Eenzaam en bij niemand geliefd

In november 1999 vervalste Peter van de Rijt een sponsorcontract, als bestuurslid van Volendam. Een tumultueuze val was het gevolg....

door Paul Onkenhout

MET DE dood bedreigd. Afwisselend afgeschilderd als een fantast, een leugenaar, een charlatan en een fraudeur. Op een kwade dag zelfs ter verantwoording geroepen door het zelfbenoemde geweten van wakker Nederland, Willibrord Fréquin.

'Door het voetbal ben ik alles kwijtgeraakt. Mijn naam. Mijn reputatie. Mijn vermogen. Mijn eigenwaarde. Ik ben vermoord. Kapot gemaakt.'

Oftewel: hoe het verder ging met Peter van de Rijt, de man die dacht voetbalclub Volendam te kunnen redden - en vervolgens zelf diep ten val kwam.

- Uit het Algemeen Dagblad van veertien dagen geleden: 'Peter van de Rijt. Waar hangt hij uit? Zijn leugenachtigheid was pathetisch. Liegen en bedriegen, hij kon het niet laten.' Zomaar een stukje in de krant.

'Nog steeds vind ik mijn naam bijna wekelijks ergens terug, in allerlei artikelen. En nooit op een vriendelijke manier. En altijd zonder dat mij iets gevraagd is.'

- Aan u kleeft onlosmakelijk de geur van bedrog en leugens.

'Ik weet dat dat gevoel bestaat. En ik kan me niet tegen beelden verdedigen.'

- Hebben de media dan een verkeerd beeld van u gecreëerd?

'Een volkomen verkeerd beeld. Vooral De Telegraaf is vol op me gaan schieten, zonder enige terughoudendheid. Nooit is mijn kant van het verhaal gepubliceerd. Er werd alleen maar geschoten. Mijn foto, mijn adres, alles werd gepubliceerd, alsof ik de grootste crimineel was die er rondliep. Iedere crimineel wordt met meer respect en discretie behandeld dan ik.'

In januari 1999 trad Peter van de Rijt (49) toe tot het bestuur van FC Volendam, als bestuurslid technische zaken. Tot dan toe was hij bekend in kleine Amsterdamse kring, als trainer met een schijnbaar levenslange aanstelling van SC Buitenveldert, als provocerende commentator van Radio Noord-Holland en als de man die eind jaren tachtig bij het Franse Toulon anderhalf jaar lang een onduidelijke rol speelde.

Zijn behoefte om te provoceren is groot en talrijk zijn de verhalen die in Amsterdam de ronde doen over niet nagekomen (financiële) beloften. Eenmaal daar aangekomen waar hij het liefst wilde zijn, in het betaald voetbal, overspeelde Van de Rijt zijn hand.

Zijn geruchtmakende val werd ingeleid door een vervalst sponsorcontract. In november 1999 zette hij twee handtekeningen onder een niet bestaande overeenkomst van Volendam met Keesing International Publishers, het bedrijf dat door zijn grootvader werd opgericht.

Vijf schuldeisers meldden zich vervolgens bij hem. Een paar maanden later werd Van de Rijt door de Amsterdamse rechtbank failliet verklaard. Nog steeds gaat justitie zijn gangen na. Sinds een bericht in augustus 2000 in de Volkskrant, 'Van de Rijt is in lucht opgegaan', werd niets meer van hem vernomen.

In dezelfde periode liet uitgeverij De Arbeiderspers weten een manuscript van Van de Rijt niet te zullen uitgeven, ondanks een ronkende aankondiging in de najaarscatalogus. De uitgever trok het waarheidsgehalte van enkele bekentenissen in twijfel en deinsde terug voor eventuele juridische stappen.

- Het is al met al geen vrolijke geschiedenis.

'Ik voel me nu als iemand die in de oorlog fout is geweest. Ik moet de laatste tijd heel vaak aan Willem Aantjes denken. Die man probeert sinds 1978 zijn gelijk te halen, zonder te ontkennen dat een deel van de beschuldigingen juist is.

'En na 22 jaar, hij is al bijna dood, krijgt hij te horen dat meneer De Jong hem indertijd niet zo netjes en correct heeft behandeld. Voor die man moet dat een drama zijn. Hij heeft zijn gelijk gehaald, maar hij heeft er niets aan. Ik ben ook een paria geworden.'

- Welk deel van de beschuldigingen is in uw geval juist?

'Kijk, als ik heel reëel ben, het contract dat ik in Volendam heb ondertekend was leugenachtig. Dat mag niet. Maar ik had er een goede bedoeling mee.'

- Volendam kwam acht ton tekort. U heeft toen een sponsorcontract vervalst, om te voorkomen dat de KNVB de licentie in zou trekken.

'Dat is helder en alom bekend. En in alle objectiviteit is vastgesteld dat ik het niet heb gedaan om mijzelf te verrijken.'

- Het was vooral erg dom.

'Op 1 april 1999 heb ik mij bij Volendam borg gesteld voor een bedrag van acht ton. Op die avond heb ik de club gered van de ondergang. Dat valt niet te ontkennen. De waardering en erkenning daarvoor heb ik nooit gekregen. Het is omgeslagen in het compleet andere, in haat, in een hetze.

'Daarom heb ik dat boek geschreven. De Arbeiderspers was buitengewoon enthousiast. Maar toen volgde dat faillissement. Ik had afgesproken dat ik, als er processen zouden worden aangespannen, zou betalen. De Arbeiderspers wilde daar niet voor opdraaien.'

- Waarom denkt u niet: bekijken jullie het allemaal maar.

'Als een jaar en vier maanden na dato het Algemeen Dagblad het nog steeds nodig vindt een stuk aan mij te wijden... Het keert almaar terug, er komt geen eind aan.

'En dan zijn mij ook nog eens de podia ontnomen waar ik mijn verhaal had kunnen vertellen. Twee uitzendingen van de VARA, Het Zwarte Schaap en De leugen regeert, gingen niet door omdat de tegenpartij de guts, de kloten niet had om tegenover mij te gaan zitten.

'Ik wil iets afsluiten. Ik ben een vechter. Ik wil laten weten dat ik degene ben die er voor heeft gezorgd dat in Volendam nu nog wordt gevoetbald.

'Het klinkt wat dramatisch misschien, maar dát is de realiteit. Ik heb geen zin de rest van mijn leven besmet te blijven. Om achterna gewezen te worden, als de man die...'

- Plotseling stond Willibrord Fréquin op de stoep. Dat moet het absolute dieptepunt zijn geweest.

'Nee. Het dieptepunt was het zetten van de handtekening onder het vervalste sponsorcontract, om de club te helpen. Dat is het dieptepunt van mijn leven. Het tweede dieptepunt was dat de andere bestuursleden van Volendam plotseling allemaal de andere kant op keken. Alsof ik malaria had.

'Ach, Fréquin. Van Fréquin heb je niets te verwachten. Plotseling stond die man daar in de bosjes bij mijn kantoor. Sensatiebelust, alleen maar geïnteresseerd in zijn eigen stem. Ach, dat kon er ook nog wel bij.'

- Maar zoals Fréquin dacht, dachten er velen. Peter van de Rijt, de man die een taleninstituut had met 1800 werknemers. Het bleken er een paar te zijn.

'Dat was een prachtig journalistiek trucje om iemand belachelijk te maken. Iedereen die mij kent weet precies hoe het talencentrum in elkaar zit. Het was een organisatie met zes, zeven mensen in vaste dienst, en met tolken, docenten en vertalers, allemaal freelancers, in totaal zo'n 1800.

'Ik heb nóóit iets anders verteld. Maar als je iemand ridicuul wil maken, doe je alsof ik zou hebben gezegd dat die 1800 mensen in vaste dienst waren. Hoe moet ik me daar tegen verdedigen? '

- Nadat u te gast was bij Barend & Van Dorp stonden er veiligheidsmensen bij u op op de stoep.

'Op het moment dat ik in de uitzending heb verteld dat ik de handtekeningen had gezet, zonder erbij te zeggen waaróm ik dat gedaan had, ik kon het niet goedpraten, ben ik bedreigd. Ik heb mails ontvangen en aan de politie overlegd. We schieten je volgende week dood, dat werk.'

- Wie deden dat?

'Volendammers. Ik was niet bang, maar vergeleken met Fréquin die in de bosjes lag was het tamelijk heftig.'

- De voetbalwereld leerde u kennen als de Amsterdammer die in 1988 plotseling opdook bij Toulon. U verleende diensten aan trainer Roland Courbis die later werd veroordeeld wegens fraude. Uit het manuscript van uw boek blijkt dat ook u daar een onfrisse rol speelde.

'Daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ik heb daar een rol in gespeeld, ja. Maar de kwalificatie 'onfris' is in mijn geval niet juist. Ik heb me twaalf jaar geleden laten gebruiken door Courbis, stellig, maar...

- U reisde naar Luxemburg om daar een koffer zwart geld op te halen voor Courbis.

'Dat klinkt heel raar. Maar ik ben door de FIOD volledig vrijgesproken hè. De Fransen zijn hier geweest. Op iedere terrein ben ik vrijgesproken.'

- Zo ontstaat een imago.

'Maar het woord 'onfris' is niet op zijn plaats. We praten over 1988, ik was een leraar Frans die van zwart geld nog nooit had gehoord. Als Courbis zei dat ik naar Luxemburg moest gaan om daar geld van een rekening te halen, omdat dat goed voor de club was, geloofde ik dat. Ik zocht daar niets achter.

'Op die rekeningen werd het geld van transfers gestort, van Peter Bosz en John Lammers onder anderen. Uit pure naïviteit deed ik het. Ik was waanzinnig blij dat ik daar zat. Ik zou misschien wel álles voor Courbis gedaan hebben. Toen ik terugkwam uit Luxemburg gooide hij een paar pakjes geld naar me toe, zakgeld. Ik heb daar nooit het kwaad van in gezien.

'Maar ik geef toe, mijn imago is al in 1988 bepaald. Toen is de beeldvorming over mij begonnen. Wat moet die vent met die grote mond daar in Toulon? Ik kwam horizontaal instromen.'

- Hoe komt een trainer van Buitenveldert in Toulon terecht?

'De eerste ontmoeting met Courbis vond plaats na een aanbeveling van Stefan Kovacs, de oud-trainer van Ajax. Met hem was ik zeer goed bevriend. Courbis wilde John Bosman van Ajax kopen en schakelde Kovacs in.

'Omdat ik in Frankrijk ben opgegroeid en vloeiend Frans spreek, beval Kovacs mij aan. Courbis reageerde enthousiast. Hij had waarschijnlijk meteen het gevoel dat hij mij kon gebruiken. Dat heeft hij gedaan. Het zij zo.

'De affaire-Luxemburg die ik in mijn boek beschrijf is om duidelijk te maken hoe pourri, hoe verrot dat hele systeem in elkaar zit, dat er in de voetbalwereld waanzinnige bedragen worden betaald aan hele middelmatige voetballers.

'Er was maar een reden waarom Toulon Lammers van VVV kocht. En Bosz van RKC. Namelijk om geld te verdienen voor Courbis. Bosz kostte 25 duizend gulden. De enige voorwaarde was dat Bosz blanco briefpapier van RKC zou fourneren. Idem dito voor Lammers, die kostte 350 duizend gulden.

'De spelers werden betaald uit eigen kas. En vervolgens werd een veel en veel hogere rekening gestuurd naar de gemeente Toulon die de transfers financierde. En de gemeente stortte het geld op wat zogenaamd een rekening van RKC of VVV in Luxemburg was, maar die toebehoorde aan Courbis.'

- In het manuscript van uw boek ontbreken verwijzingen naar een liefdesleven. Geen vrouwen, geen vrienden, niets. Alleen maar Peter van de Rijt.

'Ik heb gesprekken gevoerd met sportpsycholoog Peter Blitz, om de zaak op een rij te zetten. Wat moest ik dan? Mijn wc-pot geeft geen antwoord. Ik zocht een neutrale gesprekspartner. Het heeft me geholpen.

'Later ben ik gaan praten met dr. Van der Mey. Een van de grote oorzaken van de problemen is dat jij je hele leven lang een eenling bent geweest, zei hij. Als ik getrouwd was geweest, had iemand mij tegengas kunnen bieden en kunnen bekritiseren. Dat is nooit gebeurd.

'Ik zou waarschijnlijk meer verantwoordelijkheidsbesef hebben gehad. Van der Mey heeft de spijker op zijn kop geslagen. Ik was getrouwd met mijn werk en het voetbal en had geen privéleven. Nog steeds niet. Ik heb altijd in een bepaalde eenzaamheid geleefd. Dat gebeurde gewoon.

'Ik kom uit een vrij kil gezin. Het enige positieve van het hele verhaal is dat ik weer een normaal contact met mijn vader heb gekregen. Dat was 48 jaar lang dramatisch. We leefden in een wereld van onbegrip. Dat is in één keer verdwenen.

'Voor gezelligheid heb ik nooit enige aanleg gehad. Ik heb ook geen relaties. Ik heb bijna geen vrienden, mensen die ik 's nachts op kan bellen als ik in de narigheid zit. Dat is een groot gemis.

'Ik ben nooit iemand geweest die geliefd was. Ik werd gedoogd vanwege het feit dat ik financieel veel voor mensen kon betekenen. Daar werd gretig gebruik van gemaakt, door Buitenveldert en ook door Volendam. Nooit heb ik het voor eigen gewin gedaan. En als ik het niet meer deed, werd ik meteen afgedankt. Dan zagen ze me niet meer staan.'

- Is dat niet het meest tragische van alles?

'Ja, ja. Natuurlijk! Ik zit hier niet de zielepoot uit te hangen, maar het geeft een tragisch tintje aan mijn leven. Omdat ik iemand ben die de dingen altijd met heel veel goede bedoelingen doet.'

- Bent u nog wel eens teruggeweest in Volendam?

'Ze hebben me nooit meer uitgenodigd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden