Eerlijke doping

Geen dag gaat er voorbij of de sport wordt wel in verband gebracht met doping. Oneerlijke sport dus, want doping is verboden....

EN ALS we nu eens gewoon met z'n allen verklaren dat vanaf heden het dopingprobleem niet meer bestaat? We hebben het zelf gemaakt, dus moeten we het ook kunnen afschaffen.

Zou dat niet heerlijk zijn? Gewoon onbekommerd genieten van opwindende sportwedstrijden, waarin de deelnemers het beste uit zichzelf halen en uit de middelen die ze tot hun beschikking hebben.

Hoogtetraining, krachttraining, hoge-drukkamers, lage-drukkamers, seksuele onthouding, nandrolon, hoeren, snoeren, testosteron, de bontmuts van je moeder, het slipje van je vrouw, RSR-13 of RSR-14. Ons maakt het niet uit hoe ze het doen, als ze het maar zo goed en zo opwindend mogelijk doen.

Erik de Bruin (oud-discuswerper en vier jaar geschorst geweest wegens dopinggebruik) hebben we alvast mee. Hij stelt de Amerikaanse professionele sportwereld ten voorbeeld. Sport is amusement en dan is zo'n dopinglijst alleen maar een lastige sta-in-de-weg.

'Het publiek dat voor de televisie zit, maakt het echt niks uit of er bij een 100-meterfinale of in een wielerkoers gebruikers aan de start staan. Het gaat om het eindresultaat, om de wedstrijd, en als er dan een Nederlander wint, dan is dat helemaal fantastisch.'

Ook Tim Krabbé (oud-schaker, schrijver van de wielerroman De Renner en van onbesproken gedrag) is akkoord: 'Mij interesseert enkel de prestatie en ik wil niets te maken hebben met de manier waarop die tot stand is gekomen. Een wielrenner heeft zijn vak en wil daarin het beste presteren.'

Nogmaals De Bruin: 'Als ik in het museum voor een schilderij van Van Gogh sta, dan vraag ik me ook niet af of ik naar het kunstwerk sta te kijken van een kunstenaar die tijdens het schilderen alcohol of een of ander opiaat heeft gebruikt.'

Die vergelijking is het dankbaarste argument tegen het verbod op dopinggebruik. Wat maakt het ons uit als een zenuwachtige violist een betablokker slikt om zijn prachtige spel ten gehore te brengen? Wat maakt het u uit als er bij de voltooiing van deze alinea al drie inktzwarte bakken koffie naar binnen zijn gegaan? Overal is het ieders eigen verantwoordelijkheid, behalve in de sport. Waarom?

Omdat er anders doden vallen, antwoordt Berend Nikkels, als sportarts verbonden aan de schaatsploeg van Spaar Select. In antwoord op De Bruin zegt Nikkels: alsjeblieft geen Amerikaanse toestanden. Hij heeft een onthutsend voorbeeld uit het American Football paraat.

Spelers worden zodanig volgespoten met anabolen dat hun hartspier erdoor wordt opgeblazen. Nikkels heeft een tijdje in de VS gewerkt en weet van oud-professionals die moesten verhuizen naar een woning in de buurt van een ziekenhuis omdat ze om de haverklap een hartinfarct hadden. Nikkels: willen jullie daar soms naar toe? Wij: ja, nee, natuurlijk niet.

Zo gaat het dus altijd als het over doping gaat: mooie theorieën worden gepareerd met afschuwwekkende voorbeelden uit de praktijk. Maar de wens was de vader van dit artikel en daarom keren we gauw terug naar de ratio achter het dopingbeleid.

Filosoof Jan Tamboer is de man die we moeten hebben. Hij is verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en publiceerde vorig jaar samen met Johan Steenbergen het boek Sportfilosofie. Daarin is een uitgekiend pleidooi voor vrijgave van doping opgenomen, echt de nekslag voor de dopingproblematiek.

Van een interview kan helaas geen sprake zijn. Tamboer zegt dat hij zich een roepende in de woestijn voelt en dat hij geen zin meer heeft in die rol. Maar paragraaf 4.3.3. van Sportfilosofie levert genoeg munitie op om gaten te schieten in het huidige dopingbeleid.

De auteurs onderscheiden twee argumenten voor dopingcontrole. De eerste is fair play en de tweede is de gezondheid van de sporter.

Van dat eerste argument maken ze snel gehakt. Dat is niet zo moeilijk, maar het moet natuurlijk wel even gebeuren. Er bestaan volgens hen twee vormen van fair play. In directe zin is fair play vastgelegd in spelregels, zoals: een voetballer mag zijn handen niet gebruiken. Maar geen enkel reglement kent een spelregel die doping verbiedt.

Daarom zoeken sportorganisaties in toenemende mate hun toevlucht tot ethische codes waarin dopinggebruik wordt afgezworen. De deelnemers aan de Tour de France moeten bijvoorbeeld plechtig beloven dat ze Parijs op eigen kracht bereiken. Dan hebben we het over fair play in informele zin.

In die zin moet doping worden beschouwd als een oneigenlijke manier om de verschillen te vergroten. Een atleet loopt met nandrolon harder dan zonder nandrolon en dat is oneerlijk.

Maar ook dat argument wankelt snel onder druk van onze auteurs. De sportwereld wemelt van de onrechtvaardigheid. Er is verschil in aanleg, verschil in wilskracht, verschil in trainingsmogelijkheden, verschil in van alles. Gelukkig wel, anders zouden het saaie competities worden. Wie durft te beweren dat nandrolon een oneerlijker verschil creëert dan een klapschaats?

En als dat oneerlijke verschil al een argument zou zijn, pleit het eerder voor vrijgave van doping. De controles zijn zo gammel dat ze de ongelijkheid alleen maar bevorderen. De één lapt met RSR 13 elke controle aan zijn laars, de ander is met Epo de klos.

Toen Emile Vrijman nog aan de andere kant stond als directeur van Necedo, zei hij in antwoord daarop: fietsendiefstal is ook nog steeds strafbaar, ook al wordt zelden een fietsendief gepakt. Maar het blijft schending van het eigendomsrecht, net zoals dopinggebruik schadelijk is voor de gezondheid.

Tamboer en Steenbergen, filosofen als ze zijn, gaan op die kwestie niet in. 'De mate van schadelijkheid valt buiten de discussie.' Ze stellen wel de terechte vraag waaraan de sportbonden dat recht van paternalisme ontlenen. De uitgeversbond zal Ronald Giphart heus niet schorsen als hij cocaïne gebruikt. Waarom dan wel farmacologische regels voor sporters? Omdat er anders doden vallen, zegt Nikkels.

Het is alweer 34 jaar geleden dat Tommy Simpson dood van zijn fiets viel met een kwaadaardige cocktail in zijn lijf. Het was de directe aanleiding voor dopingcontroles in het wielrennen. Maar wat heeft Dario Frigo in 2001 op zijn hotelkamer laten slingeren? Een nog veel kwaadaardiger cocktail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden