Een zware onvoldoende

Onder opeenvolgende staatssecretarissen van de PvdA is het voortgezet onderwijs in het slop geraakt. Maar ook andere politieke partijen treft blaam, betoogt Leo Prick in zijn nieuwste boek. Hij breekt daarin een lans voor de mavo.

'De mavo moet zo snel mogelijk in ere worden hersteld, duidelijk los van het voorbereidend beroepsonderwijs.' En, weet Leo Prick zeker, daar gaat het ook van komen. 'Je ziet het nu al: steeds meer scholengemeenschappen kiezen ervoor hun vmbo-t-opleiding weer apart van de rest van het vmbo te vestigen. Mavo's bloeien als nooit tevoren.'

Minister Van der Hoeven zei het nog vorig jaar, nota bene in het kader van een reddingsplan voor het geplaagde vmbo: scholen mogen zich best weer mavo noemen als ze dat willen. Prick : 'Ze voegde er zelfs aan toe dat dat altijd zo was geweest. Schandelijk natuurlijk! Ze was wel degelijk bezig eerdere maatregelen te repareren!'

Het opheffen van de mavo bij de vorming van het vmbo is wel de grootste blunder van het onderwijsbeleid van de laatste decennia geweest, vindt NRC Handelsblad-columnist dr. Leo Prick . Daardoor ontstond een onverantwoorde tweedeling in het voortgezet onderwijs, die tot op de dag van vandaag grote problemen als schooluitval en gebrek aan doorstroming veroorzaakt. Weerstand tegen de plannen werd door de politiek destijds genegeerd, kritiek weggewoven.

Onderwijs op de divan heette Pricks vorige boek (2000), over de toestand van het Nederlandse onderwijs, en sindsdien is de patiënt bepaald niet genezen. Een beter-verklaring viel ook niet te verwachten. Voor Prick (66), voormalig leraar, toetsenmaker en directeur van het onderzoeksbureau Intervu, is er altijd wat te mekkeren. In zijn nieuwe boek Drammen dreigen draaien, dat vandaag uitkomt, richt hij zijn pijlen op de politieke besluitvorming over het middelbaar onderwijs van de laatste twintig jaar. Vooral de sociaal-democratische staatssecretarissen moeten het ontgelden.

Want volgens Prick hebben Jacques Wallage (1989-1993), Tineke Netelenbos (1994-1998) en Karin Adelmund (1998-2002) niet nagelaten tegen de wensen van leraren en ouders in, hun idee-fixe van een middenschool uit te voeren. Wallage wist ondanks veel verzet in en buiten de politiek uiteindelijk de basisvorming, zeg maar een driejarige brugklas voor alle schooltypen, door de Kamer te loodsen, maar eenmaal bij wet aangenomen bleken de meeste scholen zich hier weinig aan gelegen te laten liggen. Inmiddels is er niets van over.

Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, een samenvoeging van het vroegere vbo en de mavo), onder Netelenbos in 1998 met algemene stemmen door de Kamer aanvaard, bestaat nog wel. Mét de scholenfusies, waar ook bijna niemand blij mee was, vormt het volgens Prick de kwalijke erfenis van dertien jaar PvdA-onderwijsbewindslieden. Al die tijd hebben die geprobeerd Van Kemenades oude, gestrande ideaal van de middenschool, een voortgezette opleiding voor alle niveaus met het doel gelijke kansen te scheppen voor iedereen, alsnog gestalte te geven. Daartoe namen ze maatregelen die dat ideaal tot ver achter de horizon verdreven.

'Het gekke is', zegt Prick , 'we hádden hier een middenschool! En juist die heeft de PvdA met veel moeite en politieke druk afgeschaft.' Sinds de Mammoetwet functioneerde de mavo immers precies zoals een middenschool zou moeten doen. Een Nederlandse succesformule, waarop ze in veel Europese landen jaloers waren. 'Hier in Nederland ging 30 tot 40 procent van de leerlingen naar de mavo. Voor het deel van hen dat verder wilde en kon, waren er doorstroommogelijkheden via havo naar vwo en hoger onderwijs. Het vmbo sloot die route af.'

Want het vmbo sluit aan op het mbo (middelbaar beroepsonderwijs), en dat is het. De nieuwe tweede fase, met vier examenprofielen in de havo-bovenbouw, heeft de aansluiting vmbo-t naar havo nog verslechterd, meent Prick

Gevolg 1: In plaats van het vbo in niveau omhoog te halen, trok het nieuwe vmbo de oude mavo-klanten omlaag en ontstond een tweedeling.

Gevolg 2: Door de nadruk op algemene en theoretische vakken in ook de lagere leerwegen van het vmbo werd het moeilijker voor de groeiende groep kinderen die liefst zo snel mogelijk met hun handen aan de slag willen. Uitval ligt op de loer.

Gevolg 3: Veel ouders doen alles om te proberen hun kinderen in een havo-vwo-brugklas te krijgen. Een goede Cito-score is van levensbelang, wat in veel gevallen een onrechtvaardige druk op kinderen en basisscholen legt. Tel uit je winst.

Prick : 'Je moet dus de mavo zijn identiteit teruggeven. Dan zal er ook van ouders minder druk komen op de basisscholen, omdat ze weten dat kinderen met die mavo ook nog alle kanten uit kunnen. Je kunt kinderen niet op 12-jarige leeftijd determineren.'

Precies dat wilden ook de sociaal-democraten tegengaan. Maar door de bevlogen houding van de PvdA-politici, die niets wilden weten van het verzet tegen de plannen en de kritiek van de scholen, bestaat nu de tweedeling waar zij zelf zo tegen waren: een onderlaag van vmbo en een bovenlaag van havo/vwo, die onderling niets met elkaar te maken hebben.

In al die jaren was het onderwijsbeleid gericht op het oplossen van problemen die niet bestonden, terwijl geen beleid werd gezet op volgens Prick het enige echte probleem van het voortgezet onderwijs: de dramatische terugloop van het aantal middelbare scholieren. Tussen 1982 en 1992 daalde het aantal leerlingen (12-16 jaar) met 30 procent, van 604 duizend naar 436 duizend, om zich daarna op dat niveau te stabiliseren.

Een logisch gevolg van de geboortegolf van net na de Tweede Wereldoorlog. Maar wel een met gevolgen. Scholen zijn voor hun geld afhankelijk van de leerlingenaantallen en moesten steeds meer moeite doen die op peil te houden. Voor de hogere onderwijsvormen was dat het gemakkelijkst, constateert Prick , ouders kiezen graag hoger. Havo en vwo bleven min of meer op peil, maar wel met leerlingen voor wie dat onderwijs vaak te hoog gegrepen was. De mavo kreeg het moeilijk, maar wist leerlingen weg te kapen bij het vbo. Daar vielen dan ook de hardste klappen. Naar het vbo ging je alleen als je echt niet anders kon. Het werd een vergaarbak van probleemgevallen.

In alle Kamerstukken die Prick voor zijn boek raadpleegde, is hij nooit iemand tegengekomen die op deze zo evident voorspelbare probleemfactor wees. 'Nooit! Iemand had toen moeten zeggen: we moeten een paar dingen doen vanwege de terugloop van het aantal leerlingen: we moeten de verhoudingen van vbo, mavo, havo en vwo handhaven, anders krijg je kwaliteitsverlies.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden