Eerst ...    ... dan ! leren knallen

1Kies een rustige omgevingIn je studeerkamer moet niet te veel afleiding zijn, maar ook niet te weinig. Dus liefst de deur dicht en je telefoon en msn uit....

2 Doorgrond de structuur van de stofZit je goed, lees dan eerst de inhoudsopgave van je boek. Zoek naar het onderlinge verband tussen de hoofdstukken en, daarna, tussen de paragrafen. Vanuit het overzicht verder naar de details. Dat geeft houvast. Je hebt een idee waar je het antwoord kunt zoeken, omdat je de verbanden snapt. Als je vooraan begint en dan pagina na pagina erin stampt, leer je alleen losse dingen, die je snel weer kwijt bent.

3Herhalen, herhalen, herhalenStampen kan handig zijn. Bij rijtjes móét het wel, anders onthoud je ze niet, of het nou woordjes, vervoegingen, of chemische formules zijn. Begin een paar dagen tevoren en herhaal het elke dag even. Zo slaan de hersenen de informatie dieper op. Denken is écht een vorm van sport: veel en geregeld trainen geeft betere prestaties. Overbelasting is zinloos.

4 Leer op verschillende manierenInformatie opslaan kun je op allerlei manieren doen: hardop iets uitspreken, iets visualiseren (er in je hoofd een plaatje van maken), naar iets luisteren, ezelsbruggetjes verzinnen, samenvatten of in andere woorden opnieuw formuleren. Kies er niet één uit, maar gebruik ze allemaal: kennis wordt op vele plekken in je geheugen opgeslagen. Als tijdens je examen de ene kennisbron het laat afweten, heb je altijd nog een andere. Op meer dan één paard wedden, heet dat.

5 Doe gewoon!Ga niet ineens anders eten, drinken, slapen of bewegen. Dan breng je alleen maar nieuwe informatie in, waar je brein óók weer iets mee moet. En dat leidt weer af van waar het nu echt om zou moeten gaan: een goed cijfer halen voor je examen...

Goed, het zit er dus in. Twee maanden heb je zitten blokken. Of twee weken. Twee dagen? Hoe dan ook: nu moet het er weer uit! De volgende tien tips zijn voor de examendag zelf.

6 The day before...Leer niet door tot het allerlaatst. Je moet jezelf in staat stellen ter plekke opgaven op te lossen. Dat lukt beter als je fris bent, dan wanneer je met een met een giga-slaaptekort de gymzaal binnenstrompelt.

7 Neem iets meer tijdSta op een gewoon moment op, en ontbijt normaal. Drink geen sloten koud water van tevoren, dat trekt maar energie weg. Neem een ruimere marge voor je route naar school: op tijd komen is nu echt van belang.

8 Alles bij je?Laat die tas vol boeken thuis. Je mascotte niet, en wat te drinken of te eten evenmin. Het briefje met feitjes voor vlak voor het examen kan handig zijn. En er zijn hulpmiddelen: bij elk examen is een woordenboek Nederlands toegestaan. Bij natuur- en scheikunde is Binas onmisbaar, bij aardrijkskunde de Bosatlas. Bij de talen mag je een woordenboek gebruiken, maar zoek niet te veel op, dat kost maar tijd.

9 Lees wat er stáát!Denk niet te snel dat je de vraag snapt. Bedenk goed wat de examenmaker wil weten. Als er staat: geef twee voorbeelden, geef er dan twee en niet meer. Soms is het handig snel in te scannen welk deel van de bijgeleverde informatie je nodig hebt, maar bij tekstbegrip (talen) kun je beter eerst de hele tekst lezen. Als een berekening of verklaring wordt gevraagd, gééf die dan ook. Je krijgt geen punten voor alleen het goede antwoord. Probeer niet té slim te zijn: bijdehante antwoorden zijn heel soms leuk, maar leveren nooit punten op. Ga ervan uit dat de vragen kloppen. Daar is vooraf door zo veel mensen naar gekeken...

10 Multiple choiceProbeer zelf het antwoord te bedenken en kijk dan of dat bij de keuzemogelijkheden zit. Er is géén systeem in de antwoordreeksen: ook als je tien keer A invult, kan dat kloppen. Vul altijd íéts in: misschien gok je goed.

11 Open vragenFormuleer ordelijk. Bedenk dat iemand anders (de corrector!) jouw redenering moet kunnen volgen. Veel opgaven toetsen denkstapjes die allemaal punten opleveren.

12 Er is over nagedacht...Kijk naar elke vraag afzonderlijk. De opgaven zijn zo gemaakt dat als je vraag 3 fout hebt, je toch vraag 4, 5 en 6 goed kunt maken. De moeilijkste vragen zitten vaak middenin.

13 Werk netjesLever je antwoorden op volgorde in. Lukt dat niet, geef ’t dan duidelijk aan. Probeer netjes of in elk geval leesbaar te schrijven, wel zo prettig voor de corrector. Het mag officieel niets uitmaken voor de beoordeling, maar zorg jij maar dat het geen rol kán spelen!

14 TijdnoodKom je toch in tijdnood, maak dan eerst opgaven die veel punten opleveren. Als je een vraag echt niet weet, twijfel niet te lang en ga door. De laatste vraag is meestal niet de lastigste, dus laat makkelijke punten niet liggen!

15 Vertrouwen!Je bent immers niet onvoorbereid op je examen gekomen. En al lijkt het soms anders: de examenmakers zijn er niet op uit je beentje te lichten met instinkers of valkuilen. Lees wat er staat, en werk het rustig af. Veel succes!

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden