Een wonderkind van zesenveertig

Volgende week neemt hij afscheid als voorzitter van VNO-NCW. Alexander Rinnooy Kan gaat in bankzaken. Portret van een jonglerende wiskundige die als geen ander tegenstanders verbaal in tweeën hakken kan....

'HIJ IS iemand die 25 ballen tegelijk in de lucht kan houden. Pèrfect in de lucht houden. Maar wat hij niet begrijpt is dat een organisatie dat meestal niet kan. Hij weet niet hoeveel energie het de meeste mensen kost om één balletje extra in de lucht te krijgen, en die andere vier ook nog omhoog te houden. Dan gaan er ballen vallen. Bij hem valt er nooit een bal.'

Het kost Jos Jacobs zichtbaar moeite iets persoonlijks te zeggen over zijn voorzitter. Bij VNO-NCW praat je over zaken, niet over personen. En privé-zaken blijven al helemaal buiten beeld - dat hoort misschien bij artiesten en voetballers. Jacobs, directeur van de organisatie die tachtigduizend ondernemingen in 150 bedrijfstakken vertegenwoordigt, past wat dit betreft geheel bij Alexander Rinnooy Kan (46), die na vijf jaar voorzitterschap maandag de hamer overdraagt aan vice-voorzitter Hans Blankert.

Begenadigd jongleur is te zwak. Ook de enkeling die - voorzichtig - wat kritische kanttekeningen plaatst, moet erkennen dat we hier te maken hebben met een heel bijzondere man. 'Als je tegen hem zegt dat hij een virtuoos is, zal hij antwoorden: virtuoos? Kijk, ik kan nòg meer ballen in de lucht houden.'

Wonderkind, met de gouden lepel in de mond geboren, nooit tegenstand ondervonden, briljant, innemend, geestig redenaar, hoogst intelligent debater, fantastische man, charmant - geen schoonzoon die het tegen hem kan opnemen.

'Nu zou je bijna zeggen: hij is saai. Altijd in pak, droeg stropdassen in de tijd dat aan de universiteiten de verbeelding aan de macht was. Maar misschien liep hij wel vóór. Tegenwoordig heeft iedere student een keurig pak.' Juriaan Simonis, wetenschappelijk medewerker in Delft, doceerde toen, eind jaren zestig, wiskunde in Delft.

'Alexander vertoonde niet het gedrag dat corpsleden gewoonlijk ten toon spreiden. Hij was gewoon echt aardig, beleefd. En heel goed in wiskunde. Niet extreem goed, zeg maar een negen. Iemand die je graag vasthoudt. Hem is gevraagd te promoveren in algebraïsche meetkunde, maar hij had andere plannen. Daarin viel hij op; hij had een duidelijk toekomstdoel voor ogen.'

Rinnooy Kan zelf vindt dit teveel eer. Hij zou meteen na zijn afstuderen - cum laude op 22-jarige leeftijd - gaan werken op het mathematisch instituut, maar juist in die week besloot de minister van Wetenschap, De Brauw, tot een personeelsstop met terugwerkende kracht van een week. 'Een week eerder of later afstuderen en er zou geen vuiltje aan de lucht zijn geweest. Ik heb het maar beschouwd als een vingerwijzing van hogerhand.'

Het gezin waarin Rinnooy Kan opgroeide, kent een ambtelijke traditie. Vader werkte op het departement van Financiën, was er plaatsvervangend thesaurier-generaal, later in Washington directeur bij de Wereldbank. Een traditioneel gezin. Moeder, van oorsprong Engelse, runde het huishouden.

Alexander was de oudste van drie jongens, en de knapste. Herinnert zich nog goed de 4 die hij haalde in de zesde klas lagere school voor een proefwerk over zijn aardrijkskundige kennis van de provincie Groningen. 'Thuis werd een slecht cijfer begroet met veel gejuich en gelach.' Juist omdat ze zo schaars waren.

Zijn gymnasiumtijd aan het Eerste Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag was niet onverdeeld plezierig. Hij vertelt van zijn wiskundeleraar die bepalend was voor zijn latere studiekeuze. Hij was goed op school. 'Als je wiskunde begrijpt, krijg je een goed cijfer. Als je het niet ziet, dan begrijp je het niet en krijg je geen goed cijfer', bagatelliseert hij. 'Ik loop daarmee niet zo te koop, het is niet zo geweldig belangrijk.' Verwijst naar 'velen in de politiek die zo moeizaam afscheid kunnen nemen van hun werk, omdat ze de belangstelling voor hun functie verwarren met belangstelling voor hun persoon'.

Het gaat terug naar zijn schooltijd. 'Het heeft misschien iets te maken met de manier waarop hier, in Nederland, goede leerlingen op school worden bejegend. Het is niet altijd een benijdenswaardige positie om de beste van de klas te zijn. Een goed stel hersens hebben - je wordt geacht daarvoor in grote stilte dankbaar te zijn. Dat bevordert het niet om gemakkelijk te communiceren over dingen die je dwarszitten.'

Veel onder te lijden gehad? 'Ja, toch wel een beetje. Het is in Nederland niet echt leuk steeds goede rapportcijfers te halen.' Het verklaart de ietwat afstandelijke levenshouding. Ook tijdens zijn studie was hij geen lid van het corps of een andere vereniging.

Het gesprek begon met een opsomming van de fraaie kwalificaties die zijn omgeving hem toedicht. 'Kunnen we het hierbij laten?', reageert hij half serieus.

Er klinkt een zekere hulpeloosheid bij allen die je vraagt naar functioneren en optreden van Rinnooy Kan. Sorry, ze kunnen met de beste wil van de wereld geen negatief beeld schetsen. Is ronduit zeggen: 'dat is een aardige, goede vent' voor Nederlanders een vrijwel onmogelijke bekentenis? Er moet toch ergens ten minste één smetje zijn te vinden!

Na de studie lag de verdere route uitgetekend. 'Ik had toen eigenlijk grote twijfel over mijn geschiktheid voor het vak van de zuivere wiskunde. Ik kon dus wetenschappelijk medewerker worden, maar ik twijfelde daar echt over. Je bent dan voorbestemd om de rest van je leven de zuivere wiskunde te beoefenen. Je kunt maar één ding: dat abstracte onderzoek gaan verrichten en je volledig committeren aan die abstracte wetenschappelijke omgeving.'

Na de 'vingerwijzing van hogerhand' werd het econometrie (binnen datzelfde jaar 1972 cum laude kandiaats aan de Universiteit van Amsterdam). Er volgden drie jaar Interfaculteit Bedrijfskunde in Delft, en zijn promotie in Amsterdam. Vervolgens naar de Erasmus Universiteit in Rotterdam; in 1980 hoogleraar operationeel onderzoek, in 1986 rector magnificus, de jongste ooit in Nederland. In Brussel en in de Verenigde Staten vervulde hij gasthoogleraarschappen.

Zo'n carrière valt op. Simonis: 'De dingen die hij doet, doet hij minimaal goed. Ik weet niet of hij het wiskundige genie zou zijn geworden waarop wij wachtten, want hij heeft de kans niet genomen te bewijzen dat hij meer was dan een heel goede wiskundige.'

In 1988 wordt Rinnooy Kan commissaris bij bank Mees & Hope en bij Perscombinatie, de uitgeefster van Het Parool, Trouw en de Volkskrant. 'Professor Lambers, toen onze president-commissaris, zei: die moet je nemen', vertelt Jan van Ginkel, oud-directeur bij de Perscombinatie. 'Een buitengewoon knappe man, de beste die we na Lambers hebben gehad. Soms wat houterig, toch charmant. Geknipt om in het Nederland van de volgende eeuw een tijdje premier te zijn.'

'Een all-round man', meent ook de dit jaar afgetreden PCM-commissaris, Jan Lambooy. 'Hij verdiepte zich grondig in het krantenwezen, sprak met verschillende redacteuren. Een commissaris hoort dat te doen, zich grondig verdiepen in een onderneming, maar niet iedereen doet dat. Hij heeft de moeite genomen alle facetten van het krantenmaken te doorgronden.'

Voor de buitenwereld was de benoeming van Rinnooy Kan in 1991 tot voorzitter van Verbond van Nederlandse Ondernemingen een grote verrassing. Hij zelf was even verbaasd. Directeur Jacobs doet het weliswaar voorkomen alsof het de normaalste zaak van de wereld was, maar het VNO-bestuur nam welbewust een groot risico.

In de jaren zeventig was voor het VNO van belang de relatie tussen ondernemers en samenleving. Die was niet goed. Men begreep elkaar niet meer, had geen respect voor elkaar. Chris van Veen werd gezien als iemand die, met zijn achtergrond (hij was namens de CHU minister van Onderwijs geweest), dat zou kunnen verbeteren.

In de jaren tachtig bepaalde de jonge ondernemer het beeld. Het imago van de ondernemers was sterk verbeterd. Door het Akkoord van Wassenaar in 1982 was de polarisatie met de vakbeweging op de achtergrond geraakt. Hier paste Cees van Lede bij. En in het begin van de jaren negentig ging de voorkeur uit naar iemand die de organisatie zou kunnen verbreden. Die niet alleen het ondernemersbelang in enge zin zou kunnen behartigen, maar die dat in een vrij brede maatschappelijke context kon doen.

Het VNO ging op zoek naar de man of vrouw die kan luisteren naar de samenleving en dat goed weet terug te vertalen. In dat beeld paste Rinnooy Kan. Met het risico dat je van tevoren niet kunt weten of hij de wereld van de ondernemers zou kunnen verstaan. 'Dat risico is genomen. En zo komen wij altijd aan de goede voorzitters in het juiste tijdsgewricht', zegt Jacobs zelfbewust. Maar hij geeft toe: 'Vanwege zijn achtergrond lag het niet voor de hand hem te kiezen.'

Zijn belangrijkste tegenspeler, Johan Stekelenburg van de FNV, weet zich de beginperiode goed te herinneren. 'Rinnooy Kan werd maandenlang klaargestoomd voor zijn nieuwe rol voordat hij echt aantrad. Hij had wel een beetje ervaring buiten de universiteit, een enkel commissariaat hier en daar, maar niet echt. Hij is geen echte onderhandelaar geworden. Dan moet je zeer goed kunnen communiceren met je achterban, je eigen marges weten in te bouwen. In de eindfase moet je soms je nek durven uitsteken, risico's nemen, je kwetsbaar opstellen, resultaat-gericht zijn. En dat is bij hem weinig ontwikkeld. Hij laat zich volledig leiden door het bureau. Dat bepaalt de marges van het VNO en dus van de voorzitter. Hij gebruikt zelf ''de achterban'' als excuus dat dingen niet kunnen.'

Cees van der Knaap van het CNV ziet dezelfde afstandelijkheid. 'Hij is briljant, maakt zich snel zaken eigen en kan er dan inhoudelijk goed over discussieren. Maar hij is wel erg gepolijst, gemanierd, weinig persoonlijk. Het verbaast me wel dat hij uit de schijnwerpers stapt en naar ING gaat. Zoals hij nu opereert, dat kan hij dáár wel vergeten.'

'Het VNO-bureau zet de lijn uit en Rinnooy Kan weet die briljant uit te venten', zegt Van der Knaap, 'Maar er zit weinig eigens in. Hij blijft erg steken in het keurslijf van het bureau. Zwengelt zelf geen discussie aan, steekt zijn nek niet uit. Blankert, zijn opvolger, is een ondernemer pur sang, veel betrokkener, minder gepolijst, minder mechanisch. In zeker zin zijn tegenpool.'

De voorzitter zelf kan zich hierin slechts zeer ten dele vinden. Hij erkent zijn beperkingen. 'Het is wel eens jammer voor de voorzitter. Je kunt niet altijd met een eigen woest idee de voorpagina halen. Zeker bij mijn aantreden was het even inschikken en aanschuiven. En je hebt de vaste rituelen. De ruimte voor je eigen creativiteit is klein. De vakbeweging benadert de zaken heel sterk vanuit een ander denkmodel: onderhandelen. Ze gunnen je best een punt, maar dan moeten ze er wel iets voor terug hebben. Dat geeft ze natuurlijk een heel bevredigend denkkader. Het maakt, zegt hij met lichte weemoed, 'dat het niet voor de hand ligt met de voeten op tafel samen te beschouwen hoe de wereld in elkaar zit.'

Rinnooy Kan is charmant en voorkomend. Herinnert zich details van mensen, omdat ze hem boeien. Kan geestig uit de hoek komen, is nauwelijks uit zijn rol van aimabel persoon te krijgen, laat zich absoluut niet voorstaan op zijn grote kennis en intelligentie.

Wie de ware Rinnooy Kan wil leren kennen moet van goede huize komen. Zijn licht onder de korenmaat houden, leerde hij in de schoolbanken. Midden jaren zeventig ondervond hij kort achtereen tegenslagen en verdriet die niet horen bij het beeld van de man die alles krijgt aangewaaid. Het overlijden van zijn moeder trof hem zwaar, zijn huwelijk liep op de klippen en hij kreeg te horen dat hij zich moest voorbereiden op een spoedig einde: een kwaadaardige tumor zou niet te opereren zijn. Die laatste slag werd hem bespaard toen bleek dat de tumor goedaardig was en kon worden weggehaald.

De crises raakten hem diep maar sloegen hem niet uit het lood. Hij hertrouwde en heeft nu drie kinderen. Zijn vrouw werkt in deeltijd, een au-pair staat hen bij in het huishouden. 'We hebben er nu geloof ik twintig gehad. Het geeft de kinderen ook een bredere blik op de wereld', zegt Rinnooy Kan.

Jacobs, de man die de laatste vijf jaar dagelijks aan zijn zijde verkeerde, bevestigt de strikte scheiding tussen persoon en functie. 'Zijn privé-opvattingen, dat wat iemand drijft om te doen wat hij doet, dat schermt hij heel sterk af. Daar komt niemand doorheen. Hij kan zijn opvattingen pas goed kwijt in een omgeving die bereid is het intellectuele debat aan te gaan. Een omgeving die zich niet vastklampt aan dogmata.'

Dat maakt hem ongeschikt voor bijvoorbeeld een leidende functie in de vakbeweging. Hij zou er doodongelukkig worden. Mede- en tegenspelers kennen voorbeelden dat Rinnooy Kan uit zijn rol schiet en mensen uiterst scherp en vernietigend op hun plaats kan zetten.

Jan Tromp, die in De Balie een debat tussen hem en Lucas Reijnders leidde, beaamt dat. Zag zelden iemand zo effectief, zo vernietigend een tegenstander wegzetten. 'Rinnooy Kan had zich terdege voorbereid, had vier deskundigen meegenomen. Kende alle feiten en pakte keer op keer Reijnders op zijn eigen woorden. Reijnders werd er erg stil van.'

Jacobs kent dit. 'Dan word je niet alleen doormidden gezaagd, maar ook nog eens verticaal behandeld. Er zijn mensen die het niet eens in de gaten hebben.'

Rinnooy Kan vindt het niet erg als iemand de feiten niet kent. Dat is alleen hinderlijk. Maar als iemand de feiten wèl kent, maar ze ontkent omdat hij vasthoudt aan vooringenomen standpunten, dan wordt hij venijnig. Domme mensen wekken zijn agressie.

Het VNO is dik tevreden over de keuze die het vijf jaar geleden maakte. Mensen zeggen wel eens een enkele keer: waar staat die man zelf voor? Rinnooy Kan is bijna de vleesgeworden redelijkheid, zegt Jacobs. Rationeel, analyserend, boordevol ideeën om problemen op te lossen. 'Er wordt wel eens vergeten dat het pas twee jaar geleden is dat VNO en NCW besloten samen te gaan. Het fusieproces is thans voltooid.'

De koele rationaliteit is ook een goed onderhouden schild dat ziel en emoties bedekt. Jacobs verhaalt over een discussie over het libretto van Die Zauberflöte. 'Dat betekent dat je eerst dat libretto goed moet bestuderen, evenals de ontzagwekkende hoeveelheid literatuur daarover. En dan moet je iets afweten van de oud-Egyptische godsdiensten en van de Griekse en de Romeinse culturen, en hoe dat alles werd verstaan in de tijd van Mozart aan het einde van de achttiende eeuw. Als je daarvoor belangstelling hebt, kun je een hoogst boeiend debat met hem hebben.'

Iets van zichzelf toont Rinnooy Kan als hij vertelt van de drang van veel mensen iets tastbaars te doen, iets achter te laten. Zijn eigen 'kleine standbeeldje' is het initiatief om bedrijven te bewegen tot het weggeven van afgeschreven computers aan scholen. Oud-universitair collega en thans minister van Onderwijs, Jo Ritzen, moet zorgen dat de geschikte software wordt geleverd. Het is zichtbaar dat Rinnooy Kan dit eigenlijk veel leuker vindt dan 'het tastend op zoek gaan naar de goede koers van zoiets vaags en ongrijpbaars als de nationale economie'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden