Een witte neger met een valies

Een keer per maand portretteert Stephan Vanfleteren een Nederlander

Een man met een valies is een man onderweg. Vertrekken op reis, weggaan van je gebroken liefde of op de vlucht uit een conflictgebied: een reiskoffer is altijd op weg naar een betere wereld. Je ziet koffers op perrons, kaden en vertrekhallen. Wachten en valiezen, een contradictie met een schijnbeweging. De tijd van de expeditiereizigers is al lang vervlogen. Reizen heeft onderweg zijn avontuur en charme verloren, maar de valies is gebleven. Ik betrap me erop dat ik op een rommelmarkt een mooie koffer nooit laat staan. Zeker niet wanneer die is beplakt met stickers van hotels uit Florence, Venetië, Parijs, Wenen, Istanbul met namen als Hotel Continentale, Hotel Metropole of de populairste: 'Grand Hotel'. Vroeger was de beplakte reiskoffer het dagboek van de reizende eigenaar. Nu is het een achterdochtige douanestempel in ons paspoort.


Ik heb de mooiste koffer uit Nederland mogen fotograferen. De koffer van de baritonsax van Bertus Borgers. Gewoon de vorm is al prachtig. Architectuur met een handvat. Een bunker aan de buitenkant en een boudoir van fluweel aan de binnenkant. De bekleding aan de buitenkant is aan flarden gereisd. Bijna door heel Europa en Amerika heeft de saxofonist met die koffer gesjouwd, gesleurd of gezwermd. 'Eigenlijk is-ie niet gemaakt voor reizen. Hij kan niet tegen schuiven en temperatuurwisselingen. Maar ik kon geen beter valies vinden voor mijn sax. Zolang mijn instrument er veilig in ligt, blijf ik het gebruiken tot hij uiteenvalt.'


De saxofoon is een buitenbeentje. Hij bestaat uit koper maar behoort vanwege zijn rieten mondstuk tot de houtblazers. De Belg Adolphe Sax was op zoek naar een instrument dat de souplesse van de strijkers had maar ook het luide volume van koper en de klankmogelijkheden van hout. Bertus Borgers demonstreert me de techniek, waar de kleppen worden gesloten door middel van hefbomen. Zijn vingers betokkelen de ventielen. Zonder er lucht door te blazen klinkt het instrument als een zachte Afrikaanse tamtam. 'Als je hier drukt, gaat het daar open. Mijn mooiste sax komt uit Taiwan. Ik heb er destijds een ongelakte laten bestellen. Die heeft niet alleen een mooiere patine, maar klinkt ook beter. De trilling van de lucht wordt niet belemmerd door de lak. De sax klinkt het best in koper, maar het halfedel metaal is te fragiel, daardoor wordt er tin aan de legering toegevoegd. Deze sax is prachtig van klank, maar zwak van materiaal. Hier en daar zit er zelfs al een groen oxidatielaagje op. Als ik kijk naar een saxofoon zie ik natuurlijk de mooie vorm, maar ik vraag me direct af hoe het instrument zou klinken. Weet je, Charlie Parker speelde ooit op een plastieken sax. Het klonk prachtig.'


Bertus Borgers komt uit een muzikale familie. Vader, broers, zusters, ooms speelden allen in de harmonie Sint-Cecilia van Veldhoven bij Eindhoven. Katholieke Brabanders. Spelen in de harmonie is het gemeenschapsgevoel delen. Als blazer is het heel saai om alleen te spelen. Het klinkt kaal en nutteloos. Blazers zijn meer groepsmensen. 'Wij hadden met onze familie ook een soort huisorkest. Vader op de trompet, moeder de zang, de kinderen op bugels, tante met akoestische gitaar en ome Wim op een Italiaanse accordeon. Die accordeon ging loeihard. Zonder geluidsinstallatie kon je er een heel café mee laten dansen. De accordeon is the poor man's piano.' 'In de fanfare speelde ik eerst bugel, maar al gauw had ik een klarinet in mijn handen. Door Little Richard kreeg ik belangstelling voor rock-'n-roll. Zijn muziek was verpletterend, daar moest ik meer over weten. De harmonie werd me al plots te oubollig. En die uniformen met die hoofddeksels, ik wou het niet meer, terwijl ik nu, o ironie, altijd een pet draag. De druppel was het zien van een rockband uit Den Bosch. Zij hadden alles: mooie pakken, coole haren en rode Fenders. Die avond heb ik afscheid van de harmonie genomen. Mijn vader was boos, maar begreep het wel. Met geld van de kinderbijslag werd mijn eerste sax gekocht. Mijn vader werkte bij Philips, net als de rest van de straat. Ik had andere plannen. Op mijn 18de verliet ik met mijn sax het ouderlijk huis. Ik vertrok naar Liverpool.'


Daar gebeurde het, dacht hij. Maar de Beatles waren allang vertrokken. Het was een flop en hij werd het land uitgezet. Dertien verhuizingen later bracht het heengaan van zijn vader hem terug naar Veldhoven. Niemand in de straat werkt nog voor Philips. Wat Ford was voor Detroit, is Philips voor Eindhoven. Gelukkig gaat het hier niet zo slecht als in Motown. 'Ik herinner me dat ik op tournee was in Detroit, we reden de stad binnen onder een lichtgevende halve boog waar de cijfers wegtikten van hoeveel gemaakte auto's in de fabrieken van Motorcity van de band liepen.'


'Op diezelfde tournee leerde ik bij toeval Dizzy Gillespie kennen. Ik zag hem lopen in de gang van mijn hotelkamer. Koffertje in de hand, mooi kostuum, specifiek mannetje. Ik sprak hem aan met de woorden: 'Hey Mister Gillespie, I am Bertus from Holland.' Hij nodigde me uit om naar zijn optreden in een jazzclub te gaan. Fenomenaal. Na het concert zijn we nog naar zijn hotelkamer gegaan. Hij zat op bed te kaarten met zijn oude drummer. Ondertussen speelde er een cassettespelertje met jazz. 'Who is this?'


'That's you', antwoorde ik.


'Right, and on the piano it's Oscar Peterson. Listen to this man', en toen legde hij weer een speelkaart op het bed. Hij haalde een van zijn drie sigarenkokers uit zijn kostuum, pakte er wiet uit en zei: 'Roll me one'.' 'Jazz heeft eigenlijk zijn artistieke waarde gekregen als een idioom van de Amerikaanse zwarte. Duke Ellington, Archie Shepp, Charlie Parker, Miles Davis en zelfs Prince. Ze houden een bepaalde traditie vast. Ik heb me verdiept in zwarte Afro-Amerikaanse en Afrikaanse muziek. In deze culturen komt de muziek voor de educatie. Afrika is direct. In Europa moet alles verklaard en beargumenteerd worden. Onze burgerlijke cultuur heeft improvisatie verbannen. Kijk naar de blues, die zijn oorsprong vond in de muziek van de zwarte slaven in het zuiden van Amerika. Het is vrij, eerlijk en intuïtief. Er zit meer in ons dan we weten en dan wat je kan opschrijven. Muziek is de meest abstracte kunstvorm. Het is niets behalve wat goed getimede luchtverplaatsing. Ongrijpbaar. Het is het mooiste wat er is.'


De zachtheid waarmee Bertus Borgers praat, is rustgevend. De man heeft een mooie pet op zijn kale hoofd. Hij zit onder de notenboom van zijn tuin terwijl het dondert in de verte. Ik waan me even in New Orleans. Ik bekijk Bertus en zie een mooie witte neger zitten. Of moet ik blanke zwarte schrijven? Klinkt neger te beledigend? Voor velen misschien wel, maar niet voor Bertus en mezelf. Ons respect voor de zwarte medemens en hun cultuur is groot. Ik betrap me erop dat ik zelfs een latent minderwaardigheidsgevoel tegenover Afrikanen heb. Ze zien er altijd sterker, cooler en trotser uit. Een zwetende bleekscheet, zo voel ik me tegenover mijn zwarte broeders. Bertus Borgers is een zeer gerespecteerd saxofonist. Al sinds de jaren zeventig in de gouden tijd van limousines en megasucces, tot nu, doet Golden Earring een beroep op zijn blaastalent voor hun Europese en Amerikaanse tournees. Ook met Raymond van het Groenewoud staat-ie samen op de planken of in de opnamestudio. Hij heeft ook jaren met Herman Brood gespeeld. Het begon met een jamsessie met een hoop topvedetten ergens op een openluchttheater. 'Iedereen zat maar te jammen als gekken. Het leek nergens naar, maar ik zag daar een pianist die speelde als een bezetene. Hij zag er goed uit. Door de herrie kon ik de piano niet horen. Ik ging dichter en dichter maar kon nog steeds niets horen. En hij maar op die toetsen rammen. Er kwam geen geluid uit. De versterker stond op stand-by. Backstage sprak hij me aan. 'Die sax van jou klinkt lekker man. Ik heb zelden zo lekker op de piano gespeeld.' Hij speelde puur op verbeelding, hij hoorde wat hij dacht dat hij hoorde. Na een maand kwam ik hem weer tegen en zo zijn we later samen op tournee gegaan. Ik heb op zijn platen gespeeld en meegeschreven. Neen, ik was niet bezorgd om zijn levensstijl. Hij had het onder controle. Wat was dat een sterke man. Mocht hij bokser geweest zijn, dan werd hij wereldkampioen. Ontbijt in hotel op tournee is voor mij altijd stevig, maar Herman at een schamel toastje en dronk thee met een stevig scheut rum en een bommetje speed. Eind jaren negentig hebben we samen nog getourd. Ik mis zijn muzikale tegenspel op het podium. Dat is vervelend aan oud worden: je vrienden vallen weg en enkel de herinneringen blijven.'


Zolang de geest en het lichaam van Bertus Borgers intact zijn, zal hij zijn lucht door zijn sax blazen. Zijn valies zal hem blijven vergezellen. Samen op weg naar een betere plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.