Eenpersoonswaterwereldje

Het is een bad van loeizout water waarin je je laat zakken – en je drijft zoals je nog nooit hebt gedreven, helemaal met jezelf alleen....

Het komt echt voor, grinnikt de receptioniste van Koan Float in Amsterdam na afloop van het badderen, dat mensen halverwege even uit de watercabine klimmen om op hun horloge te kijken. Of de drie kwartier nog niet voorbij zijn.

Die zijn bang dat ze worden vergeten. Terwijl een zeker besef van tijdloosheid – of eigenlijk het ontbréken van besef van tijd en ruimte – tot de genade van het floaten hoort. Als het goed is.

Je wordt er vanzelf uit gehaald, uit die gezegende bewustzijnsvernauwing. Hoef je niks voor te doen en zeker geen ‘alarm clock’ voor in te schakelen. Zodra de afgesproken drie kwartier voorbij zijn, wat voor de meeste mensen en zeker voor beginners een mooie tijdspanne is, klinkt er een stem die zichzelf eerst aankondigt met een lichtsignaal (aan-uit).

Die stem, van de receptioniste, zegt via de intercom: ‘Het is tijd. Wilt u er uitgaan?’ En dan kan het gebeuren dat het even duurt voordat je jezelf ergens ver weg ‘ja’ hoort zeggen. Want praten, dat is tegen die tijd van een geheel andere orde, dat past niet in dat afgesloten eenpersoonswaterwereldje. Hoe nieuw en onwennig het ook mag zijn, zo’n eerste keer.

Floaten – drijven op zout water in een cocon van stilte en duisternis – mag helemaal van deze tijd lijken; het is op en top wellness, lekker snel relaxen, zonder de inspanning die mediteren bijvoorbeeld kost. Maar al in de jaren vijftig heeft een Amerikaanse neurofysioloog, genaamd John Lilly, de eerste floatcabine ontwikkeld. Zijn uitgangspunt: een prikkelarme omgeving is een weldaad voor lichaam en geest. Het water, dat tot 35,5 graden Celsius wordt verwarmd en is voorzien van een grote schep Epsom-bitterzout, houdt de zwaartekracht voor het lapje. Waardoor spieren en organen optimaal ontspannen en de doorbloeding van een leien dakje gaat.

In Nederland heeft een enkel sauna- of beautycentrum het floaten als extraatje in het keuzepakket. Als specialisten (met minstens twee tanks) gelden Ceez in Leiden, Float Plaza in Rotterdam en Koan Float in Amsterdam.

Bij Koan Float gaat het zo. Je wordt ontvangen in een kalme lobby, waar de kruidenthee klaarstaat – en een kastje, waar je je schoenen in moet doen. Is het tijd, dan gaat de receptioniste je voor naar, in dit geval, de River-kamer, waar je met een slot op de deur, een privé-douche en die hemelsblauwe, lobbige watertank (waarvan de klep uitnodigend openstaat) het rijk alleen hebt. Ze geeft instructies: eerst douchen, hoe je het best kunt gaan liggen, en waarom je in de tank een handdoekje en een neksteun nodig zou kunnen hebben. Over de tube vaseline die er staat, naast lotionnetjes van Rituals, heeft ze het niet. Maar dat had je al op internet kunnen lezen: daar kun je kleine wondjes mee dichtsmeren. Of daar reden toe is, voel je trouwens meteen, want dat zoute water kan gemeen bijten. Dan zijn er nog de drukknoppen links en rechts, waarmee je licht en muziek bedient en eventueel contact kunt zoeken met de receptie.

Makkie, want wie kan er nou niet drijven? Daar lig je dan met van die kneedbare oordoppen in. Je drijft zoals je nog nooit hebt gedreven, helemaal met jezelf alleen. Knus, alsof je in een hardshell-tentje ligt, geheel omsloten in het schijnsel van het onderwaterspotje. Hier heb je puur met jezelf te maken. Met je ademhaling, daar blijf je je het meest van bewust. En het kloppen van je hart.

Hoewel, nog meer drijf je op je eigen gedachten – en dat klinkt mooier dan het is. Want die gedachten, dat hoofd dat zich moeilijk uit laat zetten, die gaan zomaar een kant op die je helemaal niet wilt: wat nou, als ik die deur straks niet meer open krijg? (Waarop het hart onmiddellijk in een hogere versnelling schiet.)

Maar dan is er nog steeds dat loeizoute water, dat je draagt, optilt, zich glad als een olielaagje om je contouren voegt en je gewichtloos maakt. Zozeer zelfs, dat als je even gaat zitten, om met het handdoekje een waterdruppel bij je oog weg te vegen (nóóit zomaar met je handen in je ogen wrijven, dat prikt als een gek), je als een gespannen elastiek automatisch terugveert in de gestrekte floathouding.

Gekke gewaarwording. Je lijf bestaat al bijna niet meer, dat float lustig door, maar dat hoofd corrigeert meteen: nee, geen elastiek; als een tuimelaar, zo voelt het, zo’n peuterbeker die niet op z’n kant kan. Hoofd, mag het alsjeblieft wat stiller daarboven? Hallo benen, zijn jullie daar nog?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden