Een zwak intern kompas

Nederland is een vriendelijke samenleving. Daar worden mensen verwend en egoïstisch van. Morele normen worden niet verinnerlijkt. En dat is nu juist de rem op ongebreideld individualisme, zegt de Amerikaanse historicus en Nederland-kenner James Kennedy....

HET verkeersgedrag in het plaatsje Holland, in het midden-westen van de Verenigde Staten, doet denken aan Nederland in de jaren vijftig. In het besneeuwde landschap bewegen auto's zich traag voort over de beijzelde wegen. Aangekomen bij een kruising doen de bestuurders precies wat wordt verlangd: stoppen bij het stopbord. Dat er van andere weggebruikers of de politie geen enkel gevaar dreigt, doet er niet toe. Stoppen hoort nu eenmaal - do the right thing.

De verinnerlijking van morele normen is in de ogen van de 37-jarige historicus James Kennedy, inwoner van Holland, een van de belangrijkste verschillen tussen zijn land en Nederland, als het gaat om de impact van individualisering. Vanuit Holland, evenals het aanpalende Vriesland, Zeeland en Overisel gesticht door Nederlandse immigranten, houdt Kennedy, docent aan Hope College, zich intensief met the old country bezig. Zijn belangstelling voor ons land valt terug te voeren op zijn roots; zijn moeder is Nederlands. Kennedy is de auteur van Nieuw Babylon in aanbouw, een veelgeprezen boek over Nederland in de jaren zestig, toen de individualisering zo krachtig werd ingezet. Momenteel werkt hij aan een publicatie over het euthanasiedebat in de jaren zeventig en tachtig, waarbij onze kijk op zelfbeschikking zijn bijzondere belangstelling heeft. De Nederlandse variant van individualisme is hem derhalve even vertrouwd als het Amerikaanse model. Nederland kan van de Verenigde Staten leren, concludeert Kennedy.

- In Nederland wordt de trend van individualisering vaak als een bedreigende ontwikkeling voor de gemeenschapszin gezien. Kijkt u er ook zo tegen aan?

'Nee, het hoeft zeker niet negatief te zijn. In beginsel is individualisme een neutraal begrip: de mens bepaalt zelf wat goed en slecht is en dat doet niet de vakbond, de partij of de krant voor hem. In de jaren zestig was individualisering in Nederland duidelijk met een gemeenschapsideaal verbonden. Je mocht je eigen moraal bepalen, maar de verwachting was wel dat je dan individuele verantwoordelijkheid zou tonen en medemenselijkheid; de gemeenschap zou erbij zijn gebaat. De wereld zou een groot, tolerant dorp worden waarin iedereen elkaar kon vertrouwen. Dat was de dominante opvatting - en niet alleen bij provo's en kabouters, maar ook bij linkse politici, de progressieve vleugel van de christelijke partijen meegerekend. Individualisering werd gezien als een manier om meer diepte te geven aan het begrip gemeenschap in een tijd dat de samenleving niet langer verzuild was.

'In die tijd werd er overigens ook al vaak tegen het individualisme gewaarschuwd, omdat het de gemeenschapszin zou bedreigen. Er werd dan gewezen op de egoïstische kant ervan, het alleen maar genieten op terreinen als seks en drugs. Het is dus niet zo dat we de negatieve aspecten opeens hebben ontdekt. Maar over het algemeen was er destijds veel meer optimisme over individualisering dan nu.'

- Hoe lag dat in de Verenigde Staten, voor ons het land bij uitstek waar het individu op een voetstuk wordt geplaatst. Was er in de jaren zestig een ontwikkeling op dit vlak?

'Niet wezenlijk. Alexis de Tocqueville waarschuwde al in 1835 tegen het losgeslagen individualisme dat de Amerikaanse samenleving zou kunnen ondermijnen. Die angst hebben we altijd gehad. Ook feitelijk was het individualisme hier veel groter dan in Europa - als je tenminste de echtscheidingsstatistieken ziet als teken dat het individu en niet het gezin de basis van de samenleving is. Dat cijfer is in Amerika altijd veel hoger geweest en is in de jaren zestig nog gegroeid.

'Maar individualisme is ook altijd heel positief uitgelegd. De held die alleen staat, vrij van anderen, en zijn eigen morele keuzes maakt, is een Amerikaanse held. Die heb je in Nederland niet. Jullie hebben helemaal geen helden. Die morele benadering komt ook in de taal naar voren. Een Amerikaan begrijpt niets van de Nederlandse vermaning: 'Doe niet zo asociaal.' Dat betekent zoiets als: 'Denk aan de maatschappij.' Daar hebben wij geen taal voor. Je kunt wel zeggen: 'Don't be so selfish', maar dan ligt de nadruk niet op het sociale, maar op een karakterprobleem dat iemand heeft. In de opvoeding blijkt dat verschil ook. Terwijl Nederlandse kinderen vooral geleerd wordt rekening te houden met anderen, wordt Amerikaanse kinderen voorgehouden dat ze goed moeten zijn, los van anderen. 'Dare to stand alone', zongen wij op zondagsschool over Daniël in de leeuwenkuil - een individu dat door iedereen wordt verloochend, moet toch het goede doen. In Amerika wordt veel meer aan dat interne kompas gewerkt dan in Nederland.

'Die nadruk op individueel verantwoordelijkheidsbesef dient in Amerika als een rem op ontsporingen van individualisme. Gore en Bush moesten tijdens de verkiezingscampagne veel over religie praten - niet omdat de Amerikanen hun opvattingen daarover zo belangrijk vinden, maar omdat ze willen weten of hun president wel een sterk geweten en een goed karakter heeft. Godsdienst dient dan als bewijs van een schoon geweten. Daarom is het nog altijd zo belangrijk in de Amerikaanse samenleving; godsdienst is een middel om een goed individu te worden.'

- Die Amerikaanse rem op ontsporingen kent Nederland niet. Is met de toegenomen welvaart niet de kans op ontsporingen toegenomen? Mensen zijn steeds beter in staat te zeggen: ik trek me van niemand iets aan, ik ga mijn eigen gang.

'Nederland heeft niet die Amerikaanse rem, maar het kleine formaat van het land vraagt vanzelf om meer saamhorigheid, men moet meer rekening met elkaar houden. De culturele geografie dwingt daartoe. De huizen zijn er kleiner, de auto's ook. Of hoogconjunctuur op zichzelf het individualisme bevordert weet ik niet. Christopher Lasch besteedde al in de jaren zeventig, toen het economisch helemaal niet zo goed ging, in zijn Culture of Narcissism aandacht aan de negatieve kanten van individualisering. Hij stelde dat het juist de laagconjunctuur was, en de daaruit voortvloeiende uitzichtloosheid, die het individualisme aanwakkerde. Zelf denk ik dat, als een bepaald basaal welvaartsniveau eenmaal is bereikt - zeg maar Nederland rond 1970 - de economische ontwikkeling er minder toe doet en dat het dan vooral culturele factoren zijn die bepalen of individualisme ontspoort of niet.'

- Welke factoren zijn in dat opzicht in Nederland bepalend?

'Ik denk dat vooral de welzijnsideologie in Nederland zeer dominant is geweest. Die komt neer op de gedachte dat de wereld er is om jou een prettig leven te bezorgen. En als dat niet gebeurt, is er iets mis met de wereld. Een sterk voorbeeld vond ik de CPN'er die ik begin jaren tachtig in Finsterwolde interviewde. Hij was al drie jaar zonder werk en het meest vervelende daarvan was dat hij in een zes jaar oude auto moest rijden. Dat lag aan de samenleving. Schande, vond hij.

'In Nederland zie je die negatieve uitwerking van individualisering bijvoorbeeld in de euthanasiepraktijk. Oma ligt op sterven en de vakantie komt eraan, dus vraagt de familie of de dokter niet even een handje kan helpen - zo'n aanvraag komt voor. Bij euthanasie wordt gepleit voor zelfbeschikkingsrecht, maar het zijn wel anderen, in dit geval artsen, die moeten zorgen dat je het krijgt. Artsen hebben in Nederland helemaal iets van welzijnswerkers gekregen - kijk ook naar hun rol bij de WAO, waarbij ze soms mensen helpen die zich niet zo lekker voelen of niet goed functioneren. Dan biedt de arts de oplossing.

'De Verenigde Staten kennen ook wel die negatieve kant van de individualisering, maar minder dominant. Wanneer je vijf dollar per uur verdient en je hebt hoge schulden, dan komt de gedachte dat de wereld er is om jou gelukkig te maken niet in je op. Miljoenen Amerikanen hebben niet de luxe dat te denken.

'Maar er is ook een verwende middenklasse ontstaan die gewend is aan een mooi leven en die, zodra er iets tegenvalt, met claims komt om vergelding te krijgen voor wat hen is aangedaan. Dat procederen gebeurt dan wel op eigen risico, want anders dan Nederlanders verwachten ze niet dat de overheid hen te hulp schiet. Het beeld dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen lot, taant dus wel in de Verenigde Staten, maar het bestaat nog steeds.'

- Is in Nederland de mondigheid van de burger doorgeschoten? Patiënten die agressief zijn tegen dokters, ouders tegen leraren, amateurvoetballers tegen scheidsrechters.

'Ik heb schrijnende gevallen van egoïsme in Nederland meegemaakt en beschouw het ook wel als een probleem, maar je moet dat wel in zijn context zien. De overdreven anti-autoritaire inslag van Nederlanders helpt natuurlijk niet; de overtuiging dat niemand beter is dan een ander en dat iedereen gelijk is aan elkaar, het gelijkheidsideaal van de jaren zestig, werkt ongelukkig uit.

'Maar anderzijds bespeur ik ook de neiging om niet langer te zien hoeveel sociaal kapitaal er nog wel is. En dat is heel aanzienlijk. Nederlanders mogen zich dan op de weg of op het sportveld onaangenaam gedragen, maar je kunt ook wijzen op het sterke gemeenschapsbesef, zoals dat wordt getoond bij demonstraties tegen zinloos geweld en andere vormen van solidariteit. Ik denk dat Nederland nog heel diep moet vallen, voordat het sociaal kapitaal op is.

'In Nederland woon je bijna overal in een dorp en is iedereen benaderbaar voor overleg. Het conformisme is nog sterk; de maaiveldcultuur die ervoor zorgt dat individuen niet kunnen schitteren zoals in Amerika, maakt ook dat negatieve aspecten van het individualisme worden teruggedrongen. Het geklaag erover geeft al aan dat de mensen nog zoveel gemeenschapszin hebben dat ze er mee zitten. Dus ik zou zeggen: natuurlijk moet je het probleem serieus nemen, maar ook weer niet te veel. Nederland zal de komende vijf jaar echt niet in elkaar storten, daarvoor is de traditie van saamhorigheid sterk genoeg.'

- Is het geklaag over individualisering niet ook een generatiekwestie? Babyboomers die zich destijds hebben afgezet tegen de oudere generatie met diens burgerlijke waarden, vormen nu zelf de gevestigde orde en vrezen de kinderen van hun eigen revolutie.

'Absoluut. Ik heb in Nederland veel vijftigers ontmoet die zich tegen alles hadden afgezet en die nu onzeker zijn over wat ze teweeg hebben gebracht. In mijn ogen is dat in grote lijnen positief geweest. Mensen zijn vrijer geworden en hebben een beter idee gekregen van wat ze willen en wie ze zijn. Neem de zwaar gereformeerde gemeenschap, een bevolkingsgroep die niet aan de veranderingen heeft meegedaan. Waarom ze er zijn en doen wat ze doen, kunnen ze alleen uitleggen met een beroep op gewoonte. Dat is tekenend voor hoe de jaren vijftig waren. Dat is voor een groot deel verdwenen en daarvoor is individuele ontplooiing in de plaats gekomen.'

- Na de val van de Muur heeft het neo-liberale marktdenken de dominante linkse ideologie verdrongen. Volgens sommigen ondermijnen juist dat marktdenken en het consumentisme de gemeenschapszin. Dorien Pessers spreekt van schijn-individualisering: we denken vrij te zijn, maar hobbelen in feite massaal achter het dictaat van de markt aan.

'Ik heb het tot nu toe niet over een diep soort individualisme gehad. Ik heb meer de vraag gesteld: bepaal ik zelf wat goed en slecht is? Dat ik als individu veelal onbeduidende keuzes maak, die ook door anderen worden gemaakt, doet er dan niet zo toe. Natuurlijk kun je je afvragen of er niet van nep-individualisme sprake is, zeker in de Verenigde Staten, home of the mass man. Hier is het consumentisme tenslotte uitgevonden.

'Maar ik denk dat je in Amerika uiteindelijk, meer dan in Nederland, mensen aantreft die echt keuzes durven te maken en geen nepkeuzes - mensen die tegen de mainstream in durven gaan. In Nederland heb je wel een expressief soort individualisme, zoals het dragen van afwijkende kleding, maar dat gedrag daagt de gemeenschap niet uit.

'In Amerika zijn daarentegen relatief veel alternatieve gemeenschappen die echt voor een eigen levensstijl kiezen. Mensen die bewust in een armenwijk gaan wonen; die ervoor kiezen hun kinderen zelf onderwijs te geven; mensen die lid worden van allerlei sektes; ondernemers die zich als filantropen ontpoppen en miljoenen aan de gemeenschap geven en zo de leden van die gemeenschap uitdagen ook zelf bij te dragen. Dat laatste is mogelijk omdat de Amerikaanse maatschappij harder is. Dat maakt het gemakkelijker je te profileren. In Amerika verdient de topman van een grote onderneming 476 keer het gemiddelde salaris; in Nederland is dat slechts zeventien keer. De Amerikaan heeft dus meer ruimte zich te profileren. En hij doet dat ook.'

- Nederland heeft vrij algemeen het marktdenken omarmd. Leidt dat niet vanzelf tot minder sociale cohesie?

'De vraag is hoe neo-liberaal Nederland echt wordt. Ik zie wel een oppervlakkige, maar geen wezenlijke verandering. Er is nog altijd een vrij vriendelijke overheid die zich verantwoordelijk toont voor zijn burgers. Er wordt bijvoorbeeld niet over gepiekerd de uitkeringen heel scherp aan te pakken. In vergelijking met de Verenigde Staten vind ik het wel een tekortkoming van Nederland dat er veel minder sprake is van een verinnerlijking van bepaalde waarden, van do the right thing. Ik had hier onlangs twee Brabantse jongens van rond de twintig op bezoek en die waren stomverbaasd toen ze hoorden dat je iemand die pech op de weg heeft, ook kunt helpen.

'Als samenleving is Nederland denk ik nog altijd een betere plaats om te wonen dan de Verenigde Staten. Het is hier harder, zie de sociale problemen, maar daardoor zijn er ook meer kansen op een goed soort mensen. Geen betere samenleving, maar wellicht wel betere individuen.'

- Waar gaat uw voorkeur uiteindelijk naar uit?

'Ik denk dat een samenleving idealen nodig heeft om verder te komen. In de Verenigde Staten bestaan duidelijke ideeën over wat het betekent een goede burger te zijn. Dat kent Nederland nauwelijks en daardoor ontbreekt inspiratie. Het land is opvallend geheugenloos, waardoor de positieve voorbeelden van individualisme ontbreken. In de Verenigde Staten heb je die wel en zijn er tradities zoals de nadruk op karaktervorming en vrijwilligerswerk die maken dat het liberalisme in goede banen wordt geleid. De remmen op losgeslagen individualisme zijn steviger dan in Nederland. Daarom denk ik dat de negatieve kanten van individualisering op den duur voor Nederland een grotere bedreiging vormen dan voor de Verenigde Staten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden