Voetnoot Dank

Een woord van dank van Arnon Grunberg

Beeld de Volkskrant

Dit is nummer 2500.

Tien jaar geleden werkte ik met militairen aan hun teksten, samen met Noël van Bemmel en Toine Heijmans van de Volkskrant. De toenmalige hoofdredacteur Pieter Broertjes vroeg of ik een column op de voorpagina wilde.

Dit was het resultaat.

Dank aan de hoofdredactie, die me mijn gang liet gaan. Dank aan Johannes van der Sluis voor het meelezen. Dank aan Frank van Zijl, Jan ’t Hart, Michiel Kruijt, John Wanders, Martijn Stoffers en Harmen Bockma voor het in ontvangst nemen van deze Voetnoten.

Dank aan Guus Bosch en Pay-Uun Hiu voor de correcties. Dank, lezer, voor uw brieven. Hopelijk was de dialoog verrijkend. Als niet, uw verlossing is nabij.

Er is één ding erger dan vervangbaarheid: onvervangbaarheid. Dat Gods zegen op het werk van mijn opvolgers moge rusten.

N.B. Woensdag bent u vanaf één uur welkom in het Stedelijk Museum. Ik zal er zijn.

Balanceren op een dun koord: lezers schrijven eigen Voetnoot

Zonder één keer te verzaken schreef Grunberg gedurende acht jaar zijn dagelijkse column. Nu is het woord aan de lezer. Wat kunnen zij in 150 woorden? Een selectie van de beste inzendingen van de Voetnoot-wedstrijd.

Logica


Vannacht werd ik uit mijn slaap gehouden door een mug. Samenleven met een parasiet is misschien wel te prefereren boven een symbiotische relatie. De parasiet is de gastheer weliswaar tot last (hij denkt alleen maar aan zichzelf en slikt nogal luidruchtig), maar het loopt zelden uit de hand. De gastheer weet kortom precies wat hij aan de parasiet heeft: helemaal niks. Soms kunnen ze samen lachen en dat is voldoende. Met de symbiotische partner is het samenzijn een puzzel van twee stukjes. Aan alle rafelranden van jezelf begint de ander en andersom. Mijn neefje van twee maakte laatst een puzzel waarbij alle stukjes met een beetje geweld wonderwel in elkaar pasten. Volgens diezelfde logica kan iedereen met gebruik van een beetje geweld mijn wederhelft worden. En iedereen kan mij ook weer verlaten. Liever word ik op gezette tijden mondjesmaat leeggezogen dan te worden verlaten door mijn wederhelft.

Anke Scheeren

Kantoorboekhandel


Donderdag na de lunch in Amsterdam vroeg de ober of hij nog iets voor mij kon betekenen. ‘Nee, ik geloof dat je nu totaal betekenisloos bent geworden’, zei ik. ‘Dan heb ik mijn werk goed gedaan’, antwoordde hij. David Hume zei dat een mensenleven voor het universum op generlei wijze van groter belang is dan dat van een oester. Het is een troostrijke gedachte dat we niet constant betekenisvol hoeven zijn. Zo zocht mijn moeder onlangs in de computerkamer een pakje zakdoekjes. Achterin de kast met kantoorspullen lag iets vreemds, een plastic zakje met de naam van mijn overleden vader erop. Verbaasd vroeg ze zich af wat het was. Tot ze zich realiseerde dat het de overgebleven as was. Helemaal vergeten. Na het plechtige afscheid vinden we de dood tussen de cartridges, post-its en zakdoekjes. Mijn vader hield van kantoorboekhandels.

Mirjam Linschooten

Liegen


‘Je bent liever voordat we gevreeën hebben, dan erna.’

Verdoofd kijk ik hoe ze haar badjas dichtvouwt en me inschenkt. Het was een terloopse opmerking. Niet eens een verwijt. En het is waar. Mijn zelfbeeld van gulle minnaar verschrompelt. Laura en ik zijn ‘friends with benefits’. We zien elkaar elke twee weken en seks is dan het hoofdprogramma. Verleiden komt daar nauwelijks aan te pas. Soms gaan we eerst stijlvol uit eten, soms opent zij haar deur in de meest aseksuele joggingkleren. Het maakt niks uit. Ik vind haar evengoed onweerstaanbaar. Het hoort bij de lust. De lust die zojuist door de daad is geblust. Waarna ik haar iets minder onweerstaanbaar vind. Vreselijk, maar waar. En dat terwijl ik weet dat zij zich juist nu geliefd wil voelen. Een politicus mag niet liegen. Een minnaar wel.

Paolo Bouman

Geboorte


149 woorden tot 16 mei. Elke dag behalve de zondag. Hoe zou dat zijn? Makkelijk haalbaar of hangen en wurgen? Zou ik schrijven vanuit de actualiteit of het dagelijks leven aan het woord laten? Zou er een verschil zijn tussen de mannelijke Voetnoot en de vrouwelijke? In de teller onder dit bericht zie ik dat ik 60 woorden heb geschreven. Wat veel of weinig is, lijkt subjectief. Opeens zijn 149 woorden best veel. Eigenlijk zijn woorden net als de tijd. Soms gaat hij tergend langzaam om dan opeens weer in een stroomversnelling te schieten. Voorbij te zijn voordat je het echt door hebt. Ook woorden kunnen traag voorbij kruipen of tussen je vingers door glippen. Zijn snelle woorden beter dan langzame? Interessanter? Woorden zijn woorden. Woorden zijn seconden. Stug gaan ze voort totdat opeens de tijd op blijkt te zijn. Mijn eerste voetnoot is geboren.

Elien van Schot

Doei


‘Arnon Grunberg is ermee opgehouden’, zei mijn vriendin. Ze keek alsof ze het over een goede kennis had. Ik ging verder met mijn Brinta. Die moet niet te dik zijn. Te weinig melk erin en je zit dikke klonten te kauwen op de vroege morgen. Brinta moet een beetje van de lepel druipen. ‘Hij houdt op met schrijven’, zei mijn vriendin. ‘Helemaal?’ vroeg ik. Nee. ‘In de krant?’ Nee. ‘Op de voorpagina.’ Oh. Ik spoelde het schaaltje onder de kraan af en mompelde: ‘Carmiggelt is ooit ergens mee gestopt. En Jan Blokker. CaMu. Heldring. Stoker. Mies Bouwman. Den Uyl. Joop van Zijl. Piet Keizer. Swiebertje. Mark Rutte hopelijk binnenkort.’ Als je iets begint, dan stop je er ooit mee. De dagen zullen blijven beginnen.

Bas de Leeuw

Grunberg kickt af van 150 woorden per dag: 'Ik vind ze allemaal even goed of slecht'

Ter gelegenheid van zijn laatste Voetnoot beantwoordde Arnon Grunberg lezersvragen in een AMA (Ask Me Anything) op internetforum Reddit. Na 2.500 afleveringen geeft hij een klein inkijkje. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.