Een zee van tijd tot het avondeten

Zelf werd ik op mijn twaalfde in wat toen nog de zesde klas van de lagere school heette lid van een zwemclub, en omdat het een ambitieuze zwemclub was, betekende dat: dagelijks trainen....

Mijn ouders hoefden nooit met mij te 'sjouwen', om de term vanVVD-fractieleider Van Aartsen te gebruiken, want ik fietste aan het eindvan de ochtend zelf naar het zwembad. Zodra de schoolbel om twaalf uurluidde, sprong ik op mijn fiets, geen tijd om nog even op het schoolpleinte blijven hangen of samen met de andere kinderen naar huis te fietsen,nee, ik haastte mij naar huis zodat ik daar nog voor tien over twaalf was,haalde er mijn boterhamzakje op, sprong weer op de fiets, at al fietsendvijf boterhammen en kwam om tien voor half een bij het zwembad aan, vijfvoor half een lag ik in het water.

Er stonden ook ouders langs de kant die hun kinderen brachten, diewoonden verder weg. Een aantal kinderen reed mee met de trainer, want diewas onderwijzer, zij zaten bij hem op school. Ik was altijd jaloers op diekinderen, die zich nooit hoefden te haasten, noch naar het zwembad, nochterug naar school, nooit zorgen hadden of ze wel op tijd waren. Om tienover een stapte ik het water weer uit om snel te douchen, voor tien voorhalf een zat ik aangekleed op de fiets, om half twee zat ik met nog halfnathaar weer in de klas.

Er waren dagen dat dit jachtige gedoe mij zo tegenstond dat ik eronderuit probeerde te komen, dan treuzelde ik met naar huis gaan en kwamik zo laat thuis dat het eigenlijk geen zin meer had nog naar het zwembadte fietsen. Maar de blik waarmee mijn moeder mij dan aankeek, het wasoverduidelijk dat ze mijn smoesje niet geloofde, dat de meester mij hadgevraagd nog even te helpen opruimen. Die blik vergalde de rust die ikmijzelf had willen geven, ik had me beter gevoeld als ik maar wel was gaantrainen.

Al vond ik het niet leuk om iedere dag te moeten trainen, en me iederemiddagpauze te moeten haasten, ik vond toch dat ik beter af was dan diepaar kinderen die moesten overblijven. Die hadden een broodtrommel bij zich- dat had wel weer wat - maar dat ze op school moesten blijven, volgens mijvond iedereen dat zielig voor ze, al werd dat nooit hardop gezegd en werdenze er ook niet mee gepest. Als zo'n kind eens door een ander kind mee naarhuis werd gevraagd, dan zei het daarop maar al te graag ja.

Misschien is het anders als - in 2015 - alle kinderen overblijven, enze niet beter weten. Als ze om half acht worden gebracht en om half zevenweer opgehaald. Misschien wennen ze eraan dat soort lange dagen te moetenmaken, ik weet het niet. Zelf heb ik het als kind altijd heerlijk gevondenna half vier, als de bel ging, vrij te zijn, het moment dat de school 'uit'ging was een magisch moment, nog een zee van tijd, van vrijheid, tot hetavondeten.

Je kon naar huis gaan en binnen blijven om te lezen of te spelen, je konook direct weer naar buiten, de straat op, om met de kinderen uit de buurtte gaan voetballen of vissen of wat dan ook. Je kon ook met een vriendjevan school mee, naar zijn huis, ook dat was leuk. Je had sowieso de keus,je bepaalde zelf wat je ging doen. Er was na schooltijd rondom ons nietsgeorganiseerd, er moest niets. Wel, natuurlijk, waren de moeders thuis. Wijkinderen hadden die vrijheid omdat zij thuis waren, dat zie ik ook wel,omdat, moet je misschien zeggen, zij dat offer brachten. Mijn moeder heeftzeker het gevoel gehad iets te missen, namelijk dat wat mijn vader wel had,werk, en alles wat werk zich meebrengt.

Maar voor mij waren die lagere-schooljaren gouden jaren - dat heeft mijnmoeder me met haar 'offer' dan toch gegeven. Ze ging weer werken toen wijkinderen wat ouder waren en op de middelbare school zaten, halve dagen, alswe wij van school terugkwamen was ze er weer. Maar ik geloof niet dat zezich hier nog opofferde, ze vond het zelf ook prettig niet hele dagen temoeten werken.

Ik vraag me af of zo'n vrij leven als kind, in toch een stad, Haarlem - ik beschrijf hier geen idyllische plattelandsjeugd - in deze tijd alleennog is weggelegd voor de kinderen die nu bij mij op school zitten,Marokkaanse kinderen, Turkse kinderen. Daarvan werken de moeders niet. Diezitten thuis. Misschien ervaren hun kinderen dezelfde vrijheid die ikvroeger ook ervoer, en die verloren is gegaan voor de kinderen van fulltimetweeverdieners die van hot naar her 'gesjouwd' worden en die over tien jaartot half zeven op school moeten zitten, al doen ze dan allerlei leukedingen.

Veel van die allochtone kinderen gun ik langere schooldagen met meer vandie leuke dingen, de bevoorrechte kinderen gun ik meer vrijheid, meerstraat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.