Eerst de opvolging, dan pas de begrafenis

Autoritaire leiders sterven zelden een stille dood. Maar nooit was de machtsstrijd zo fel als aan het ziekbed van de Spaanse dictator Franco....

Het lijkt wel een wetmatigheid, hoe autoritairder de politieke leider tijdens zijn leven, hoe rommeliger zijn opvolging als hij sterfelijk blijkt te zijn. Artsen en woordvoerders doseren het slechte nieuws. Medische bulletins worden onderwerp van tekstanalyse. In het schemer van belangen en emoties loyaliteit, mededogen en ambitie wordt het onafwendbare verhuld, gemanipuleerd en desnoods ontkend.

En terwijl de leider zich vastklampt aan zijn macht, claimen zijn potenti opvolgers hun recht op zijn politieke erfenis. De werdegang van Arafat illusteert op onderdelen dit scenario. En in zijn geval komt er nog iets bij, een complottheorie. Hij zou vergiftigd zijn. Ontkennen helpt niet.

Bijna alles wat op dit gebied mogelijk is, speelde zich af rond het overlijden in 1975 van de Spaanse dictator Francisco Franco, toen bijna 83 jaar oud. In een gecomprimeerde versie zag de wereld later een herhaling rond het overlijden van de Joegoslavische president Tito (1980).

Bij generaal Franco, die na de Spaanse Burgeroorlog 39 jaar over zijn land zal regeren, openbaart zich in 1972 de ziekte van Parkinson en hij heeft last van infecties in zijn mond. Pijn aan zijn benen belet hem te jagen, naast vissen en golfen zijn favoriete sport.

Zijn fysieke problemen hebben, onvermijdelijk, politieke gevolgen. Zijn 'hofhouding' schermt hem af van berichten over corruptie van hooggeplaatste vrienden uit de burgeroorlog. Franco slaapt veel en eenmaal wakker mist hij op tv geen sportwedstrijd.

De kopstukken van de Falangistische beweging lopen zich ondertussen warm voor het eindspel: de opvolging. De gezondheid van de caudillo wordt een cruciale factor. Het wordt zaak de ziekelijke dictator gericht te beloeden en voor eigen kar te spannen. Ultrarechts tracht hem te bewegen terug te keren naar de harde lijn. De zogenaamde technocraten, geconfronteerd met economische en sociale spanningen, worden zwart gemaakt.

De zogeheten El Pardo kliek, genoemd naar het paleis waar de zieke dictator zijn dagen slijt, boekt een overwinning als Franco in 1973 de merendeels uit ultra's bestaande regering van premier Carrero Blanco (70) installeert. Beducht voor een confrontatie tussen de Falangisten kiest Franco niet voor een potenti opvolger, maar voor een vertrouweling die kan bogen op steun onder noch de bevolking noch het leger. Bij gebrek aan financi middelen, als gevolg van de oliecrisis begin jaren zeventig, kan Carrero Blanco de sociale onvrede niet afkopen en neemt hij zijn toevlucht tot repressie.

Vlak voor eind 1973 een showproces tegen tien leden van de illegale vakbond, Comissiones Obreras, begint, blaast de ETA de premier in zijn auto op. Door de moord ligt het spel weer open. Vele namen passeren de revue en de El Pardo kliek heeft zijn handen vol aan het verdacht maken en ontraden van kandidaatpremiers en dus mogelijke opvolgers. Uiteindelijk besluit Franco admiraal Pedro Nieto Antunez als zijn opvolger te benoemen. De El Pardo kliek is not amused en zet Franco onder zware druk om hardliner Arias Navarro als premier aan te wijzen. Franco zwicht.

Intussen verslechtert zijn gezondheid vanaf medio 1974 zienderogen. Een tijdelijke opleving weet zijn arts te bewerkstelligen door hem een programma van oefeningen en meer beweging voor te schrijven. De caudillo knapt zo op dat hij die zomer naar zijn geboorteprovincie Galliciliegt en wordt gefilmd als hij negen holes slaat.

In een ultieme poging hun positie veilig te stellen begint de El Prado kliek een fluistercampagne tegen de huidige koning, dan nog prins Juan Carlos. Met de nederlaag van de Republikeinen in 1939 is Spanje formeel weer een monarchie geworden, zij het dat Franco de functie van staatshoofd bekleedt.

Eind 1974 vertoont de dictator onmiskenbaar tekenen van kindsheid, maar staat erop die winter bij tien graden onder nul te gaan vissen en jagen. In januari wordt een nierinfectie vastgesteld en wordt hij ook nog geplaagd door problemen met zijn gebit. Dat belet hem niet in zijn eindejaarsboodschap te verklaren dat hij 'volledig is hersteld'. Hij blijft geloven in zijn heilige missie en lijkt onkundig van de groeiende paniek onder zijn extremistische aanhangers over hun toekomst. Om die te verzekeren hebben zij een levende Franco nodig. Na pressie van de ultra's gaat Franco akkoord met de executie van vijf van de acht ter dood veroordeelde leden van de maoische verzetsgroep FRAP.

Franco weet van geen opgeven. Op 18 oktober verlaat hij voor het laatst zijn bed. Twee dagen later wordt hij getroffen door een lichte hartaanval. Er volgen er nog twee en op 26 oktober wordt hij getroffen door een beroerte. In een laatste poging probeert premier Arias prins Juan Carlos nog af te schepen met een interim positie. In tegenstelling tot een jaar daarvoor weigert hij akkoord te gaan, en wordt hij officieel staatshoofd. Franco overlijdt na vele complicaties en twee operaties op 20 november als hij, na toestemming van zijn dochter Nenuca, wordt losgekoppeld van de apparaten die hem in leven houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden