EERHERSTEL VOOR CRIMINOLOGIE?

BIJ het begin van de hoorzittingen van de parlementarie enquêtecommissie-Van Traa beleefde de criminologie haar finest hour. Vier vooraanstaande criminologen werden als eerste ondervraagd....

KEES SCHUYT

Dit al te zeer op de spits gedreven onderscheid leidde er zelfs toe dat enkele jaren geleden bij de oprichting van een nieuw onderzoeksinstituut voor rechtshandhaving (betaald door Justitie en NWO) alle gevestigde universitaire criminologen werden gepasseerd. Zoals nu blijkt zeer ten onrechte.

Want nu de nood van de enquêtecommissie aan de man was, kregen de universitaire criminologen kans op revanche. De onderzoeksopdracht van de enquêtecommissie ging naar drie onafhankelijke, universitaire criminologen en een met een dubbelpositie.

Ik wil hier nu de vraag stellen hoe dit eerherstel voor de criminologie heeft uitgepakt. Hoe hebben ze hun wetenschappelijke onafhankelijkheid benut? Wat te denken van de getuigenis van F. Bovenkerk, die de kritiek van veel belangenorganisaties en van minister Dijkstal over zich heen heeft gekregen? Is hij inderdaad onzorgvuldig geweest of moet de samenleving nog leren wennen aan harde, wetenschappelijke vaststellingen van onaangename feiten?

De criminologie is niet alleen een moreel gevoelig, maar ook een moeilijk te beoefenen vak. Morele oordelen, normatieve rechtsregels, feitelijke gedragingen van mensen, sociologische achtergronden en dieptepsychologische motieven van strafbaar gedrag komen allemaal samen in de criminologie.

Bovendien is de toegang tot het wetenschappelijk te bestuderen materiaal buitengewoon lastig. Vele misdrijven spelen zich om begrijpelijke redenen af in de heimelijkheid en in de verborgen uithoeken van de samenleving. Dit schept enorme moeilijkheden bij het zuiver en zorgvuldig opstellen van wetenschappelijke generalisaties over bijna elk onderwerp van studie.

Criminologen moeten zich meestal behelpen met de ontdekte en geregistreerde criminaliteit, met dossiers, de papieren werkelijkheid, die een schaduw is van de echte. Zij weten als geen ander dat dit slechts een niet-toevallige selectie is uit het onderzoeksuniversum. De precieze relatie tussen ontdekte en niet-ontdekte, geregistreerde en niet geregistreerde criminaliteit, is nog steeds een onopgelost raadsel.

Als de verhouding tussen deze twee constant zou zijn, zou je van de dossiers kunnen generaliseren naar de niet-onderzochte en niet betrapte werkelijkheid. De schattingen over die verhouding lopen uiteen van 1:1,5 tot 1:8, uiteraard wisselend per delictsoort. Bij de beschrijving van de omvang van de criminaliteit begint men bij de gepakte criminelen, bij de verklaring van de oorzaken van criminaliteit begint men meestal bij alle mensen, ook de niet gepakte. Die twee werelden lopen nauwelijks parallel en hier ligt de bron van veel misverstanden en onjuiste generalisaties.

Bovenkerk kreeg inzage in voor criminologen vaak ontoegankele dossiers, maar hij komt met uitspraken over hele groepen van de populatie die niet als populatie zijn onderzocht. De aloude valkuil van de criminologie. Het zou kunnen zijn dat een nader bewijs voor de 'enkele tientallen percenten van de etnische bevolkingsgroepen' te leveren valt. Als zo'n omvang daadwerkelijk aantoonbaar is, moet het als wetenschappelijk oordeel aanvaard worden en mag het niet als maatschappelijk vooroordeel bestempeld en veroordeeld worden. Het bewijs zal overigens niet gemakkelijk zijn te leveren, juist omdat het de nooit volledig te onderzoeken onderdelen van de sociale werkelijkheid betreft.

De criminologen hebben een uniek inkijkje gekregen in een voor hen moeilijk toegankelijke wereld. Ze zijn daarbij als geleerde speurders ingehuurd. De meerwaarde van de wetenschappelijke criminologen zou daar bovenop kunnen liggen in het aanstippen van verdergaande verbanden, bijvoorbeeld in de positie van jeugdige allochtonen in onze samenleving (zonder school, werk en geld) en hun kwetsbaarheid als pion van de georganiseerde misdaad. In het aanstippen van het verband tussen de door iedereen zo gewilde 'vrije doorvoer van personen, geld en goederen' en het enorme gemak waarmee de georganiseerde misdaad met behulp van veel grote en kleine handlangers een nu zeer kwetsbaar geworden samenleving infiltreert.

De criminoloog als getuige-deskundige moet niet alleen maar opsporen en beschuldigen, maar vooral de condities zo nauwkeurig mogelijk aangeven waaronder belangrijke criminele gedragingen floreren.

Met andere woorden: het criminologisch onderzoek moet vooral beginnen waar het onderzoek van de parlementaire enquête eindigt. Er is dus nog heel veel werk aan de winkel voor de universitaire criminologie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden