Een zanglijster, een pimpelmees en op de valreep een gaai

Amsterdam -Hè, jammer nou. Het is zondagochtend, tien voor negen, ik zit met pen, telformulier en verrekijker in de aanslag voor het raam, met uitzicht op mijn balkon en de Amsterdamse binnentuin van de onderbuurman. Over tien minuten ga ik een half uur lang vogels tellen in dit stukje stadsbiotoop en net nu verschijnt er, pal voor mijn neus, een roodborstje op mijn balkon. Hij hipt wat rond, pikt even van de Japanse nootjesmix die ik - bij gebrek aan geschikt vogelvoedsel - op het balkon heb gestrooid, en vliegt weer weg, vijf minuten voor negen. Ik moet eerlijk zijn: het roodborstje krijgt geen vermelding. Wel noteer ik even later, als eerste, twee houtduiven, die zich driftig poepend op de balkonreling posteren.


Dit jaar moest het er maar eens van komen, deelname aan de Nationale Tuinvogeltelling die Vogelbescherming Nederland samen met SOVON Vogelonderzoek Nederland voor de achtste keer op rij organiseert. De telling heeft twee hoofddoelen. Onderzoekers willen zien welke trends er zijn in aantallen, landelijk, maar ook per regio. En Vogelbescherming Nederland wil vooral het plezier in vogels kijken benadrukken. En waar dan beter te beginnen dan in de eigen tuin? Om het ook voor beginners aantrekkelijk te maken, heeft Vogelbescherming Nederland de 25 meest voorkomende soorten afgebeeld op het telformulier. Daarnaast staat op de website tuinvogeltelling.nl nog een handleiding om soorten te herkennen.


Ik beschouw mezelf als tuinvogelexpert sinds ik jaren geleden, tijdens het roken op het balkon, de vogeltjes begon te bestuderen in de binnentuin. Met verrekijkertje en vogelboekje bij de hand deed ik als beginneling de ene ontdekking na de andere. De eerste groenling, de eerste Vlaamse Gaai, het eerste winterkoninkje, het verschil tussen de koolmees, de pimpelmees en de staartmees, tussen vrouwtjes en mannetjesvink, tussen merel en lijster. Binnen de korste keren kon ik dertig verschillende soorten in onze binnentuin met gemak onderscheiden. En inderdaad: die tuin werd er een stuk interessanter van. Een van de sensationele hoogtepunten was de ontdekking, op een mooie zomerdag, van een grote, bonte specht die op nog geen twintig meter afstand op een boomstam aan het roffelen was.


Nu schuifel ik onrustig op en neer achter het raam. Ik hoop op een groepje staartmeesjes, die trekken hier regelmatig voorbij. Maar ik verwacht vooral veel halsbandparkieten. Gisteren, toen de fotograaf langskwam, vlogen wel acht van deze exoten al krijsend af en aan. Nu zijn ze nergens te bekennen. Wel noteer ik: een spreeuw, twee merels, twee koolmeesjes en een vink (een mannetje).


Niet echt opzienbarend, maar dan, op de valreep, melden zich nog een zanglijster, een pimpelmees en een gaai. En net als ik de resultaten heb doorgegeven, melden de halsbandparkieten zich. Brutaal posteren ze zich pontificaal in de spar, pal voor mijn neus. Ik tel ze niet mee en daarmee doe ik geen recht aan de trend die ik in de afgelopen twee jaar in mijn binnentuin heb ontdekt - steeds meer halsbandparkieten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden