Eens in de geschiedenis

Het is vrij moeilijk om in beheerste termen te schrijven over de eerste schilderijententoonstelling ooit van Leonardo da Vinci, in Londen. Ons beeld van de uitvinder die zijn tijd ver vooruit was, verandert hier radicaal: de kunstenaar Leonardo krijgt zijn spiritualiteit terug.

Van 1513 tot 1516, drie jaar voor zijn dood, was Leonardo da Vinci in het Vaticaan in dienst van paus Leo X. Arme paus: de kunstenaar maakte niet één schilderij. Leonardo - zijn achternaam is evenmin belangrijk als die van Rembrandt of Michelangelo - werd betaald, goed betaald, simpel omdat hij Leonardo was.


Een van de beste kunstenaars van de wereld had de schilderkunst de rug toegekeerd, noteerde Baldassare Castiglione, op dat moment hoveling in het Vaticaan. Leonardo, aldus Castiglione, 'heeft zich ertoe gezet filosofie te studeren. Hierin heeft hij zo veel vreemde ideeën en nieuwe verbeeldingen dat hij die met al zijn kunde van het schilderen toch niet afgebeeld krijgt'. Zelfs het domein van de kunst bleek te nauw om vorm aan Leonardo's geest te geven.


Dan had Ludovico Sforza meer geluk. De heerser en later hertog van Milaan nam hem dertig jaar eerder onder zijn hoede. Even oud waren ze, met evenveel ambitie. Leonardo kreeg al gauw een vast salaris, en daarmee alle vrijheid die zijn zwervende gedachten nodig hadden, om ze te laten uitmonden in schetsen, aantekeningen, ontwerpen, muziek, en soms schilderijen.


Over die achttien Milanese jaren, van 1482-1499, is nu een tentoonstelling in Londen. De helft van zijn geschilderde oeuvre ontstond in die tijd. Dat komt neer op tien schilderijen, want in zijn leven begon Leonardo er aan niet meer dan twintig. Eén van die tien kon niet naar Londen komen - Het Laatste Avondmaal zit nu eenmaal vast aan de muren van het klooster van Santa Maria delle Grazie in Milaan (al is het, gezien de staat van de verf, niet muurvast). De andere negen zijn er. Samen met vele tekeningen; neergedwarrelde gedachten die, vaak pas na jaren tekenend denken, leidden tot een schilderij.


Het is vrij moeilijk om in beheerste termen over de tentoonstelling te schrijven. Niet per se omdat de kunst van Leonardo zo ontroerend is. In veel gevallen is het dat niet eens. Zijn Maria's en heiligen zijn vaak van een superieure afstandelijkheid: te conceptueel om intiem te zijn. Zijn enige geportretteerde man, De Muzikant (1486-87) is een schoonheid, daar niet van, maar nauwelijks ontroerend. En van de twee dames in de tentoonstelling is alleen Ludovico's 16-jarige maîtresse Cecilia Gallerani - geschilderd met een hermelijn rond 1490 - even dichtbij als op afstand. Het is een omsloten intimiteit. Ze zijn er, en ze trekken je vanzelfsprekend naar zich toe, maar zonder zich te engageren met jou. Het is eenrichtingsverkeer.


Wat er gebeurt als je rondloopt in de Sainsbury Wing van de National Gallery is iets heel anders. Van Leonardo weten we al zo veel, zijn imago staat vast: hij was uitvinder, wetenschapper, bedacht dingen die pas in de 20ste eeuw gerealiseerd werden (zoals de mogelijkheid voor de mens om te vliegen). Hij observeerde als geen ander (baby in een baarmoeder, vogels in hun vlucht, spieren in een nek) en schreef daarover in geheimzinnig spiegelschrift. Hij ontleedde dieren en mensen, bouwde bruggen, ontwierp steden, maakte verdedigingsstrategieën. Hij staat aan de basis van ons huidige beeld van de kunstenaar: dat van het genie dat ons dichter bij de waarheid brengt dan onze eigen zintuigen kunnen. Wat kan over hem nog verteld worden?


De makers van de tentoonstelling, onder leiding van conservator Luke Syson, kozen radicaal voor Leonardo als schilder. En dat is onvertoond. Dit is de allereerste schilderijententoonstelling van Leonardo da Vinci. Zijn tekeningen mochten erbij, maar alleen die, die een weerslag zijn van het denkproces over de schilderijen. Studies voor schouders en hoofden, houdingen, bewegingen en groepen, koppen die later de discipelen van Jezus werden op Het Laatste Avondmaal (waarvan op de expositie een kopie op ware grootte hangt van Leonardo's leerling Giampetrino. Hij maakte het uit respect voor het origineel dat al in 1520 aan het afbrokkelen was door de experimentele verftechniek die Leonardo had gebruikt).


Die keuze doet recht aan zijn eigen opvattingen: Leonardo zag zichzelf als schilder-filosoof. En, verrassender, het geeft een radicale draai aan het beeld dat we van hem hebben.


Leonardo blijkt spiritueler en religieuzer dan de 20ste eeuw hem gegund heeft te zijn. De studie naar de natuur staat bij hem in verband, later zelfs in dienst van, een streven naar een hogere perfectie. Dat wordt in zijn schilderijen duidelijk.


Neem de heilige Hiëronymus - Saint Jerome in de tentoonstelling - een lijdende man. Hartverscheurend lijdend, zeker als je weet dat hij het zichzelf aandoet. Hij staat klaar om de steen in zijn hand tegen zijn borst te slaan. Boetedoening en een manier om een visoen van Christus op te roepen in de woestijn. Die pijn in zijn gezicht is even extatisch als dramatisch. En toch is hij mooi. Een pracht van een lichaam. De 'atleet van God', zoals een kunsthistoricus Italiaanse Hiëronymussen als deze noemt. En alles klopt. De spieren zijn het resultaat van zorgvuldige studie en vele tekeningen, ook te zien in de tentoonstelling. De lengte van zijn arm en voet zijn geconstrueerd volgens de juiste proporties.


De afbeelding is een weerslag van Leonardo's enorme nieuwsgierigheid naar en liefde voor het menselijk lichaam, het gevolg van uitgebreid onderzoek. Augustinus schreef al in de 4de eeuw: 'In de schepping van het menselijk lichaam heeft God vorm vóór functie laten gaan.' Dat wist Leonardo; hij bezat zijn De Civitate Dei, en dat brengt hij hier in herinnering.


Maar de kunstenaar voerde het nog een stapje verder: hij maakte met het uiterlijk het innerlijke leven van de heilige zichtbaar. Hiëronymus is gekweld, maar het is een pijniging op zoek naar loutering. Die schoonheid van de geest staat in Leonardo's visie in direct verband met de fysieke schoonheid. Studie van het menselijk lichaam is voor hem ook een methode om de ziel beter te begrijpen.


Natuurlijk komt schoonheid meestal in de vorm van een jonge vrouw. Dus we hadden ook op Cecilia kunnen wijzen, het nieuwe icoon, mooier nog dan Mona Lisa in haar tederheid en sereniteit, veel aanraakbaarder. Toch is die oude man minstens zo interessant. De enige oude man die Leonardo afzonderlijk heeft geschilderd en nog niet eens heeft afgemaakt ook. Je staat midden in de making of Hiëronymus als je ernaar kijkt - de voeten, de hand, de leeuw; ze bestaan nog maar uit in houtskool uitgewerkte gedachten. Die man maakt hetzelfde punt: geestelijke welgevormdheid leidt tot uiterlijke schoonheid.


De National Gallery geeft hiermee in zekere zin Leonardo zijn spiritualiteit terug. Materie en geest zijn met elkaar verbonden en even belangrijk, maakt het museum zichtbaar. Leonardo laat daarmee de natuurstudie van Aristoteles samengaan met het streven naar een hogere ideaal bij Plato. En hij legt nadruk op religieuze devotie. Meer dan de helft van Leonardo's schilderijen zijn religieus. Het goddelijke was onmiskenbaar een gegeven voor Leonardo. En zijn rol als schilder, zijnde redacteur en regisseur van de werkelijkheid, was daarbij enorm.


Misschien waren we dat een beetje vergeten. Gaandeweg de 20ste eeuw zijn we onze oer-uomo universale gaan ontleden en hebben alleen die stukjes bewaard die ons bevielen. Zo ontstond een beeld van Leonardo als de ideale 20ste eeuwse wetenschapper. De eigenlijke uitvinder van het vliegtuig! De bedenker van het perpetuum mobile! De proto-medicus die de menselijke anatomie al doorgrondde voor er een fatsoenlijke microscoop was. Leonardo, de man die zag dat de zon stilstond, niet de aarde. Leonardo, de proto-atheïst.


Op de reputatie van Mona Lisa na werd Leonardo de kunstenaar zachtjes weggeduwd. Niet uitgewist, maar weggeduwd.


Nu is die terug. With a vengeance.


Dat zijn kunstenaarschap voorop stond, beargumenteerde Leonardo zelf in zijn aantekeningen, met de bravoure van een godgezonden messias: Mensen werpen zich op de grond, schreef hij, in hoop op verlossing of genezing, als ze voor een afbeelding van een heilige staan. Alsof het de Moeder Gods zelf is die ze voor zich hebben. En, vervolgt Leonardo, als je beweert dat dat komt door degene die is afgebeeld, niet door de schilder die Haar afbeeldde, dan hadden die mensen toch net zo goed in bed kunnen blijven liggen in plaats van die ellenlange pelgrimage te maken naar het beeld? Maar aangezien die pelgrimages nog steeds plaatsvinden, zou het dan niet de schilder zijn aan wie het ligt?


Het staat er echt zo, in zijn aantekeningen. Dan, als een stevig opgebouwde bokswedstrijd, deelt hij zijn laatste stelling uit: 'Heeft de schilder niet een simulacrum gecreëerd, dat de vorm en geest van de afgebeelde heilige beter vangt dan welke tekst ook kan doen?'


Knock out. De schilder staat boven de natuur, boven de zintuigen, boven de mens. Want hij kan verbeelden wat zichtbaar én onzichtbaar is.


Leonardo blijft, ook met deze tentoonstelling, onvangbaar. Terecht wijzen de tentoonstellingsmakers erop dat hij in zijn uitingen grillig en inconsistent is. Zijn aantekeningen, ontwerpen, schilderijen, het is een explosie, aangezwengeld door maar één ding: een voortdurend bewegende, onmatige nieuwsgierigheid. Misschien wel de kern van de mens, hier tot het uiterste doorgevoerd.


Zijn schilderijen zijn daarmee het tegendeel van de beeldsnelheid van vandaag. Ze zijn de bewijzen van zijn wijdse, vrije ideeën. Anti-vluchtig, en nooit bedoeld om er 9 seconden naar te kijken, de gemiddelde tijd die een museumbezoeker een kunstwerk geeft. Ook geen 30 seconden, ook geen 30 minuten. Hij deed jaren over elk werk. Tot zijn geest te groot werd.


Leonardo Da Vinci, painter at the court of Milan. T/m 5 februari. National Gallery, Londen. Tickets à 16 BP (18,75 euro) moeten vooraf worden gereserveerd: Nationalgallery.org.uk

----------------------------------------------------------------------


Leonardo Da Vinci

15 april 1452 geboren in Vinci, nabij Florence


1466-1476 leertijd bij Andrea del Verrocchio in Florence


1482 vertrek naar Milaan, de rijkste en grootste stadstaat in Italië


25 april 1483 opdracht voor een altaarstuk voor broederschp van de Onbevlekte Ontvangenis,


1489/90 heerser Ludovico Sforza, 'Il Moro', neemt Leonardo in dienst


1495-97 Leonardo schildert het Laatste Avondmaal in opdracht van Ludovico


1499 de val van Ludovico, Milaan komt onder Franse heerschappij. Leonardo keert terug naar Florence


1500-1506 in dienst van onder meer Cesare Borgia, Paus Julius II. Leonardo ontwerpt in 1504 het Gevecht bij Anghiari, een groots, maar verloren gegaan schilderij voor het Palazzo Vecchio in Florence


1506 keert terug naar Milaan, o.m. om de tweede versie van de Maagd op de Rotsen te schilderen. Begint aan Mona Lisa


1513-1516 in dienst van Medici-paus Leo X


1516 in dienst van de Franse koning François I, trekt in in Clos Lucé, nabij Chateau d'Amboise


1519 sterft in Clos Lucé.


----------------------------------------------------------------------


De Maagden op de rots samen: dat alleen is al zes sterren waard

Leonardo Da Vinci: painter at the court of Milan is een buitencategorie tentoonstelling. Vandaar de 6 sterren onder de tekst. Ze staat boven alle eerder door ons gerecenseerde tentoonstellingen die de maximale 5 sterren kregen.


Veel argumenten kunnen daarvoor worden aangedragen, maar dit is de belangrijkste: omdat in de National Gallery de twee Virgins of the Rocks (Maagd op de rotsen) samen te zien zijn. Dat heeft Leonardo zelf niet eens meegemaakt. Het is niet een kwestie van eens in een generatie, maar, hoogstwaarschijnlijk, eens in de geschiedenis.


Dat het Louvre in Parijs haar versie van het schilderij uitleende, werd pas twee maanden geleden bekend. Zeer laatste moment dus voor een tentoonstelling waaraan jaren is gewerkt. Het biedt de mogelijkheid om eindelijk de twee uitvloeisels van één opdracht intensief met elkaar te vergelijken.


Leonardo kreeg de opdracht voor het werk op 25 april 1483 van de Milanese broederschap van de Onbevlekte Ontvangenis, als onderdeel van een groot, deels gebeeldhouwd altaar. In 1506 nog wordt gesproken van een 'onvoltooid werk'; de laatste betaling dateert van 1508. Leonardo moest zich in 1483 nog bewijzen in Milaan. Waarschijnlijk trok dit werk Ludovico over de streep de kunstenaar vrijheid te geven met een vast salaris. De Madonna Immacolata, later een belangrijk schilderijtype, had toen nog geen vorm. Leonardo vond een nieuw type uit.


Hoe de onbevlekte Maria te verbeelden? Zoals de eerste versie,uit het Louvre laat zien: heel, heel subtiel, zonder opzichtige symboliek, heel natuurlijk, terwijl toch alles een betekenis heeft. Op alles is geoefend en gestudeerd - houdingen, planten en landschappen - zoals te zien in de voorbereidende tekeningen in de tentoonstelling.


Maria slaat haar arm niet om Jezus, maar om Johannes de Doper. Om te laten zien: met hen die Jezus aanbidden, ben ik begaan. Ik bemiddel. Johannes staat zelfs hoger in de afbeelding dan Jezus, wat in die tijd iedereen opgevallen zal zijn. De engel voegt zich bij Jezus - zonder vleugels, zonder aureool - en kijkt recht naar ons, een uitnodiging. De bloemen onderstrepen Maria's zuiverheid - irissen, anemonen - en de rots- en waterpartijen verwijzen naar teksten in het Oude Testament, waarin waterstromen reinheid verbeelden. De kleurtonen zijn donker.


De nadruk ligt op vorm en licht en schaduw. In de tweede versie zijn ze meer goudachtig en blauw, wat bij de overige kleuren in het altaar paste.


Misschien was de broederschap niet tevreden met de eerste versie. Lang werd gedacht dat de tweede versie een atelierkopie was. Het onderzoek bij deze tentoonstelling leidde tot een vaststelling: het schilderij is van Leonardo zelf. Een bewijs van de wetenschappelijke noodzaak van tentoonstellingen: iedereen, publiek en experts, heeft nu een kans werken zelf te vergelijken.


Aan de tweede versie is tien jaar later begonnen, een tijd waarin de grillige Leonardo nieuwe prioriteiten had: de natuur niet alleen verbeelden, maar voorbijstreven, zo regisseren dat Gods perfecte visie van de wereld zichtbaar werd gemaakt. De proporties zijn meer volgens het ideaal, de anatomie is beter bestudeerd, de bloemen geidealiseerd en de hele voorstelling is meer omhuld, alsof het zich ín een grot afspeelt. Hier is een onwereldse samenkomst.


----------------------------------------------------------------------------------------


Waar is de Mona?

Heb je een Leonardo-overzicht, is Mona Lisa er niet bij. De koningin van het bal mocht thuisblijven in Parijs. Niet alleen omdat de tentoonstelling geen overzicht is, maar een beeld geeft van Leonardo's tijd als hofschilder in Milaan, ver voor hij in 1506 aan Mona begon. Ook niet, zegt conservator Luke Syson, omdat het een belediging zou zijn haar ter uitleen te durven vragen aan het Louvre. Nee, vooral 'omdat overal waar Lisa gaat, alle aandacht op Lisa is gericht. Haar reputatie is zo groot, ze blaast de minder bekende schilderijen weg.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden