Eer het kleine huis

De strijd tussen nieuwlichters en oud- getrouwen is zinloos, staat in het jaarboek Architectuur in Nederland. Het is tijd om de middenweg te omarmen.

Verrassen - het is doorgaans niet de sterkste kant van het jaarboek Architectuur, dat al ruim een kwart eeuw de dertig beste gebouwen van het jaar bundelt. Maar vorig jaar wist de nieuwe redactie bestaand uit architectuurcriticus Linda Vlassenrood, ontwikkelaar Edwin Oostmeijer, universitair hoofddocent Tom Avermaete en architect Hans van der Heijden, een relletje te ontketenen. Want wat bleek: alom gewaardeerd werk van twee van Nederlands beroemdste bureaus - University College Amsterdam van Mecanoo, De Boekenberg van MVRDV - was niet in het jaarboek opgenomen. In een open brief aan de redactie vroeg Winy Maas, de M van MVRDV, om opheldering. Een reactie bleef uit.


Nu, met de verschijning van de 27ste editie van het jaarboek, krijgt Maas toch nog een antwoord, in de vorm van het motto op de eerste pagina, een citaat van de Italiaanse architect Vittorio Magnago Lampugnani. Kort gezegd betwijfelt Lampugnani of de vernieuwingsdrang van architecten wel prijzenswaardig is. De redactie moet vorig jaar dezelfde twijfel hebben gehad over de Boekenberg. In deze bibliotheek vormen boekenkasten een 'berg', waarover een glazen stolp is geplaatst. De boeken staan letterlijk 'in de etalage'. Zonder meer vernieuwend, maar dus ook goed? Kennelijk niet.


Misschien dat de redactie het achteraf laf vond om op zo'n manier commentaar te geven. Dit jaar kiest zij voor een andere aanpak. MVRDV staat wel in het jaarboek, met de omstreden Glazen Boerderij in Schijndel. Voorzien van kritiek. Als de print van een Brabantse boerderij op het glazen winkelgebouw ironisch is bedoeld, is dit 'de absolute nullijn in de betekenisverlening van de moderne architectuur', schrijft architect Hans van der Heijden. En ook De Rotterdam van Rem Koolhaas wordt niet onverdeeld positief besproken; de kozijnen zijn lomp uitgevoerd, de appartementen rechttoe-rechtaan in een toren gepropt, aldus Oostmeijer.


Meer dan de gewoonlijke top-30 lijkt dit jaarboek een poging het architectuurdebat aan te zwengelen. Want als 'vernieuwend' niet langer de norm is voor goede gebouwen, wat dan wel?


Een voor de hand liggend antwoord zou zijn: niet-vernieuwend. Ofwel: retro-architectuur. Juist deze manier van denken, in tegenstellingen, stoort de redactie. Al decennialang lijkt de Nederlandse architectuur verdeeld in twee kampen: de op verandering gerichte supermodernisten (MVRDV, Koolhaas), tegenover de post-modernisten (Sjoerd Soeters voorop), die vinden dat vroeger alles beter was. Hun 'stijlstrijd' is zinloos, stelt Van der Heijden in zijn essay. Beter zou het zijn een middenweg te zoeken. Deze 'middenarchitectuur' staat centraal in het jaarboek.


Saai, braaf klinkt het. En op het eerste gezicht oogt de woningbouw misschien ook zo. Maar dapper is het ook, om architectuur die niet sexy maar wel relevant is, aan de orde te stellen. Want dit zijn wel de huizen waarin een nieuwe generatie opgroeit, waar zzp-ers hun eigen bedrijfje beginnen, waar ouderen hun levensavond doorbrengen. Dit zijn de projecten die probleembuurten tot 'prachtwijken' moeten maken. Belangrijk dus, terwijl we er het minst geld aan uitgeven.


Zo bezien zijn deze projecten wel opzienbarend. Met een beperkt budget, maar veel liefde voor materialen, gevoel voor compositie en oog voor detail zijn architecten erin geslaagd om projecten te realiseren, die ver boven de standaard woningbouw uitstijgt.


Neem de rijtjeshuizen in Brunssum, waarvoor van Jo Janssen en Wim van de Bergh met prefab steenstrips prachtige, warmrode gevels ontwierpen waarachter lichte, loftachtige ruimtes schuil gaan. Huizen die ook nog eens duurzaam zijn, zodat de energierekening van de bewoners laag is. Kijk in Hengelo, waar Korth Tielens een na-oorlogse stadsvernieuwingswijk fraai heeft aangeheeld met kloeke, chocoladebruine baksteen huizen. Of in Amsterdam-Oost, waar Hoogeveen architecten een sloop-nieuwbouwproject aangreep om een nieuw buurtplein aan te leggen.


Er is veel te zeggen voor deze 'alledaagse' architectuur. Vanwege de crisis zitten de opdrachten nu niet in theaters, musea en wolkenkrabbers, maar in betaalbare koop- en sociale huurhuizen. Talloze scholen kampen met achterstallig onderhoud; die moeten gerenoveerd worden. En gezien het gebrek aan geld is het aannemelijk dat er verder gekort zal worden op de budgetten.


De vraag is alleen: is Nederland klaar voor alledaagse architectuur? Zijn wethouders bereid om prestigieuze projecten definitief naast zich neer te leggen en zich te richten op de bulk in de bouw? Geloven ontwikkelaars nog in plannen zonder conceptueel verhaal of romantische referenties? Zullen kopers 'architectuur die nergens over gaat' op waarde kunnen schatten?


Met de keuze voor de cover, de hoofdprijs van het 'NK architectuur' zoals het jaarboek wel genoemd wordt, had de redactie een statement kunnen maken, haar betoog kunnen onderschrijven. Dat uiteindelijk niet een woningbouwproject de omslag siert, of - als het dan toch een landmark moet zijn - het 'stedelijk icoon' Rozet (Neutelings Riedijk architecten), maar de meer mediagenieke Rotterdam, is veelzeggend.


Architectuur in Nederland - Jaarboek 2013/2014. Samenstelling Tom Avermaete, Hans van der Heijden, Edwin Oostmeijer, Linda Vlassenrood


nai010 uitgevers

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden