Een zootje ongeregeld de Volkskrant Kenniscafé

Het stripblad Robbedoes legde in 2005 het loodje, maar zijn Franstalige grote broer Spirou doet het nog steeds goed. Dit voorjaar bestaat het 70 jaar....

Bart Dirks

De beroemdste redactie ter wereld moet haast wel die van The Washington Post zijn. De burelen van de krant die in 1972 het Watergate-schandaal onthulde, kregen wereldfaam dankzij de film All The President’s Men. De journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein (gespeeld door Dustin Hoffman en Robert Redford) werken in een voor die tijd hypermoderne kantoortuin, koortsachtig gravend naar de primeur die president Nixon ten val brengt.

Maar wat een saaie boel was het bij The Washington Post vergeleken bij die andere wereldberoemde redactie: die van het Belgische weekblad Spirou, waarvan de Nederlandstalige editie Robbedoes heette. Europa’s oudste nog bestaande stripblad viert op 21 april zijn 70ste verjaardag. Het wordt gevierd met een expositie in het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal in Brussel. Vooral de sfeer op de creatieve redactie van het blad staat centraal in de tentoonstelling. ‘Een zootje ongeregeld’, is de kortst mogelijke samenvatting.

Dat zootje staat nu nog altijd model voor de strips van Le Boss, waar het duo Zidrou en Bercovici de veeleisende hoofdredacteur van het weekblad voor schut zet. Maar vooral werd de de redactie bekend dankzij de avonturen van Guust Flater, getekend door André Franquin (1924-1997). De klunzige antiheld verschijnt op 28 februari 1957 voor het eerst in het stripblad. Hij ‘werkt’ in de verhalen zelf ook op die redactie, bij uitgeverij Dupuis. Maar liever dan de post sorteren, zet hij de boel op stelten.

Soms liggen de grappen van Franquin helemaal niet zo ver van de werkelijkheid af, zoals de keer dat op de echte redactie een koe wordt gestald die is bedoeld als hoofdprijs van een lezerswedstrijd. Gelukkig blijkt de prijswinnaar een boer te zijn.

Ook het leeuwenwelpje waarmee Guust Flater op de proppen komt, is echt op de redactie geweest. Het was een cadeau van ontdekkingsreiziger en tekenaar De la Fuente voor uitgever Charles Dupuis; de losbandige hoofdredacteur Yvan Delporte neemt het beestje mee naar huis. Als de leeuw ook daar te groot zou worden, zou Delporte hem hebben afgestaan aan een Franse dierentuin of aan een circus. Maar al twee weken later sterft het arme dier aan een worminfectie. ‘Delporte had het te veel filet américain gegeven of zo’, veronderstelt Thierry Martens, hoofdredacteur van Robbedoes/Spirou tussen 1969 en 1978, in een interview met het dagblad De Morgen.

Als in 1938 het eerste nummer van Spirou verschijnt, zijn er in België al enkele stripbladen op de markt, zoals Le Journal de Micky (1934), Robinson (1936) en Hurrah (1936). Maar die publiceren vooral vertalingen van Amerikaanse comics. Drukker Jean Dupuis besluit dat het tijd is voor iets anders: een blad dat tekenaars en scenaristen van eigen bodem een kans moet geven. Tekenaar Robert Velter (alias Rob-Vel) bedenkt het personage van de piccolo Robbedoes, Spirou in het Frans. Spirou is Waals voor eekhoorn, maar ook de benaming voor iemand die monter zijn eigen gang gaat.

‘De typisch Waalse naam van ons nieuwe weekblad weerspiegelt perfect de geest van het blad’, zegt Jean Dupuis in 1938. ‘Het is een guitige, spontane en gezonde knaap die wel te vinden is voor een grapje, maar een hart van goud heeft: hij is een model, een kampioen van de goede luim.’ Spirou krijgt 28 weken later ook zijn Nederlandstalige broertje, Weekblad Robbedoes.

Niet alleen Robbedoes (met zijn kompaan Kwabbernoot) en Guust Flater debuteren in het blad, het geldt ook voor onder meer detective Jérôme K. Jérôme Bloks, kolonel Buck Danny, het opvliegende jongtje Cédric, de aan computergames verslaafde Kid Paddle, cowboy Lucky Luke en voor de Smurfen, die dit jaar 50 worden.

Toch kent het succes van het weekblad, zeker aan Nederlandstalige zijde, zijn grenzen. In september 2005 verschijnt het laatste nummer van Robbedoes, waarvan wekelijks nog maar drie- tot vijfduizend exemplaren werden verkocht. Het blad is zijn ziel dan al jarenlang verloren: het is een stuk dunner dan zijn grote Franse broer en er worden alleen uit het Frans vertaalde strips in opgenomen. Die vallen niet altijd in de smaak van het Vlaamse en Nederlandse publiek. Ook verschijnen er geen redactionele rubrieken, zoals interviews of prijsvragen.

De Spirou heeft nog altijd een oplage van ruim honderdduizend exemplaren en wordt gelezen in België, Frankrijk en Canada. ‘Maar het is voor een striptijdschrift moeilijk om in de kiosk te liggen’, klaagt Sophie Dumont van uitgeverij Dupuis. ‘We vallen niet meer op tussen alle jeugdbladen die in hun plastic folie allerlei gadgets cadeau doen. In veel tijdschriftenwinkels komen we niet eens in het rek te liggen, maar zijn de exemplaren bestemd voor vaste klanten. We hebben een heel trouw lezerspubliek.’

Er zijn volgens Dumont geen plannen om de Nederlandse editie opnieuw te lanceren. ‘We zien daar een heel andere markt. De stripalbums doen het daar wel goed, al is dat ook anders. In het Nederlandse taalgebied verkopen we bijvoorbeeld nauwelijks albums met een harde cover.’

Dupuis lijkt zich hoe dan ook minder voor de Nederlandstalige markt te interesseren. Het voormalige familiebedrijf, een tijd in handen van de steenrijke Waalse staalbaron Albert Frère en sinds 2004 eigendom van het Franse Media-Participations, kocht in 2000 nog de Vlaamse uitgeverijen De Stripuitgeverij en De Ballon over (nu samen Balloon Books). Maar vorige week kondigde Dupuis aan dat de Vlaamse poot wordt overgenomen door de nieuwe vennootschap Diversimedia. Daarin participeert onder andere de familie Moortgat, de hoofdaandeelhouders van brouwerij Duvel-Moortgat. ‘Jommeke weer in Vlaamse handen!’, juichte het persbericht, verwijzend naar een van de populairste strips in Vlaanderen.

‘Dit is de start van een nieuw avontuur’, stelt brouwerijdirecteur Michel Moortgat. ‘Er is geen rechtstreekse link met de brouwerij omdat het gaat over een investering van onze familieholding, maar toch zijn er enkele raakpunten: net als Duvel doet Jommeke het heel goed in een wereld die beheerst wordt door grote multinationals. En allebei zijn ze – elk op hun gebied – ontegensprekelijk een deel van het Belgisch cultureel erfgoed.’

Het zal de chaotische en vrolijke ploeg van Spirou waarschijnlijk grotendeels ontgaan. De redactie verhuisde onlangs van Brussel terug naar Marchinelle (gemeente Charleroi), waar de basis van het weekblad en van uitgeverij Dupuis ligt. Koeien en leeuwen lopen er bij het 70-jarige stripblad niet meer rond.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden