EEN WROKKIG WIJ-GEVOEL

DE verkiezingsuitslag van 8 maart is, met enige distantie bekeken, niet alleen spectaculair, maar ook fascinerend. Op het eerste gezicht lijkt de opmars van Bolkestein een logische consequentie van wat hij goed (of slim) heeft gedaan en zijn opponenten verkeerd....

We zaten toen midden in de bijna-watersnoodramp. Heel Nederland volgde via de buis de verrichtingen van dijkgraven, burgemeesters, de bedreigde burgers zelf en niet te vergeten van vadertje Kok en de ook tot een soort vaderfiguur van de Gelderlanders uitgroeiende Terlouw. Alom werd hun daadkracht en betrokkenheid geprezen. Nederland bleek lang niet zo gefragmentariseerd als sceptische waarnemers sinds jaar en dag betogen. De samenleving, de politiek, de overheid, het functioneerde. Wie had kunnen denken dat de kiezers de partijen van Kok en Terlouw een enorme klap zouden toedienen?

Uit het feit dat het wel is gebeurd, vallen twee algemene conclusies te trekken. De politiek is buitengewoon vluchtig geworden en het januari-gevoel van saamhorigheid was iets incidenteels, dat zodra de druk wegviel weer vervloog. Of misschien is het zo dat de behoefte aan daden en aan een soort van saamhorigheid ('onszelf te zijn', zoals Trouw het uitdrukte) door Frits Bolkestein op een andere manier is benoemd en gemobiliseerd.

Op een andere manier. Want bij die bestrijding van de wateroverlast kwam een element van altruïsme en solidariteit naar boven ('we helpen elkaar tegen het water'). Daarentegen put de liberale voorman bij het definiëren van zijn wij-gevoel uit een reservoir van wrok en maatschappelijke onlust. Niet het water is 'onze vijand', maar 'hullie': ontwikkelingslanden die ons goeie geld over de balk smijten, de Brusselse bureaucraten die hetzelfde doen en vooral de golven (jawel! de zee!) migranten en vluchtelingen die op ons af komen.

Het hemd is nader dan de rok en laten we in Nederland nu eerst maar voor onszelf zorgen. In de intelligente exploitatie van dat sentiment ligt, denk ik, (maar het is voer voor politicologen om uit te zoeken in hoeverre dat klopt) de verklaring voor de doorbraak van Bolkestein.

Zeg ik hiermee op iets mildere toon hetzelfde als de christen-democraten Hanja Maij-Weggen en Arie Oostlander, die Bolkestein een 'eigen volk eerst'-denken verweten en hem vergeleken met figuren als Janmaat en de Vlaming Dewinter? Nee. Daarmee wordt gesuggereerd dat hij een - verkapte - racist en anti-democraat zou zijn en dat is onzin. Je hoeft de man alleen maar zien genieten tijdens een debat.

Bolkestein is een kleurrijke politicus die ook aantrekkingskracht uitoefent op mensen die het niet 'moeilijk hebben' met migranten. Hij is de eerste liberaal sinds eind jaren veertig die met socialisten regeert (en de kiezers hebben het hem in dank afgenomen). Terwijl hij 'zijn kabinet' op hoofdpunten steunt, schroomt hij niet het frank en vrij te zeggen als een aspect van het kabinetsbeleid hem niet bevalt. Een onafhankelijke geest, die de discussie niet schuwt en daarmee de politiek in Nederland helpt opengooien. Het gepruttel van de coalitiepartners dat hij zich daarmee half in de oppositie begeeft en een toontje lager dient te zingen, komt benepen over.

Het is geen probleem dat Bolkestein luid en duidelijk zijn mening zegt; dat is juist verfrissend. De inhoud van die meningen - ten aanzien van het hot issue migranten en vluchtelingen - vind ik wel een probleem. Neem het tv-debat voorafgaand aan 8 maart. Als, zegt Bolkestein, de nieuwe wetgeving niet gaat werken - iets wat nu niemand nog kan weten - zijn er nieuwe onsympathieke maatregelen tegen asielzoekers nodig. Dat is pure demagogie. En dan die maatregelen: voortaan alleen tijdelijk verblijf voor asielzoekers en geen gezinshereniging. Een dag later kwam het hoofd van het VN-bureau voor de vluchtelingen (Unhcr) met een weerlegging: asiel is per definitie tijdelijk (tot het gevaar voor vervolging in het land van herkomst is verdwenen), behalve natuurlijk als de vluchteling intussen is genaturaliseerd. En vorig jaar hebben zegge en schrijve 56 vluchtelingen zich hier met hun gezin herenigd.

Deden Bolkesteins gesprekspartners, Heerma, Wallage en Wolffensperger, diens opmerkingen af als luchtfietserij? Bekritiseerden ze dat hij probeerde te scoren ten koste van de allerkwetsbaarste groep in dit land? Vroegen ze of hij soms vindt dat een door Iraanse ayatolla's met de dood bedreigde vluchteling eerst een paar mooie romans moet hebben geschreven (zoals de door Bolkestein gewaardeerde Salman Rushdie) om hier met open armen te worden ontvangen?

Nee. Ze zwegen in alle talen - alleen Wolffensperger mompelde iets over gebrek aan idealisme, waarmee hij, een kinderhand is tegenwoordig gauw gevuld, mijn stem verzilverde. Ze lieten toe dat de discussie zich toespitste op het al dan niet aanbieden van excuses voor de uitlatingen van Maij en Oostlander. Waarom zwegen ze? Blijkbaar omdat ze denken dat afgeven op 'buitenlanders' ook in de stamkroegen van hun kiezers bon ton is.

Bolkesteins populistische borrelpraat is ergerlijk. Het ontbreken van weerwoord is erger. Een monument van politieke lafheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.