Reportage orkaan Idai

Eerst de storm, toen het water

Eerst verwoestte orkaan Idai de huizen in Buzi. Het water sloot de Mozambikanen daarna in, dreef hen letterlijk de bomen in. Daar moesten ze dagen blijven. Voor wie inmiddels is gered, is er dagen na de ramp nog altijd geen voedsel.

Ouders en kinderen zoeken onderdak in een school die tijdelijk dienst doet als opvangcentrum in Beira, Mozambique, nadat orkaan Idai grote delen van het land verwoestte. Beeld AFP

Joaquim João Mare (21) en Rita Poga (17) zaten samen vijf dagen boven in een mangoboom. Ze overleefden door het eten van kokosnoten uit andere boomtoppen, de mango’s zijn niet in bloei in deze tijd van het jaar. Mare en Poga werden gered uit het overstromingsgebied van orkaan Idai en liggen nu op de bruine houten vloer van een school in de havenstad Beira, de tweede stad van Mozambique, met meer dan honderdvijftig anderen, zonder eten en zonder drinken.

Het trappenhuis van de school doet dienst als wc, de vermoeide mensen ontlasten zich er openlijk, de pis loopt langs de traptreden naar beneden. Mare en Poga dragen nog dezelfde kleren als in de mangoboom, hun opvanghal stinkt ook naar zweet.

Voor een versie van dit stuk met meer foto’s kunt u hier terecht.

‘Ik kan niet uitleggen hoe het voelt als een orkaan je huis verwoest’, vertelt Mare. ‘Ik heb nooit zoiets meegemaakt. Je ziet je dak van golfplaat wegwaaien en je muren van leem instorten maar je kunt niet wegrennen want de wind blaast dan misschien een ander dak in je gezicht. En dan regende het ook nog de hele tijd. We wanhoopten. Na het ergste van de storm, toen het water kwam, klommen we in de mangoboom.’

Isabel Daniel (28) zat na orkaan Idai ook vijf dagen vast, op het dak van een gebouw, ‘met wel driehonderd anderen’. Zij overleefde op gekookt water, dat was er metershoog, en als door een wonder had iemand sprokkelhout meegebracht dat onder de schors droog genoeg bleek om vlam te kunnen vatten. Daniel sliep amper, ze hield haar vier kinderen vast, bang dat de kinderen, die niet kunnen zwemmen, in het water zouden vallen.

Nu liggen Daniel en haar kinderen, twee jongetjes en twee meisjes van 3, 5, 9 en 12 jaar oud ook op de vloer in de school in Beira. Uitgeput. Uitgehongerd. Uitgedroogd.

Veel overlevenden in de school lopen moeilijk, hun dagenlange blootstelling aan water op daken en boomtakken heeft hun voeten aangetast. Daniel: ‘Maar ik ben blij. We zijn weer op land. We leven nog.’

De overlevenden zijn per bootje gered uit het gebied Buzi dat in de voorbije dagen het wereldnieuws haalde door de luchtopnames van ondergelopen dorpen met plukjes mensen in bomen en op daken.

Buzi ligt hemelsbreed niet eens zo ver van de stad Beira, je ziet de toppen van de palmbomen in Buzi nog net liggen vanaf de haven van Beira, aan de andere kant van de riviermonding aan de zee bij Mozambique. Maar de weg naar Buzi is lang en voor een deel weggespoeld. Redding komt nu met rubberen boten van bijvoorbeeld de Indiase marine. Donderdagmiddag varen vijf bootjes uit naar Buzi, aan boord zijn oranje hesjes te ontwaren.

Geredde mensen worden in de haven aan wal gezet. Ze doorlopen er medische checks ‘malaria, diarree, duizeligheid’, legt een Mozambikaanse arts uit onder een wit tentzeil. Ze krijgen een bord pap en wat bananen en gaan dan door naar een school zoals die waar Mare, Poga en Daniel overnachten, zonder enig idee van hoe nu verder.

De reddingsoperatie na orkaan Idai komt net op gang, de allereerste noodhulp is wat er tot nu toe is geboden. Hulporganisaties strijken steeds meer neer in Beira en werken aan wat een gigantische vervolgoperatie gaat worden. Het kleine vliegveld van de stad is een zenuwcentrum met ronkende generatoren, bulderende vliegtuigen en draaiende rotoren van helikopters.

Beira zelf is ook hard geraakt, in de stad liggen er op de wegen geknakte telefoonmasten, omgeblazen bomen en afgesneden stroomkabels. Het hevigst getroffen zijn de meer rurale ommelanden, de omvang van de ramp daar wordt steeds duidelijker.

Redding kan behalve met de boot ook komen met de helikopter. Duikers uit Zuid-Afrika vliegen in helikopters over het rampgebied en springen daar waar nodig in het water. Ze slapen in het vliegveld, op de eerste verdieping van de vertrekhal in Beira staan hun vijf groene koepeltentjes. Aan een waslijn doen hun zwarte wetsuits een poging om ondanks de klamme hitte droog te worden.

Travis Trower werkt voor de Zuid-Afrikaanse reddingsploeg. Hij komt even bij, hij rookt een sigaret en laat op zijn telefoon een zwartwitfoto zien die is gemaakt door een satelliet. Ten westen van Beira kleurt het volledig zwart – ‘een gebied van 120 kilometer bij 25 kilometer dat helemaal is overstroomd’, zegt Trower, terwijl er net voor de vliegveldhal een legerhelikopter uit Zuid-Afrika met veel lawaai opstijgt. ‘Wat zich hier rond Beira afspeelt, is een enorme ramp’, zegt Trower, ‘we hebben hier veel meer vliegend materiaal nodig. Het is een clusterfuck.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.