Eens generaal-majoor, nu cateraar

Nergens is de overgang na de laatste werkdag zo bruut als in de krijgsmacht. Een paar weken geleden stond viersterrengeneraal Dick Berlijn (58) nog op een podium op het Binnenhof, een fonkelende ridderorde om de hals, nu is hij een b.d.’er zonder baan....

Zo vlieg je naar Kabul of Washington in het regeringsvliegtuig en word je onthaald met rode loper en ereroffels, zo sluit je weer achteraan op Schiphol. Niet veel ex-bestuurders kunnen zeggen dat zij behalve dienstauto, staf en alle aandacht, ook hun eigen vlag en uniform kwijt zijn – met lauwerkrans op de schouder, extra brede bies op de broek en rode band om de pet.

‘De overgang is groot’, beaamt generaal-majoor b.d. Frank van Kappen. ‘Je begint eigenlijk weer opnieuw’, waarschuwt ranggenoot Egbert Klop. ‘Het gebeurt allemaal te vroeg’, vindt luitenant-generaal b.d. Hans Couzy. ‘Ik was er nog lang niet aan toe’, bevestigt ranggenoot Ad van Baal.

Daarom beginnen veel generaals een tweede carrière na hun functioneel leeftijdsontslag (55-58 jaar), blijkt uit een rondgang langs voormalige vlag- en opperofficieren. Een enkeling kiest voor het bedrijfsleven, de meesten voor semi-overheidsinstellingen.

Voormalig bevelhebber Dick Berlijn zwijgt tot nu toe over zijn ambities. Zijn naam is genoemd als nieuwe baas van Schiphol en voor andere topfuncties. Maar de oud-jachtvlieger met de bijnaam Quicky wil deze zomer rustig nadenken over zijn toekomst. Tot die tijd gaat hij duiken in de Rode Zee, familie bezoeken in Scandinavië en fietsen naar Santiago de Compostella.

‘Na zo’n loodzware baan moet je even pas op de plaats maken’, stelt generaal-majoor b.d. Patrick Cammaert. Zelf onderhandelt hij na een sabbatsjaar weer over een fulltime baan. ‘Je kunt niet te lang wachten’, waarschuwt Van Kappen. ‘Anders word je vergeten’. Van Kappen schat dat de helft van de afgezwaaide generaals weer een fulltime baan accepteert.

Zelf werkt de oud-marinier als adviseur voor de NAVO waar hij commandanten adviseert tijdens oefeningen en meedenkt over toekomstige ontwikkelingen. ‘Ik zie de praktijk en denk mee over nieuwe concepten.’ Datzelfde doet hij voor Amerikaanse bondgenoten in Azië; ook adviseert hij TNO, The Hague Center for Strategic Studies en geeft hij les op Clingendael.

Sinds vorig jaar zit Van Kappen in de Eerste Kamer. ‘Daar heb ik over getwijfeld. Opeens moest ik ook een mening hebben over bijvoorbeeld de fijnstofregeling.’ Toch denkt de senator dat hij een nuttige bijdrage kan leveren. ‘Ik draai evenveel uren als vroeger. Alleen nu doe ik het mezelf aan.’

Blijft Van Kappen nog enigszins op vertrouwd terrein, andere collega’s ontdekken nieuwe sectoren. Die ontwikkeling past volgens oud-bevelhebber Arie van der Vlis (67) bij de wens van veel Nederlanders langer maatschappelijk actief te blijven. ‘Militairen worden ook acceptabeler nu zij meer bezig zijn met diplomatie en ontwikkelingswerk, dan met Koude Oorlog-scenario’s.’

Van der Vlis accepteerde een soort ambassadeurschap voor Martinair en werd radiocommentator bij de VARA. Nu houdt hij het rustig met enkele toezichthoudende functies en is hij verbonden aan de prestigieuze Adviesraad voor Internationale Vraagstukken. Jongere b.d.’ers, vermoedt Van der Vlis, kiezen vaker een fulltime baan.

Zoals Maarten Schouten (64) die op het ministerie van Justitie het aantal ambtenaren moet verminderen als project-directeur-generaal. Daar werkt ook de gepensioneerde marechausseebaas Diederik Fabius (65) als ‘raadsadviseur internationale migratie-aangelegenheden’.

Andere bekende voorbeelden zijn vice-admiraal Cees Duijvendijk (61) die bij TNO in de raad van bestuur zit, Ad van Baal (61) die voorzitter is van het college van bestuur van de Politie-academie, en Jan Willem Brinkman (60) die promoveerde op de stelling dat ziekenhuizen kunnen leren van het militaire besturingsmodel dat centrale regie combineert met zelfstandigheid op operationeel niveau. Brinkman is aan zijn vijfde zorginstelling toe als interimdirecteur.

‘Ja hoor, ik zou Berlijn graag willen hebben’, zegt partner Frank ten Doeschate van wervingsbureau Ebbinge & Company. De voormalig bevelhebber is volgens hem een ervaren bestuurder, met politiek inzicht en boegbeeld-kwaliteiten. ‘Steeds vaker zoeken organisaties juist iemand uit een heel ander vakgebied.’

De tactische en logistieke kennis van officieren kan volgens Ten Doeschate ook waardevol zijn voor bijvoorbeeld hulporganisaties. Maar louter een generaalsrang, waarschuwt hij, is niet genoeg. ‘Iedereen ontwikkelt andere competenties tijdens zijn loopbaan.’

Ook Van Kappen vindt dat generaals te makkelijk over een kam worden geschoren. ‘Een officier die hoog komt in de technische hoek, is een heel ander type dan een operationele commandant.’

Voor het geld lijkt een tweede carrière niet noodzakelijk. Een oud-generaal ontvangt 70 tot 80 procent van zijn laatste verdiende inkomen, en mag daar nieuwe inkomsten bij optellen. Zo kwamen enkele b.d.’ers in opspraak doordat zij bijna twee ton gingen verdienen. Van Baal: ‘Er is een regeling. En daar hou ik me aan.’

Defensie heeft meer regels opgesteld voor b.d.’ers. Die zijn bijvoorbeeld de eerste twee jaar niet welkom als zij door het bedrijfsleven op pad zijn gestuurd. Een woordvoeder: ‘Je kunt dus geen Tomahawks gaan verkopen aan je opvolger.’

Daar lijkt ook niet veel animo voor. ‘Ik werd benaderd door een groot Amerikaans defensiebedrijf’, meldt oud-landmachtbaas Couzy. ‘Zij boden mij een paar duizend gulden per maand als hun vertegenwoordiging in Nederland. Ik zou deuren moeten openen, maar mocht mij verder niet bemoeien met onderhandelingen. Nou, dat is niks voor mij.’ Zijn opvolger Van Baal heeft één keer een oud-collega moeten wegsturen.

Een dergelijke poging is volgens wervingsbureau Ebbinge ook te plat. ‘Zo zitten aanbestedingsprocedures niet in elkaar.’ Wel kan Ten Doeschate zich voorstellen dat een bedrijf advies vraagt aan een oud-topofficier over de manier waarop Defensie het beste kan worden benaderd.

Maar dat is hooguit interessant, waarschuwen ex-generaals, op korte termijn. Snelle ontwikkelingen bij Defensie maken kennis en netwerk beperkt houdbaar. Een b.d.’er als Van Kappen, die nog steeds zijn veldbedje uitklapt tijdens grote oefeningen, is een uitzondering.

Wie nog ‘genoeg energie heeft voor één lastige klus’ (Cammaert) kan beter een nieuw vakgebied kiezen en een nieuw netwerk opbouwen. Dat lijkt althans de les van Berlijns voorgangers.

Neem Van Baal, die door een headhunter werd benaderd om de Politie Academie te besturen. ‘Ik probeer de waardering en respect voor politie-agenten structureel te verhogen via hun vorming. Dat vind ik een mooie opdracht voor de komende vijf jaar.’

Couzy kon aan de slag bij een adviesbureau, totdat zijn kritische boek Mijn jaren als bevelhebber uitkwam. ‘Ik was opeens te controversieel.’ Na een moeizame periode werd hij commissaris bij een afvalinzamelingsbedrijf en een energiebedrijf. Couzy verdiepte zich in deze wereld, bouwde een nieuw netwerk op en begeleidt nu duurzame energieprojecten. ‘Ik vind het veel leuker dan ik dacht.’

Voormalig Commandant der Mariniers Klop maakte de grootste overstap. ‘Ik was nog druk bezig met de missie in Somalië en Ethiopië, toen ik werd gebeld door de directeur van cateraar Sodexho.’ Die herinnerde hem aan een gesprekje op een receptie over de overeenkomsten tussen een commercieel bedrijf en het Korps Mariniers.

Nu is Klop daar personeelsdirecteur. ‘Ik heb veel moeten bijleren over de sociale wetgeving en zij vonden het raar dat ik anderhalve dag per week door het land wilde reizen om alle werknemers te bezoeken in hun schuttersput.’

De generaal-majoor was benieuwd of hij ook kon presteren in een omgeving die om winst draait. De korte lijnen en de minieme bureaucratie zijn volgens hem een verademing. Wel mist hij het esprit de corps van de mariniers. ‘Niet het decorum, maar de bloedband.’

De kans om als b.d.’er te mislukken is groot, waarschuwt Klop, als je de generaal blijft spelen in het bedrijfsleven. ‘Men wil resultaten, dan volgt respect vanzelf. We moeten onze positie wel opnieuw verdienen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden