Eerbetoon Miles Davis beteugeld door mat orkest

De arrangementen zijn kleurrijk, de solo's puntgaaf en technisch loepzuiver, alleen de spanning en dynamiek ontbreken volledig.

Jazz


Jazz Orchestra of the Concertgebouw & Christian Scott


Amsterdam, Concertgebouw, 20/7


Als in een dwangbuis gevangen, vastgeketend en papierprop in de mond. Zo moet Christian Scott zich in het Concertgebouw hebben gevoeld. De trompettist is een blinkende persoonlijkheid in het jazzgenre met zijn authentieke, licht schreeuwerig timbre, geëngageerde onderwerpen en opzichtige flirt met andere muziekgenres. Zo hoor je hem tenminste in zijn eigen bands, het podium als een combinatie van boksring, debatcentrum en feestzaal. Nu is het vooral een statige receptie in het gemeentehuis.


Het leek op een goed idee: een nachtelijk jazzconcert in het Concertgebouw. Een concept met nostalgische achtergrond en stiekeme hoop om oude tijden te laten herleven. Zo speelde Miles Davis vaker na twaalven. Het was zo'n vijftig jaar geleden niet goedkoop om grote jazzartiesten te laten opdraven en dus werd vaker gekozen voor een dubbelconcert: 's avonds in Den Haag en 's nachts in Amsterdam.


Het leidde vaker tot de meest legendarische concerten. Beroemdst is Davis' optreden in 1960, net na de modale jazzplaat Kind of Blue. Controversieel in die tijd: honderden bezoekers liepen ontdaan de zaal uit omdat zij zich niet konden identificeren met de vernieuwende muziek. Achteraf blijkt Davis, met ook de wild spelende saxofonist John Coltrane op de bühne, vooral een nieuwe standaard te zetten voor hoe jazzmuziek ook kan klinken: vrij van platitudes en progressief.


Daar is in deze warme zomernacht 53 jaar later totaal geen sprake van. In een ode aan Miles Davis opereert Scott als gastsolist van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC). Stukken uit het repertoire van Davis van de jaren vijftig en zestig zijn gearrangeerd, Scott krijg de leidende rol en de solo's. Dan hoop je dat een jonge gast, met een frisse kop en performance en vooral een ongeëvenaarde overtuigingskracht, zulke stukken nieuw leven inblaast. Of met wilde noten wat vuurwerkbommen de plechtige zaal in gooit. Maar het is een nacht zonder expressie, karakter en spontaniteit. Je vraagt je af wat de jazzmuziek heeft aan zulke musealisering.


Eigenlijk kan Scott het minst verweten worden. Het zit hem niet mee. Al bij de eerste intro raakt hij in de problemen door een defect aan het trompetventiel. De andere trompetten die staan opgesteld redden hem, maar donderen even later van hun standaard. Hoewel Scott baalt, lost hij het muzikaal mooi op. En wat een stoere presentatie heeft hij toch. Nek schuin, trompethals naar boven gebogen, enorme blaaskracht. Het klinkt zelfs goed als hij naast de microfoon blaast.


Maar dan het zo veilige bigbandgeluid van JOC. Het mist de urgentie, de spraakmakende individuen en de brutaliteit die jazz zo wezenlijk maken. De avontuurzucht, interactie en de muziek in het moment: juist dankzij zulke elementen ontstaan de fascinerende verhalen die jazzmuziek het eeuwige leven geven. De arrangementen zijn kleurrijk, de solo's puntgaaf en technisch loepzuiver, alleen de spanning en dynamiek ontbreken volledig. Scott probeert het enkele keren open te breken, maar verzandt in nederigheid door de beteugeling van matte noten.


Tim Sprangers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden