Een 'worstfabriek' met sterke tradities

President Obama’s zorgwet komt op het nippertje door de Senaat. Zijn succes hangt geheel af van het Congres: een parlement met 17 duizend medewerkers, vier kranten, een politiemacht en oude regels die iedere ambitieuze president doen nagelbijten....

Welk parlement heeft een eigen ondergronds treinstelsel? Wie naar de kelder afdaalt van het Capitool in Washington (niet de lift nemen met het bordje ‘senators only’) stapt zo aan boord en suist door een lange gang naar de grote gebouwen waar de senatoren kantoor houden.

De zwarte machinist van het openluchttreintje, zijn hand op de koperen hendel, leest een boek tijdens de rit. Op de bankjes zitten de typische stafleden van Capitol Hill: slimme mannen en vrouwen in mooie pakken die onophoudelijk hun mail checken op de telefoon.

Ook het kantoor van een politicus ziet er anders uit dan op het Binnenhof. Het doorsnee Tweede Kamerlid heeft één medewerker, in dezelfde kamer, en een halve fractiesecretaresse. Een Amerikaanse senator heeft gerust een kwart verdieping kantoor, met een legertje van 25 assistenten (bij de 435 leden van het Huis van Afgevaardigden is het iets minder).

Binnen sta je in een ruime lobby, met banken, fauteuils en de ontvangstbalies met secretaresses uit de thuisstaat. Achter de vergaderzaal komen de kantoren van de legislative correspondents, functionarissen die onophoudelijk vragen en klachten van de kiezers behandelen. Iedere actiegroep in het land doet immers de oproep: ‘Bel nu uw senator!’ Maar een senator of congreslid helpt burgers ook bij verzoeken aan de overheid, zoals een paspoort. Dat gebeurt grotendeels in de vier andere kantoortjes van de volksvertegenwoordiger, in de thuisstaat.

Een gang verder zitten de inhoudelijke adviseurs van de senator, de legislative assistents. Het zijn politicologen, vaak met een specialisatie – zoals defensie als de senator lid is van de defensiecommissie. Nu komen we bij het politieke zenuwcentrum: de kantoren van de legislative director, de communications director (met drie woordvoerders onder zich) en de chief of staff, de vertrouweling van de senator die het geheel bestiert.

Dan zwaait de deur open naar het allerheiligste: het ruime kantoor van de senator zelf. ‘Goedemorgen, hoe maken jullie het?’ vraagt senator Kay Hagan aan een groepje bezoekers uit haar thuisstaat. Elke woensdag houdt ze een koffie-uurtje voor iedereen uit North Carolina die haar wil spreken. ‘U kent misschien mijn ouders’, zegt de baas van twee McDonalds-restaurants in Roxboro. ‘Ach, hoe is het met ze?’ zegt Hagan. De restauranteigenaar drukt haar op het hart vóór een amendement op de grote zorgwet te stemmen. ‘Die 90 dagen wachttijd zouden het voor kleine ondernemers als mij veel makkelijker maken.’

Hagan, een Democraat die in 2008 is verkozen, laat trots het uitzicht zien dat ze vanachter haar bureau heeft: de koepel van het Capitool. ‘Het zijn heel lange uren die we hier maken’, zegt ze. ‘We hebben ook een behoorlijk agressieve politieke agenda.’ Misschien moeten zij en haar gezondheidsadviseurs zelfs kerstmis hier doorbrengen, omdat de Democraten de wet er per se door willen krijgen.

Capitol Hill moet je zien als ‘een kleine stad op zich’, zegt de woordvoerder van de bestuurlijke dienst. Ongeveer 17 duizend medewerkers, een eigen bank, een eigen energiecentrale en een eigen politiemacht, de US Capitol Police, van 1.700 man. Elke dag komen vier huisorganen uit: twee bladen met het dagschema en artikelen, en twee tabloidkranten met uitgebreide politieke verslaggeving, Roll Call en The Hill. Het is groot naast de Staten-Generaal in Den Haag (duizend medewerkers). Maar de VS heeft ook 19 keer zo veel inwoners als Nederland.

In de plenaire zaal van de Senaat, waar de helft van de houten bureautjes nog uit 1819 stamt, gaat het ook anders. De stenografen staan met hun stenomachine voor de buik vlak bij de senator die spreekt, als een accordeonist aan een restauranttafel. Ook ontbreekt rechtstreeks debat. ‘De andere zijde moet maar eens uitleggen hoe we dat gaan financieren’, eindigt een boze Republikeinse senator zijn optreden. Maar zodra de Democratische senator het woord neemt, verlaten hij en zijn Republikeinse collega’s de zaal.

Meestal staat een senator geheel in zijn eentje te betogen, voor C-span-tv en voor het dagelijks verslag, zo dik als een telefoonboek. Naast de spreker prijkt vaak een politiek statement op een flink bord, op een statief gezet door een bode (de twee partijen hebben ieder hun eigen dienaars). ‘Nog steeds de slechtste wet ooit’ staat erop, of: ‘Republikeinen zijn de partij van het nee.’ Een kleurige grafiek toont het eigen gelijk aan. De borden worden gemaakt in de bordenmakerij van het Congres.

Te oordelen aan de opeenhoping van journalisten vindt de echte actie elders plaats: in een zaal waar de Democraten achter gesloten deuren vergaderen over de ziektekostenwet, het grootste binnenlandse initiatief van president Obama. Krijgt meerderheidsleider Harry Reid de vereiste 60 van de 100 stemmen bij elkaar?

Als de senatoren een voor een naar buiten druppelen, worden ze belaagd. Niet anders dan op het Binnenhof, behalve dan dat mannelijke verslaggevers een das om hebben. En het decor bestaat uit marmeren trappen, bustes, mozaïekvloeren, koepelgewelven met het werk van Italiaanse frescoschilders en gigantische schilderijen van kernmomenten uit de Amerikaanse geschiedenis.

‘Kunt u al voor de wet stemmen?’ vragen de verslaggevers aan Joe Lieberman, de onafhankelijke senator die het lot van Obama’s wet in handen houdt. ‘Ik zie stappen in de goede richting’, zegt hij gewichtig. Om de hoek geeft senator Ben Nelson, de andere dwarsligger, een persconferentie vanuit de senatorslift.

De twee zijn even de belangrijkste mensen in Amerika. President Obama en zijn medewerkers praten uren op ze in. ‘Alle senatoren zijn individualisten, en vanaf het moment dat ze de eed afleggen zijn ze uiterst machtig’, zegt Don Ritchie, de senaatshistoricus, die een eigen afdeling heeft met negen medewerkers.

Fractiediscipline is er niet. De senator of afgevaardigde stemt naar eigen geweten of naar de belangen van zijn thuisstaat. Joe Lieberman heeft al meer dan 1 miljoen dollar aan campagnefondsen gekregen van de verzekeringsindustrie, die in Connecticut sterk aanwezig is.

Amerikaanse parlementariërs moeten zich altijd bekommeren om de campagnekas. ‘Ik bel elke week een paar uur. Je moet er meteen aan beginnen, anders ben je te laat’, zegt het Democratische Congreslid Russ Carnahan. Ze worden ook bestookt door lobbyisten, vaak voormalige collega’s die nu vier keer zo veel verdienen.

De individuele senator is zo machtig door de 60/40-regel: de supermeerderheid die in de Senaat nodig is om het debat af te sluiten en te gaan stemmen. De Republikeinen zetten procedurele trucs in om dat moment voor de zorgwet uit te stellen. Zaterdag laten ze griffiers van de Senaat 338 pagina’s aan amendementen plenair voorlezen. Zoiets mag een senator verzoeken. Het is – na tien uur – voor middernacht klaar, zodat Reid nog op schema ligt om de wet er voor Kerstmis door te krijgen. Hij houdt stemmingen om 1 uur ’s nachts.

‘Meerderheidsleiders gebruiken sinds jaar en dag de druk van Kerstmis’, zegt senaatshistoricus Ritchie. ‘Dan hebben de senatoren al vliegtickets naar huis en moeten ze overwegen of ze hun vakantie willen verpesten.’ Senatoren verkopen hun stem duur. Ben Nelson sleept behalve de concessies inzake abortus ook nog heel wat geld binnen voor zijn staat Nebraska.

Het lijkt onrechtvaardig, net als de procedurele pesterijen en de gewoonte om controversiële wetten te koppelen aan iets als de defensiebegroting, zodat de tegenpartij wel moet instemmen. ‘Mensen zeggen tegen mij: wat een zooitje is die gezondheidswet’, zegt historicus Ritchie. ‘Ik antwoord dan dat alle wetten een zooitje zijn. Alleen: nu volgen ze de zaak.’

Naar het oude spreekwoord kun je bij worsten en wetten beter niet kijken wat er in is gegaan. ‘Wij zijn de worstfabriek en het is geen fraai gezicht’, zegt Ritchie. Maar hoe moeizaam ook, op Capitol Hill wordt een compromis gevonden voor de belangen van 308 miljoen mensen en vijftig staten. ‘We zijn er een groot land mee geworden. Het is geen elegant systeem, maar toch effectief.’

’s Avonds, bij het verlaten van het Capitool – onder de grond rijden de treintjes nog – licht de witte koepel majestueus op in de donkerblauwe avondlucht. Symbool van een vroeg experiment in vertegenwoordigende democratie dat ondanks alles overeind staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden