Een zwaard dat miltvuur splijt

De hausse aan nieuw antrax-onderzoek, na de aanslagen van een jaar geleden, begint resultaat af te werpen. Amerikanen brengen een virus in stelling, om de bacterie op te sporen en verdelgen....

NA DE poederbriefpaniek vorig najaar is er wereldwijd een hausse ontstaan in onderzoek naar miltvuur. Overal zijn onderzoeksgroepen, ook aangetrokken door ruime budgetten, op jacht naar betere methoden om miltvuur te voorkomen en te genezen.

Dat lijkt hoognodig, want vorig najaar ging het in de Verenigde Staten maar net goed. Er vielen bij de miltvuuraanslagen nauwelijks slachtoffers, omdat duizenden mensen in de gevarenzone preventief antibiotica kregen. Maar het is vrij eenvoudig om gevaarlijker varianten van de Bacillus anthracis te kweken, die wel resistent zijn tegen antibiotica en dus veel meer slachtoffers zouden kunnen maken.

Aan de paniek vorig jaar droeg bij dat het dagen duurde voordat de poederbrieven en monsters uit de postkantoren geanalyseerd waren, met alle onzekerheid van dien. Met betere detectietechnieken zouden overheden sneller en effectiever kunnen gaan ingrijpen.

Vandaar al het onderzoek, en vandaar al het geld dat erin wordt gestoken. Raymond Schuch en twee andere wetenschappers van de Rockefeller universiteit in New York presenteren in het Britse weekblad Nature van 22 augustus een veelbelovende methode waarmee miltvuur kan worden gedetecteerd en bestreden.

Zij brengen een virus in stelling, de gamma-bacteriofaag, de natuurlijke vijand van de miltvuurbacterie. Niet het hele virus, maar alleen het meest dodelijke onderdeel daarvan, het enzym PlyG: een soort zwaard waarmee de bacterie wordt opengereten.

Probleem is wel dat PlyG na besmetting razensnel aan een miltvuurslachtoffer moet worden toegediend, liefst voordat de bacterie en zijn gif zich in het lichaam kunnen verspreiden. Van een stel door de Amerikaanse onderzoekers gebruikte proefmuizen overleefde 80 procent het als ze binnen een kwartier met PlyG werden ingespoten. B. antracis moet dus zo snel mogelijk worden opgemerkt. Daarvoor zijn gevoelige detectoren nodig.

Schuch zegt dat zijn PlyG ook daarvoor zeer geschikt is. Het zwaard prikt de miltvuurbacterie lek, waardoor het stofje ATP, de accu van de cel, vrijkomt. Door dat vervolgens bij weer een ander stofje te houden, luciferase, ook aanwezig in vuurvliegjes, ontstaat er licht. En dat licht is meetbaar, zelfs met kleine handzame apparaatjes.

'Een aardige aanpak', zegt dr. Netty Zegers van TNO Preventie en Gezondheid, dat voor het Ministerie van Defensie identificatiemethoden voor biologische wapens ontwikkelt. Vooral de geclaimde gevoeligheid spreekt haar aan. 'Minstens een factor honderd hoger dan de veldtesten die nu worden gebruikt.'

Een mooie, maar omslachtige trukendoos, vindt daarentegen dr. Ben van Baar van het Prins Maurits Laboratorium van TNO in Delft, waar ook onderzoek wordt gedaan naar biologische oorlogvoering. Zeker omdat de spore - een inactieve, gepantserde versie van de bacterie - eerst nog chemisch moet worden gestimuleerd om te ontkiemen, zoals dat heet. Pas daarna kan de PlyG zijn werk doen. 'De volledige behandeling kost op zijn minst een kwartier', schat Van Baar.

Dat is nog altijd een stuk sneller dan de meeste van de huidige laboratoriummethoden, en dus best handig om bijvoorbeeld een met poederbrieven bestookte postkamer te diagnosticeren. Maar minder bruikbaar in acute alarmsituaties, zoals op het slagveld, zegt Van Baar. 'Tegen de tijd dat je erachter bent dat er miltvuur is, heeft het geen zin meer om een gasmasker op te zetten.'

Zelf is hij bezig met een detector die binnen een paar seconden zijn werk doet. Het apparaat is ontwikkeld aan de TU Delft, en kreeg vorig jaar na de aanslagen zelfs CNN al op bezoek. Inmiddels is het wereldwijd gepatenteerd.

Het ding zuigt stoffen uit de lucht aan, die vervolgens met een laserstraal worden beschoten. Daardoor vallen ze in geïoniseerde brokstukken uit elkaar. Een massaspectrometer meet de gewichten van die brokstukken. Omdat elk stofje een eigen vingerafdruk van ingrediëntmassa's heeft, kan op die manier ook miltvuur worden herkend.

Behalve de snelheid is ook de veelzijdigheid een groot voordeel van de Nederlandse detector. 'Hij is ook geschikt voor andere bacteriën', zegt ir. Arjan van Wuyckhuyse, die bij uitvinder dr. ir. Jan Marijnissen op de massaspectrometer promoveert. Ook pokken en pest worden zichtbaar. In theorie, tenminste, want de vinding is nog niet op dergelijke dodelijke virussen en bacteriën uitgeprobeerd. 'Daar zijn in Nederland geen laboratoria voor', zegt Van Wuyckhuyse. Dus moest hij het doen met relatief onschuldige bacteriën voor gewasbescherming, en verschillende varianten van de E. coli, die zich normaal gesproken in de darmen bevindt.

De Delftenaren willen nu naar een 'warme opstelling', voor het echte werk. Bovendien moet de verwerkingscapaciteit omhoog, van één naar vierhonderd liter per minuut. Dan, als de techniek bewezen is, de volgende stap: het apparaat verkleinen tot rugzakformaat.

Die volgende stappen kosten tijd en geld, zegt Van Baar. Een paar jaar, een paar miljoen. Dus zoeken de TU en TNO naar financiers.

In Nederland? 'Ze vinden het prachtig wat we doen, maar verbinden daar nog geen financiële conclusie aan', zegt Van Baar.

Het buitenland dan? Er zijn gesprekken gaande met DARPA, de Amerikaanse defensie-onderzoeksorganisatie, maar dat was een jaar geleden ook al het geval. Van Baar denkt dat er in september of oktober een beslissing moet vallen. 'We kunnen niet eindeloos blijven wachten.'

'We zien dat ons apparaat gewoon gekopieerd wordt', zegt Van Wuyckhuyse. Ondanks het patent. 'Op defensiegebied gelden andere mores.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden