Analyse Pensioenleeftijd in België

Eenzijdige verhoging pensioenleeftijd zet kwaad bloed bij Belgen: 67 is onbespreekbaar

Met haar eenzijdige actie om de pensioenleeftijd stapsgewijs te verhogen, heeft de Belgische regering kwaad bloed gezet. Een normale discussie is niet meer mogelijk, zo bleek woensdag bij een betoging in Brussel.

Beeld Simon Lenskens

Ferme slogans klinken in twee talen vanaf het podium, Frans en Nederlands, en daarna schreeuwt de Belgische vakbondsvrouw een paar Engelse scheldwoorden in de megafoon. ‘Langer werken en minder pensioen?’, herhaalt een keurig geklede dame van middelbare leeftijd vol vuur, ‘Fuck you!’.

Het tekent de sfeer in het Belgische pensioendebat: harde bezuinigingen en gebrekkige communicatie hebben tot een vertrouwensbreuk geleid die niet gemakkelijk kan worden gerepareerd. Dat concludeerde een groep wetenschappers in een studie die eerder deze week is verspreid, en dat proef je bij de tienduizenden mensen die woensdag naar Brussel zijn gegaan om te demonstreren tegen de pensioenplannen van de regering.

Ook in België zijn maatregelen nodig om het systeem betaalbaar te houden en direct na haar aantreden in 2014 startte de regering een ambitieus programma – voor een groot deel gebaseerd op een rapport van de Pensioencommissie. De leeftijd waarop mensen stoppen met werken moet omhoog, en er zou een puntensysteem worden ontwikkeld waarmee aan het einde van de loopbaan kan worden berekend op hoeveel geld mensen recht hebben.

Beeld Simon Lenskens

Maar de regering spande de kar voor het paard. De pensioenleeftijd werd zonder enige vorm van overleg verhoogd. Nu is die nog 65, maar in 2025 wordt het 66, en in 2030 moeten Belgen tot hun 67ste blijven werken. Deze maatregel was een complete verrassing (ze stond in geen enkel partijprogramma) en zette kwaad bloed bij zowel de oppositie als de vakbonden. Sputterend zegde de regering vervolgens toe dat er nog wel onderhandeld zou gaan worden over zware beroepen, maar het budget daarvoor is beperkt. 

Sindsdien hebben de drie vakbonden samen een grote campagne rond de pensioenen opgezet. Het is een thema waarvoor werknemers zich gemakkelijk laten mobiliseren: het gaat tenslotte iedereen aan, en de onduidelijkheid van de plannen, voedt de ongerustheid. Met de verkiezingen van dit najaar in zicht, ruiken de bonden hun kans. Vooralsnog echter, lijkt het erop dat de regering hen niet tegemoet zal komen.

De pensioenleeftijd is in heel Europa een heikel punt. Zo hebben de sociale partners in Nederland vorige maand voor het eerst samen een vuist gemaakt voor een flexibele AOW-leeftijd. De officiële leeftijd in ons land is nu 66 jaar, maar omdat de levensverwachting stijgt, gaat deze in 2022 naar 67 jaar en 3 maanden. Die almaar stijgende pensioenleeftijd is niet eerlijk tegenover mensen met een zwaar beroep, zo vinden FNV, CNV en Bouwend Nederland.

Beeld Simon Lenskens

\In Frankrijk ligt het onderwerp helemaal gevoelig. De pensioenleeftijd is er verhoogd naar 62, maar de gemiddelde Fransman stopt op zijn 58ste al met werken. Voor ambtenaren zoals bijvoorbeeld treinmachinisten gelden speciale, comfortabeler regelingen, maar zodra de regering suggereert daar aan te willen sleutelen, springen de vakbonden op de barricades en wordt er gestaakt.

De Belgische aanpak stemt de Europese autoriteiten weliswaar tevreden, maar in het land zelf lijkt het vertrouwen volledig om zeep geholpen. ‘De regering is het grote maatschappelijke debat over de keuzes die gemaakt moeten worden, uit de weg gegaan’, zegt pensioenexpert Bea Cantillon (UAntwerpen). ‘Daarom zit het nu muurvast.’

Cantillon is één van de wetenschappers die deze week alarm sloeg over de discussie rond de pensioenen. ‘We zijn verstrikt geraakt in een web van hele fouten en halve leugens’, zegt ze over de telefoon. ‘Dat geldt voor de regering, maar ook voor de sociale partners die verwarring zaaien over een toch al ingewikkeld onderwerp, en daarmee angst aanwakkeren. Die emotie, het wantrouwen, is volgens ons nu het grootste probleem – niet de ideologische tegenstelling. Het is zaak de discussie tot de kern terug te brengen.’

'Nog eens zeven jaar werken, ik weet niet of ik dat kan'

Timothy Ryheul (33), pakketbezorger uit Gent

 ‘Iedereen zegt natuurlijk dat hij een zwaar beroep heeft. De één zit met nachtdiensten, de ander met hoge werkdruk en een derde moet de hele tijd zware dingen tillen. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor mij, want ik loop de hele dag met pakketten te zeulen. Stapels kleine pakjes. Grote zware dozen. We hebben het eens uitgerekend, en ik verplaats elke dag tussen de 1.200 en de 1.500 kilo. Daar slijt je wel van. Ik heb collega’s die op hun 35ste al thuiszitten omdat ze last hebben van hun rug. Dus nee, ik zie niet hoe ik dat tot mijn 67ste kan volhouden.

‘De meeste mensen die demonstreren zijn al wat ouder. Dat begrijp ik goed: hun pensioen nadert, misschien tellen zij de jaren al af, en dan moet je plotseling je plannen bijstellen. Ik snap ook dat er veel minder jongeren zijn. ‘Het is nog ver weg’, zeggen ze tegen me, ‘ik ben daar echt niet mee bezig.’ Maar ik wel ja. Misschien komt het doordat ik al een gezin heb. Dat verandert veel zaken, je gaat veel meer naar de toekomst kijken. En als er nu niet aan de bel wordt getrokken, vallen mensen van mijn leeftijd straks zeker buiten de boot.’

Timothy Ryheul (33). Beeld Simon Lenskens

Ben De Herdt (49), basisschoolleraar in Ekeren

‘Ik geef les aan de zesde klas, wat bij jullie in Nederland groep 8 zou zijn, en heb de kinderen deze week het wiskundige begrip even­redigheid uitgelegd: als je twee waarden hebt en ze nemen allebei met dezelfde grootte toe, noem je dat rechte evenredigheid. Als de ene waarde toeneemt en de andere met dezelfde factor afneemt, is er sprake van omgekeerde evenredigheid. Na die les heb ik mijn leerlingen verteld waarom ik vandaag niet op school ben. Ik ga demonstreren omdat we langer moeten werken, maar tegelijkertijd minder pensioen krijgen. Omgekeerde evenredigheid dus, dat snapten ze ­meteen.

‘Mijn grootvader zat ook in het onderwijs, hij kon op zijn 50ste met prepensioen. Die tijden zijn voorbij, dat begrijp ik ook wel, maar ik hoopte rond mijn 60ste te kunnen gaan. Nu komt daar nog eens zeven jaar bij, en eerlijk gezegd: ik weet niet of ik dat kan. Het werk is zwaar. De besparingen in het onderwijs stapelen zich op, de klassen worden steeds groter en je moet al die kinderen op maat begeleiden.

‘Als wij de regering geen signaal geven, gebeurt er zeker niets. Manifestaties hebben in het verleden ook verandering opgeleverd. Als er nooit ­tegen kinderarbeid was gedemonstreerd, werkten mijn leerlingen nog steeds in de mijnen.’

Ben De Herdt (49). Beeld Simon Lenskens

Christine De Jonge (53), werkt met gehandicapte kinderen in Melle

‘Het is vooral de onzekerheid die mij de straat op drijft. Ik begrijp dat er aanpassingen nodig zijn, maar de regering probeert ons wijs te maken dat ze op eerlijke en transparante wijze te werk gaat. Dat is niet zo. Het is volstrekt onduidelijk hoeveel geld we krijgen als we later met pensioen gaan. Dat wordt tegen die tijd bepaalt, zo luidt de boodschap, en het bedrag is afhankelijk van de situatie van dat moment. Dus als je pech hebt, vis je ernaast? Ongeacht hoeveel je al die jaren hebt afgedragen?

‘Daarbij moeten de meeste mensen ook langer doorwerken, met uitzondering van de zware beroepen. Ook weer zo schimmig, want wat is een zwaar beroep? En hoeveel respijt krijg je dan? Deze regering wil gewoon besparen, dus ik verwacht geen ruimhartigheid. Zelf verzorg ik gehandicapte kinderen en ja, dat vind ik zwaar. Zij hebben veel fysieke hulp nodig, wat behoorlijk veel van mij vergt, maar ook de mentale belasting telt mee.’

Christine De Jonge (53). Beeld Simon Lenskens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.