'Eens in de maand maakt u een grote kop soep'

Mevrouw Rijckmans (82) is sinds vorig jaar hospita van Bram Evers (19)...

BAS MESTERS

Hospita: 'Bram heeft voor mij de kapper gebeld. Je moet er toch een beetje netjes uit zien als je voor de krant op de foto gaat.'

Student: 'Gelijk heeft u.'

Hospita: 'Ik kan niet zo snel telefoonnummers opzoeken. Ik zie slecht.'

Student: 'Het is allemaal goedgekomen. Normaal regelt ze het zelf, maar nu was het wat stressie.'

Hospita: 'Dat hij al ruim een half jaar hier woont, is helemaal buiten mij omgegaan. Mijn dochter heeft het geregeld. Ze zei: ''Er is iemand, eerst voor drie weken. Kijk nou maar wat je ervan vindt.'' Ik wist het nog zo net niet. Maar weet je, als je de oorlog hebt meegemaakt met Japanners en zo, dan verbaas je je over niets meer.'

Student: 'Maar dat is hier toch niet mee te vergelijken?'

Hospita: 'Nee, nee, wat zeg ik nu toch.'

Student: 'Mijn ouders waren van tevoren bij haar langs gegaan. Ikzelf studeerde toen nog in Spanje.'

Hospita: 'Ik vond zijn vader en moeder heel prettige mensen en dacht met zulke ouders kan het niet helemaal mis gaan met de zoon.'

Student: 'De eerste paar weken had ik het huis voor mezelf, omdat zij ziek was en bij haar zoon logeerde. Ik vond dat eigenlijk wel lekker.'

Hospita: 'Het was heel vreemd. Ik kwam weer thuis en daar zat hij in mijn huis. Er was iemand. Ik ben dertig jaar weduwe. De kinderen zijn de deur uit. Allemaal getrouwd. Af en toe komt een kleinkind logeren. Maar steeds minder.'

Student: 'Jacotte komt toch nog wel eens.'

Hospita: 'Niet zo veel als vroeger, maar ik klaag niet. Als ik niet weet met wie ik moet praten, pak ik de telefoon. Ik ken mensen die helemaal alleen zijn. Maar bij mij woont iemand in huis. Bram is er niet altijd, maar toch vaak.'

Student: 'We doen nauwelijks dingen samen. Ik kom misschien drie keer in de maand bij u op bezoek.'

Hospita: 'Hè?'

Student: 'We eten niet samen. Eens in de maand maakt u een grote kop soep. Dan kom ik naar beneden. U geeft mij soms bijles Frans.'

Hospita: 'Als hij meer tijd had, zou hij heel goed Frans leren spreken. Maar andere dingen hebben voorrang.'

Student: 'Ik heb vorig jaar in Spanje ook bij een hospita gewoond. Zij kookte en zorgde voor me. Dat was een soort tweede moeder. We schrijven nu nog. Echt fantastisch wat ik daar heb opgebouwd. Toen ik naar Breda kwam, wist ik dat ik zelf moest gaan koken en schoonmaken. Ik beschouw haar niet echt als mijn hospita, eerlijk gezegd. Ze is gewoon die mevrouw van beneden. Maar hoe ziet u mij eigenlijk?'

Hospita: 'Als Bram.'

Student: 'Als Bram?'

Hospita: 'Nou gewoon, iemand in huis die prettig is en zo. Als je met elkaar praat, krijg je een band.'

Student: 'Ik vertel van school en u bent altijd erg geïnteresseerd in de reizen die ik heb gemaakt.'

Hospita: 'Ja, maar ik heb er nog niet veel van gehoord.'

Student: 'Ik kom elke dag eventjes bij haar langs. Ik klop op het raam, zeg dat ik weg of weer terug ben.'

Hospita: 'Alleen de telefoon. Dat is nogal ingewikkeld.'

Student: 'Vind u het ingewikkeld?'

Hospita: 'Laatst wilde ik bellen, en hoorde jou in de hoorn.'

Student: 'Ik was aan het bellen en zei dat u moest wachten.'

Hospita: 'Nee, dat gaat best. Alleen, soms heb ik liever dat je niet belt. Bijvoorbeeld van kwart voor acht tot acht uur. Dan heb ik vaak mensen die opbellen.'

Student: 'Oh, dat wist ik niet.'

Hospita: 'Ik moet het je toch een keer zeggen. Maar er kan ook dagenlang niet op die tijd worden gebeld.'

Student: 'Precies. Ik bel nooit lang. Als mensen graag willen praten met u, bellen ze later wel terug.'

Hospita: 'Ja, ja.'

Student: 'Ik denk niet dat dat echt een bezwaar is.'

Hospita: 'Nee, als je een klein beetje rekening met elkaar houdt, dan gaat het ook wel. We hebben geen afspraken gemaakt. Als ik bezwaar had gehad tegen iets, had ik het wel gezegd.'

Student: 'Ik moet gewoon niet vergeten dat u hier ook nog zit. U heeft een paar voorkeuren. Het mandje in de badkamer moet niet in het bad blijven liggen. Wanneer ik naar de badkamer loop, moet ik het ganglicht weer uitdoen zo gauw ik in de badkamer ben. Als ik in het weekend in Haarlem ben, moet ik even bellen om te laten weten of ik zondag of maandag naar Breda kom. Het zijn van die kleine dingetjes. Dat wil zij en dat doe ik graag voor haar. Anders zou ze het gevoel krijgen dat ik helemaal geen rekening met haar houd. Voor de rest ben ik hier mezelf. Zo zie ik het. Ik had niet liever in een studentenhuis gewoond. Ik vind de privacy die ik hier heb heerlijk.'

Hospita: 'Het is heel moeilijk om te studeren in een studentenhuis. Ze wippen almaar bij je binnen. Je krijgt je werk niet af.'

Student: 'Ik had een vriendin, maar die is hier nooit geweest.'

Hospita: 'Heb je er een?'

Student: 'Nee, ik ben vrijgezellig.'

Hospita: 'Als ie er een heeft, dan zou ie het mij vertellen. Maar je hebt er geen. Ik weet niet of ze hierboven zou mogen komen. Misschien tot een bepaalde tijd. Ik zou het liever niet hebben.'

Student: 'Maar mijn nichtjes zijn blijven slapen en dat andere meisje van school ook.'

Hospita: 'Dat is gebeurd, ja. Ze kwam 's avonds laat en de laatste trein was weg. Wat kon ik doen? Maar dat moet geen regel worden. Ik vind dat niet leuk. Ik vind dat niet netjes. Bij ons thuis mochten ze ook niet blijven slapen. Maar het is natuurlijk een kwestie van opvattingen.'

Student: 'En opvattingen kunnen altijd veranderen.'

Hospita: 'Ja, maar tot nu toe niet.'

Student: 'Met haar valt goed te praten. We weten meestal tot een compromis te komen.'

Hospita: 'Misschien.'

Student: 'Jawel.'

Hospita: 'Ik weet niet hoe lang Bram hier blijft. Zijn school duurt maar twee jaar.'

Student: 'Nog anderhalf jaar. Als het zou kunnen wil ik die tijd hier blijven. Maar dat hangt natuurlijk ook helemaal van uw gezondheid af. Als het niet meer gaat, moet ik weg. Als u zich sterk houdt, kan ik blijven. Maar u bent al een keer gevallen.'

Hospita: 'De bel.'

Student: 'Maaltijddienst van Tafeltje-dek-je.'

Hospita: 'Ik ga even kijken.

Student: 'Om half twaalf 's nachts kwam ik naar beneden om mijn tanden te poetsen. Zag ik een hoofdje op de drempel liggen. Ik schrok best.'

'Het duurde een half uur eer ik haar in bed had gehesen. Ik heb met haar gepraat, haar gerustgesteld en de dokter gebeld. Ze had een grote blauwe plek.'

Hospita: 'Maar het doet geen pijn meer hoor, niks. Mag ik vragen welke van deze twee schotels voor vandaag is en welke voor morgen? Ik kan het niet lezen.'

Student: 'Dat is weer gebakken vis, voor morgen. En dit is omelet met zoetzure tomatensaus, Chinagroenten, aardappelpuree. En bij die gebakken vis zitten mosterd en mayonaise.'

'Sinds haar val vraag ik me af hoe lang ze het nog volhoudt om op zichzelf te blijven wonen. Of er niet een moment komt dat ze naar een flat moet met begeleiding.'

Hospita: 'Ik hoop van niet. Mag ik nog een keer vragen. De vis is voor morgen?'

Student: 'Ja. En de omelet is voor vandaag.'

Hospita: 'Dit is de omelet?'

Student: 'Ja dat is de omelet, die moet u bovenop doen.'

Hospita: 'Wat met de hand geschreven is, kan ik helemaal niet lezen.'

Student: 'Eerlijk gezegd, is het met de computer getikt.'

Hospita: 'Ja.'

Student: 'Ik ben geen verpleger. Ik ben een huurder. Ik durf haar daarom prima alleen te laten. Ik ga elk weekend terug naar Haarlem.

Hospita: 'Wacht even. Durft hij mij niet alleen te laten? Ik heb toch een alarm om mijn hals.'

Student: 'Toen u daar lag na die val, had u het alarm ook om, maar dat was u vergeten.'

Hospita: 'Ik heb net een bericht van de dokter gehad dat alles in orde is: mijn bloed, het hart, noem maar op.'

Student: 'Hartstikke goed, maar daarvoor was het natuurlijk ook best goed en toch bent u gevallen.'

Hospita: 'Dat is ook zo. We zullen maar hopen dat het nog vijf jaar duurt.'

Student: 'Ik hoop met u mee.'

Hospita: 'De kinderen vinden het heel prettig hoor dat er iemand in huis is.'

Student: 'Als ik er nou niet was geweest. Hoe had u het hier dan opgelost? Had u hier dan nog gewoond?

Hospita: 'Misschien had ik iemand gezocht of een advertentie gezet. Ik weet het niet. Het is nu zo gelopen en ik ga niet verder zoeken naar wat ik gedaan zou hebben.

'Ik denk dat je niet te veel op andere mensen moet rekenen. Want als ik me aan jou zou hechten, dan zou je bij wijze van spreken niet meer weg mogen. Ik kan wel hopen dat hij niet meer weggaat. Maar dat gebeurt toch op een zeker moment.

Zolang het niet gebeurt, heb ik plezier aan zijn aanwezigheid. Ik ga niet van tevoren piekeren. Het komt toch anders uit. Hebben is hebben en krijgen is de kunst.'

Student: 'Als ze me meer zou claimen was ik al weg geweest. Ik weet dat ze nuchter is. Ze zal zich niet helemaal aan mij hechten. Ze heeft er alleen zichzelf mee. Ik ben hier gekomen als student. Met het idee dat ik vrij ben, lekker kan doen en laten wat ik wil. Ik voel me bij haar best vrij.'

Bas Mesters

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden