Eerherstel voor de ondoorgrondelijkheid van het bestaan

Marie José Burki, Vong Phaophanit, Rosângela Rennó en Roy Villevoye, t/m 9 april in kunstcentrum De Appel te Amsterdam, open: di-zo 12-17 uur....

Volgend op de tentoonstelling Jetztzeit, waarin een internationaal gezelschap van kunstenaars een jammerlijke poging ondernam de voorbijsnellende tijd te snappen, brengt het Amsterdamse kunstcentrum De Appel nu een groepsexpositie die officieel thema- en titelloos is, maar intussen, toevallig of niet, een tegendraads vervolg aan Jetztzeit geeft. De vier deelnemende kunstenaars betrappen de tijd niet, zij vertragen hem juist.

In een voor de gelegenheid van de buitenwereld afgesloten bovenzaal is het wit, ruim en stil. Er hangt een heerlijk serene atmosfeer. De ramen zijn onzichtbaar, maar de zaal is helder verlicht en ogenschijnlijk tot in alle hoeken overzichtelijk. Ogenschijnlijk, want de vrijwel lege ruimte is allesbehalve inhoudsloos. Witte inscripties in de witte muur brengen de bezoeker een verlies onder ogen - of een verlies dat dreigt.

'Ze smeekte ons deze foto's (van haar) te nemen, alsof ze wist dat ze nog die dag zou sterven', staat er. En elders: 'De vrouw wilde echter niet dat er een foto van haar of het kindje werd genomen. Ze was ervan overtuigd dat haar ziel dan in de foto zou achterblijven.' De zinsneden, die afkomstig zijn uit langere fragmenten van krantenartikelen, gaan schuil in ondiepe nissen, sobere, door de Braziliaanse kunstenares Rosângela Rennó (1962) vervaardigde wandreliëfs.

Gedenktekens zouden het kunnen zijn, voor de geschiedenis van anonieme individuen, wier drama's immers dag na dag worden verdrongen door die van ándere in de krant geportretteerden. Maar de reliëfs memoreren meer dan particuliere levensverhalen. Het zijn ook spookbeelden van de vergetelheid in het algemeen, van de tijd die in het voorbijgaan zelfs onze eigen herinneringen te vlug af is.

De witte woorden van Rennó wijken niet voor niets in de wand, letterlijk, alsof ze ternauwernood behouden bleven. De feiten zijn ons ontglipt. Wat ervan resteert zijn flarden, die voor een nadere invulling zijn aangewezen op de verbeelding. Alleen over één gegeven tonen de teksten zich uitgesproken ondubbelzinnig. Zowel de diffuse verschijning van de inscripties zelf als de daarin telkens opnieuw herhaalde verwijzingen naar de (on)macht van de fotografie, impliceren dat woorden nòch beelden de menselijke fragiliteit kunnen compenseren.

Een passage die even hilarisch als tragisch is, verhaalt over een gescheiden vrouw die een rechtszaak aanspande om haar trouwfoto terug te krijgen: de gedachte alleen al dat haar portret het huis van haar ex-man zou delen met zijn nieuwe geliefde was voor haar onverdraaglijk. Paradoxaal genoeg zonder de zeggingskracht van haar eigen beelden te ondermijnen, suggereert Rennó, en zij demonstreert dat in De Appel trouwens ook, dat zelfs de zogenaamd waarheidsgetrouwe foto's in wezen net zo vluchtig zijn als een venster transparant is.

In een hoek tegenover haar wandreliëfs, vatte de kunstenares in twee nep-deuren glasnegatieven van oude portretten. Wanneer de kijker in die beeltenissen van baby's tot en met bejaarden (allen uit een voorbije era die, getuige de gesloten deuren, voorgoed ontoegankelijk is) nog iets van 'persoonlijkheden' wil herkennen, zal hij de aangevreten momentopnamen in gedachten zelf moeten aanvullen. Deze reanimatie van fragmentarisch overgeleverde identiteiten wordt extra bemoeilijkt doordat het glas ook de gelaatstrekken van de toeschouwer zelf weerspiegelt.

De in de installatie van Rennó delicaat onder ogen gebrachte weemoed omtrent de vergankelijkheid, blijft elders in De Appel ongeëvenaard, ofschoon ook de overige deelnemers aan de tentoonstelling, de Nederlander Roy Villevoye (1960), de in Laos geboren en nu in Engeland wonende Vong Phaophanit (1961) en de Zwitserse Marie José Burki (1961) op enigerlei wijze de onstandvastige waarneming dramatiseren: de interpretatie van tijd, taal, cultuur en natuur, die onherroepelijk door onze persoonlijke, veranderlijke en soms verraderlijke projectie wordt beïnvloed.

Villevoy brengt huidskleuren van over de hele wereld in kaart, met reeksen gefotografeerde mannen- en vrouwenruggen, die hij tentoonstelt naast staaltjes schmink en kodakcolorstripjes. Zijn beelden openbaren oneindig veel meer nuances dan het geijkte blank, bruin en zwart, benevens het door kinderen gelauwerde geel en rood dat kenmerkend zou zijn voor respectievelijk Chinees en Indiaan. Behalve tussentinten laat Villevoy zien waarin alle huidskleuren tesamen resulteren: een grijs dat zo moddergrauw is, dat het alleen maar het belang onderstreept, alsmede de aantrekkingskracht, van het specifiek eigene binnen het algemeen menselijke.

Met behulp van in de massa-media gebruikelijke middelen (foto, video, drukletter en reproduktie) kritiseren alle in De Appel vertegenwoordigde kunstenaars de veralgemeniserende werking van de alledaagse informatiestroom, waarin onderlinge verschillen dreigen te verdwijnen in een draaikolk van steeds lozer ogend lief en leed. De meerwaarde van de expositie schuilt er in dat de kunstenaars het niet laten bij het andermaal aan de oppervlakte brengen van ons terloopse kijk- en luistergedrag, maar hier ook iets tegenover stellen.

Het bestaan van mens èn dier dat met het uitzetten van de televisie of het dichtslaan van een tijdschrift in één beweging ten onder gaat met de reclames die het telkens onderbreken, wordt door hen juist stilgezet en opnieuw van betekenis voorzien. Dat die betekenis soms zelfs bij een herhaalde oogopslag maar moeizaam te achterhalen is, kan worden beschouwd als een lovenswaardig eerherstel voor de ondoorgrondelijke dimensies van dat bestaan. Al bevindt de bezoeker zich ten slotte oog in oog met een zeer langdurig door Burki in beeld gebracht uilegezicht: dit onbewogen naar hem terugblikkende wezen bewaart zijn spreekwoordelijke wijsheid voor zichzelf.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.