Een wonder in de kloostertuin

Anne Teresa de Keersmaeker triomfeert in Avignon met niet meer dan acht dansers en vier muzikanten. Zo simpel kan dans dus zijn....

Avignon Rond de ingang van het klooster des Célestins, waar de voorstelling straks begint, cirkelen mensen die wanhopig een papier ophouden: kaarten te koop? Zoveel aandacht valt alleen Anne Teresa de Keersmaeker ten deel. De faam van En atendant is haar vooruitgesneld.

Het geroezemoes op de tribunes in de kloostertuin verstomt als een dwarsfluitist zich voor de eerste rijen opstelt. Hij blaast een toon waaraan geen einde lijkt te komen. Daarna verschijnen de dansers, in sobere zwarte kleren die steeds meer besmeurd zullen raken. Ze dansen met sportschoenen op een vloer van aangestampte aarde, hun voeten glijden en werpen wolkjes stof op. Soms is er een bijna-buiteling over een oneffenheid.

De dansers wervelen en masse, alleen, in duo’s. Ze zijn eenlingen in een groep. Ze dansen hun armen achterna, zoals zo vaak bij De Keersmaeker. En ze laten zich leiden door de muziek. Van buiten dringen claxons, sirenes en trommels door, in de twee platanen aan weerszijden van de dansvloer zingen vogels, later nemen de cicaden het over. Maar niets kan de ijle klanken van het trio overstemmen. Met fluiten, zang en viola brengen ze liederen uit de tijd dat in Avignon de pausen aan de macht waren.

Na anderhalf uur komen de laatste dansers hijgend tot staan en blijven wij verbluft achter. Zo simpel kan dans dus zijn: geen versterking, geen licht, geen decor; acht dansers, vier muzikanten en een kloostertuin waar de geschiedenis voelbaar is, volstaan om het wonder zich te laten voltrekken.

Punkachtig
Een andere kloostertuin, die van het Cloître des Carmes, is gereserveerd voor de Spaanse Angélica Liddell, die in korte tijd naam maakte met sterk fysieke, punkachtige voorstellingen. In de vijfenhalf uur die La casa de la fuerza duurt, wordt zeker duizend keer puta gezegd, en dat nog als de stemming goed is, want meestal kiest ze voor zwaarder taalgebruik.

Drie tengere vrouwen en hun strijd tegen de onmacht, tegen mannen, tegen de slavernij van alledag, tegen het onrecht in de wereld en in het bijzonder dat in het Midden-Oosten – zo zou je de voorstelling kunnen samenvatten. Die strijd wordt in alle lichamelijkheid gevoerd. Ze sjouwen met zware banken en zakken kolen, scheppen de kolen dan weer opzij tot de uitputting het wint.

Er zijn momenten van grote schoonheid, als de vrouwen elkaar bierdrinkend aan een tafeltje bekentenissen doen. Of als Liddell een furieus lied zingt, begeleid door een Mariachi-orkestje. Haar Spaans is indrukwekkend; nooit geweten dat die taal zoveel woede, verbetenheid en gekwetste tederheid in zich draagt.

Maar vijfenhalf uur is lang, heel lang. En als Liddell dan met een scheermesje kerven maakt in haar armen en benen, en de bebloede doekjes aan haar medespeelsters geeft, bekruipt je één gedachte: het zou beter zijn in de voorstelling te snijden.

Feeëriek
Geen echte bomen bij Gisèle Vienne, maar het decor van This is how you will disappear moet wel het mooiste theaterbos zijn dat ooit werd gemaakt. Bomen, stronken, blaadjes, ondergroei – alles levensecht en feeëriek door strijklicht beschenen.

Die idylle wordt snel verstoord. Oorverdovende muziek geeft aan dat het met het mooie meisje dat daar in het bos haar turnoefeningen doet nooit goed kan aflopen. Een onduidelijke man in wit trainingspak bemoeit zich met haar, dan verdwijnen ze samen in een pak mist. Als de mist is opgetrokken, komt een popster zijn beklag doen. Hij had zichzelf willen vermoorden maar heeft, omdat hij zo belangrijk is, zijn meisje van kant gemaakt. Weer is daar de man in wit trainingspak, en verdwijnt alles achter mist en Teutoonse muziek. Het leven is te kort voor dubbelzinnigheden, moet Vienne hebben gedacht, die haar spektakel 25 en 26 augustus op Noorderzon in Groningen presenteert.

Het theater van de Italiaanse Zwitser Massimo Furlan leeft juist bij de gratie van dubbelzinnigheid. Zijn voorstellingen vertrekken vaak vanuit de autobiografie. Zo begint 1973 met een jongetje in Zwitserland, dat langer mag opblijven omdat het Eurovisie Songfestival op tv komt.

De voorstelling is in zekere zin een reconstructie van dat festival. Bepruikt en in lange jurken of goedkope pakken vertolkt Furlan de bijdragen van Finland, Portugal, Spanje en Luxemburg. Engeland vaardigde Cliff Richards af (Power to all our friends), die uitgroeit tot sleutelfiguur. Dertig jaar later kijkt hij terug op zijn carrière. Ook een Zweedse gitarist/filosoof en een professor antropologie hebben zo hun opvattingen. Het maakt 1973 tot een virtuoze mengeling van variété, filosofie en showbizz-archeologie. Met als terechte winnaar: Anne-Marie David, een Française die uitkwam voor Luxemburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden