidige opzet nog drie jaar bestaan, dus van haast is geen sprake.

‘Je hebt geen topsport als slechts vijf landen de top kunnen leveren. Platini wilde de kleine landen meer kans geven om deel te nemen aan de Champions League, maar die plaatsen heeft hij weggehaald uit de middengroep (Schotland, Portugal, Nederland) in plaats van bij de toplanden. Dat betekent dat wij nog maar één tot anderhalve deelnemer hebben. Als we niet uitkijken, verliezen we nóg meer terrein.’

Als de Champions League wordt uitgebreid van 32 ploegen naar meer, kan de middenklasse groter worden, stelt Reker. ‘Dat betekent voor Nederland dat we altijd twee deelnemers hebben. Je moet wel bewerkstelligen dat de competitie niet meer wedstrijden vraagt. Er moet in elk geval meer verrassing komen. Dus niet altijd vier Engelse en drie Spaanse clubs in de kwartfinales.’

Maar ook PSV zal weleens een jaartje de Champions League moeten missen.

Reker: ‘Twee jaar geleden zou dat een ramp zijn geweest. Vorig jaar nog dramatisch. Maar we zijn in de laatste jaren van een negatief naar een positief eigen vermogen gegaan. Komend jaar gaan we daar ook weer heel dik overheen.’

Door de beperkte financiële bestedingsruimte richt PSV zich nu meer dan voorheen op de eigen opleiding. Talent moet geleidelijk doorstromen naar de A-selectie (twee spelers per seizoen) en tevens moeten spelers worden opgeleid om bij andere eredivisieclubs alvast ervaring op te doen.

‘Dat is een heel hoge doelstelling voor het belofteteam, maar daaraan moeten wij werken. PSV moet innovatief zijn en voorop lopen. Op dit moment zijn wij duidelijk de nummer 1 van Nederland als je kijkt naar behaalde kampioenschappen en gespeelde wedstrijden op Europees niveau. Maar er is nog zoveel ruimte voor verbetering.’

Bijvoorbeeld in de overeenkomst met shirtsponsor Philips. Het contract dat concurrent Ajax sloot met de nieuwe shirtsponsor Aegon garandeert de Amsterdamse club een bedrag van ongeveer tien miljoen euro per jaar, dat bij aansprekende resultaten zelfs nog iets kan oplopen. PSV blijft daar duidelijk bij achter.

Dwingt dat de club niet tot directe actie? Nee, meent Reker. ‘We hebben vernomen dat Aegon meer betaalt aan Ajax. Maar toen PSV dat contract sloot met Philips, was iedereen tevreden. Je moet daarom ook niet altijd naar een ander kijken. Je moet wel naar de ontwikkeling kijken en jezelf de vraag stellen: waar gaat dat in de toekomst naar toe? En komen wij niet op achterstand?

‘Nou, wij liggen op achterstand op een aantal vlakken. Ajax heeft een groter achterland, een groter stadion en er zit meer bedrijvigheid om Amsterdam. En ze hebben een shirtsponsor die kennelijk meer betaalt. Op de een of andere wijze moet dat worden gecompenseerd.’

PSV zit in elk geval niet stil en heeft de intentie het stadion uit te breiden van 35 duizend naar 45 duizend toeschouwers. Nederland wil zich kandidaat stellen voor het WK van 2018. Maar PSV zal nooit handelen met alleen die eindronde in het achterhoofd. ‘We moeten het wel vol kunnen krijgen en de belangstelling is er.’

Maar wat is Rekers ambitie met PSV? Hoe moet de club die zeven van de laatste negen landstitels bemachtigde zich de komende jaren positioneren?

‘PSV moet best of the rest willen zijn. Dat wil zeggen dat je bij de loting van de Champions League wordt ingedeeld in pot 2, dus achter de hoofdzakelijk Engelse en Spaanse topclubs. Daar zitten we nu en dat is gezien het land uniek. Ik blijf altijd bezig met de vraag: wat kunnen wij waarmaken?

‘Als je zoals Real Madrid werkt met een begroting van 300 miljoen euro, kun je voor 60 miljoen een speler halen. Dat is 20 procent van de begroting. Ter vergelijking: bij ons is 20 procent van de begroting 12 miljoen.’

PSV zocht naar een vervanger van de naar Schalke vertrokken Peruaanse spits Farfán, maar slaagde er niet in een vervanger uit dezelfde categorie te strikken. Het leidde tot berusting in Eindhoven.

‘Als wij de kans hadden gehad om een 9 te kopen – en dan bedoel ik geen spits, maar een speler die je qua niveau het cijfer 9 zou geven – hadden we het gedaan’, zegt Reker.

‘Maar om nou nog zeven miljoen neer te leggen voor een jongen die een 7½ is, dat wil ik niet. Want daar hebben we er met Lazovic en Koevermans al twee van. Dan betaal ik liever 10 miljoen voor een 9.’

Ajax betaalde wél ruim 16 miljoen euro aan Heerenveen voor aanvaller Miralem Sulejmani. Dat bedrag was een Nederlands record. ‘Maar zij hadden door de verkoop van Sneijder en Babel de financiële middelen. En als je vier jaar op rij geen kampioen wordt, dan móet je.’

Hij zegt zich overigens niet te verbazen over de VI Seizoengids. Daarin stellen tien van de twaalf prominente voetbaljournalisten dat Ajax landskampioen wordt. En dat terwijl PSV de laatste vier titels op rij veroverde.

Reker: ‘Het is hetzelfde als met roulette in het casino. Als het balletje zeven keer op rood valt, denk je: nu zal het wel een keer zwart zijn. En Ajax heeft zo enorm geïnvesteerd dat die gedachte misschien gerechtvaardigd is. Maar ik moet het nog zien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden