Een zomergast

Iedereen was tevreden over zomergast Van Agt, dus het moet aan mij hebben gelegen...

Wat had ik er tegen?

Ik zou bij Joost Zwagerman kunnen beginnen, maar daar gaat het niet echt om. Joost Zwagerman is door de VPRO in de verleiding gebracht om een vak uit te oefenen dat hij niet verstaat, een ondeugd die door Napoleon een keer immoreel is genoemd, en waarvan je meer in het algemeen kunt zeggen dat het misschien niet zo verstandig is.

Waarom doet iemand dat?

Ja, wat dacht je. Televisie natuurlijk.

Daar zie je van ' s morgens vroeg tot ' s avonds laat zangers aan het werk die niet kunnen zingen en acteurs die niet kunnen acteren, en omroepers die niet kunnen omroepen, en cameramannen die niet weten hoe ze een fatsoenlijk shot moeten maken ('dat is me te technisch', toonde Joost Zwagerman tegenover Paul de Leeuw zijn dédain voor vakmanschap) – en die allemaal, met geld toe, ook nog wereldberoemd worden.

Dan moet je van heel verstandigen huize komen als Hilversum belt of je vijf zomergasten wilt scheren, en je zegt nee.

Waarom trouwens zou de VPRO gedacht hebben: die Zwagerman is een veelgelezen schrijver, dus die zal ook wel een veelbelovend presentator-interviewer blijken? Want bij het Concertgebouw zullen ze volgens mij nooit denken: die Zwagerman schrijft aardig, dus die moeten we maar eens uitnodigen om de vijf pianoconcerten van Beethoven te komen spelen. Zoals Zwagerman, vermoed ik, zo'n uitnodiging, hoe vleiend ook, beleefd zou afslaan. Misschien niet eens omdat hij geen piano zou hebben, maar omdat het Concertgebouw geen televisie is.

Televisie! Is er iets op aarde dat er mee vergeleken kan worden?

Maar goed. Joost Zwagerman neem ik verder weinig kwalijk, behalve misschien de buitensporige dankbaarheid die hij aan het eind van de uitzending jegens Van Agt aan de dag legde: alsof hij God zelf bereid had gevonden een paar uurtjes uit Zijn eeuwigheid bij de eenvoudige ondervrager neer te dalen.

Van Agt liet zich de haast gênante ootmoed van zijn gastheer minzaam welgevallen, wat de ootmoed des te gênanter maakte. Er zat ook bijna iets blasfemisch' aan het afscheidstafereeltje: alsof het inderdaad Onze Lieve Heer was die de hulde in ontvangst nam.

Het hoge alsof-gehalte van het marathon-'gesprek' – dat heeft me drie uur lang het meest dwarsgezeten. Dat, plus de onafgebroken onwaarachtigheid van wat ik zag en hoorde. Geen woord, geen zin, geen handgebaar, geen oogopslag, geen traantje om het virtuoze panfluitgejammer van Gheorge Zamfir, geen geestdrift over de roofdierenkitsch uit het Serengeti Park (met in de geluidsband nota bene een gezongen versie van Tsjaikowski's Ouverture 1812), geen ernstige blik over de gereformeerde Harry Kuitert of de boeddhistische zen, geen weemoed over de dagen van Bloemenhove, de Drie van Breda, de Gijzeling bij De Punt en de Uren met Joop den Uyl – of je voelde dat ze ter plekke bedacht, verzonnen, uit de duim gezogen, geacteerd, dus in feite gelogen waren.

De emoties, de herinneringen, de wijsheden, de relativeringen, tot en met de taal waarover oppervlakkige kenners van dat medium altijd zo geestdriftig doen: allemaal niet waar.

Ik had intussen, in plaats van steeds somberder te worden, natuurlijk kunnen bedenken dat ik misschien wel naar de ideale televisiegast keek: ook iemand die indertijd helemaal uit Nijmegen naar Den Haag is gekomen om een vak uit te oefenen dat hij niet verstond – een Idol uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, de Jamai van het toenmalige Binnenhof.

Mogelijk is Joost Zwagerman, die tenslotte een behoorlijk eigentijds imago heeft, het gesprek ook meteen op die manier aangegaan.

Maar dan nog, zou ik zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden