Eentonig, met soms wat magie ***

Hoe fraai de kostuums, de muziek en decors ook zijn, de film betovert niet.

De eerste keer dat Elise en Nikolaj elkaar zien, dat is het moment waarin alles besloten ligt. De toekomst of, zo je wilt, hun noodlot. Nikolaj Borodinski (Leonid Bichevin), een jonge student medicijnen, is op doorreis van Rusland naar Parijs wanneer hij de mooie Elise (Sylvia Hoeks) treft in een hotel nabij Leipzig. Hij is meteen betoverd.

Hij was van plan er maar een nacht te blijven, in dat mysterieuze, schimmige hotel, dat ook een bordeel blijkt te zijn. Maar nu hij Elise heeft gezien, kan hij niet weg. Niet voor hij haar van zijn liefde heeft overtuigd. Dat de jonge vrouw prostitué is en eigendom van de rijke graaf die het hotel bestiert, maakt Nikolaj niets uit.

Weggaan, blijven, toch weggaan, terugkeren. En weer weggaan. Het meisje en de dood, de tiende speelfilm van Jos Stelling (De illusionist, De wisselwachter, De Vliegende Hollander) draait volledig om de (schijn)bewegingen van Nikolaj. Als een apporterende hond blijft hij terugkeren naar het hotel - tevens Elises gevangenis.

Stelling vond een fraaie locatie voor zijn liefdesverhaal: het vervallen slot Tannenfeld in Thüringen. Vrijwel de gehele film werd daar opgenomen. Een gewaagde keuze, het maakt Het meisje en de dood statisch en ook een tikje benauwend. Maar het was dan ook Stellings doel een klassiek, rechtlijnig melodrama te maken, waarin niets afleidt van de alles verzengende liefde tussen de hoofdrolspelers.

De grootste teleurstelling van de film - verrassend bekroond met het Gouden Kalf voor de beste film op het Nederlands Film Festival - is dan ook dat die liefde maar half overtuigt. Hoeks (ook al Stellings muze in zijn vorige film Duska) en Bichevin doen hun best, maar creëren samen weinig romantisch vuur, laat staan hartstochtelijke overgave. Daarmee hapert de belangrijkste motor van het drama.

Hoe fraai de kostuums, het camerawerk, de muziek en de decors ook zijn, Stelling heeft met Het meisje en de dood niet die negentiende-eeuwse lyriek bereikt die hij, geïnspireerd door de Russische liefdespoëzie van Aleksandr Poesjkin, wilde overbrengen.

De vele herhalingen (Hoeks spreekt voornamelijk variaties uit op 'Je moet weggaan') en de lange duur van de film (ruim twee uur) maken het er niet beter op.

Af en toe komt het melodrama op haast magische wijze tot leven, zoals in de scène waarin de hotelgasten geschminkt en gemaskerd een pokerduel uitvechten.

Op die momenten bewijst Stelling zijn meesterschap, maar ze zijn te schaars om de film voor eentonigheid te behoeden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden