Eend en gans later zuidwaarts

Eenden en ganzen trekken steeds later in de herfst naar het zuiden, waarschijnlijk als gevolg van stijgende temperaturen, Dat concluderen twee onderzoekers in het Journal of Ornitholgy op basis van gegevens van een vogelwaarnemingsstation in het zuiden van Finland.

ARNHEM - Aleksi Lehikoinen en Kim Jaatinen vergeleken de passeerdata tussen 1979 en 2009 van een vijftiental ganzen- en eendensoorten die in het hoge noorden broeden. Zes van de vijftien soorten - smient, brilduiker, wintertaling, grauwe gans, kuifeend en grote zee-eend - blijven langer hangen in hun zomergebieden. Daar is voldoende voedsel te vinden, dankzij hogere temperaturen, met name ook van het water.


Het meest opvallende is de vertraging van de kuifeend en de grauwe gans; de mediane trekdatum van deze vogels is in de loop van dertig jaar een maand naar achteren geschoven; gemiddeld is dat twaalf dagen voor de onderzochte soorten.


Toch kwamen de onderzoekers ook een uitzondering op het spoor. De taigarietgans vertrekt juist eerder naar het zuiden. Wellicht is dat te verklaren door de verhoogde jachtdruk.


Lehikoinen en Jaatinen trekken de conclusie dat een tot nu toe bescheiden klimaatverandering kennelijk grote gevolgen heeft voor het trekgedrag van de onderzochte watervogels. Het uitgestelde vertrek zou er volgens de onderzoekers bovendien toe kunnen leiden dat het overwinteringsgebied naar het noorden opschuift.


In Engeland zijn daar al de eerste tekenen van te zien, meldt de BBC. De aantallen overwinterende watervogels nemen daar gestaag af. De vogels hoeven waarschijnlijk niet meer helemaal naar het eindpunt van hun trekroute te vliegen om in de winter aan hun trekken te komen.


In Nederland, is van een afname niets te merken, meent Hans Schekkerman van vogelonderzoeksorganisatie Sovon. 'Omdat Engeland aan het einde van de zuidwest-gerichte trekroute ligt, valt de afname daar het meeste op. In Nederland raken we raken wellicht wel 'traditionele' overwinteraars kwijt, maar daarvoor krijgen we de vroegere Engeland- en Frankrijkgangers terug.'


Ook ziet Schekkerman, zeker bij de ganzen geen enkele aanwijzing dat de vogels later arriveren. 'Eerder het tegendeel. In drie van de vier afgelopen telseizoenen werden juist in oktober al opvallend grote aantallen ganzen vastgesteld; alleen in 2008 waren de ganzen laat. Verder terugkijkend zijn in Nederland tussen circa 1980 en 2008 de aantallen pleisterende ganzen in oktober en november, als percentage van het wintermaximum, juist toegenomen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden