Een wielercarrière van ongeveer één miljoen kilometers

Rik van Steenbergen, die gisteren op 78-jarige leeftijd overleed, was een van de groten uit het wielerpeloton. Hij kende een glanzende loopbaan met vele titels, maar na zijn pensionering volgden nog heel wat zwarte dagen....

In zijn loopbaan zou hij méér dan de afstand van de aarde naar de maan hebben gefietst. Een miljoen kilometers of daaromtrent. Met onderweg 331 zeges op de weg en 1314 overwinningen op de baan (waaronder veertig zesdaagsen en 276 omniums). Inclusief 29 officiële kampioenstitels (twintig Belgische, zes Europese en drie mondiale). Opgeteld leverde dat 1645 triomfen op.

Gisteren overleed de Belgische oud-wielrenner Rik van Steenbergen op 78-jarige leeftijd. Rik I heette hij in eigen land, ter onderscheiding van Rik II van Looy. Die benaming had met anciënniteit te maken, maar gaf ook jarenlang de pikorde in het Vlaamse wielerland aan. Rik I, de veelzijdige, de 'Big Boss', die weigerde te wijken voor de jongere Van Looy. 'Een te grote mond, maar een formidabele coureur', zou hij later van zijn opvolger zeggen.

Toen Van Steenbergen in december 1966 - als 44-jarige - afscheid nam, constateerde hij: 'Als je twintig bent, is het raar als je een slechte dag hebt. Als je veertig bent, is het raar als je een goede dag hebt.' Hij kon toen niet bevroeden dat hem na zijn wielerpensionering heel wat slechte dagen te wachten stonden. Dagen waarop hij voor het oog van de camera's rechtszalen werd binnengeleid en gevangenisstraffen tegen zich hoorde uitspreken.

De man tegen wie koning Boudewijn ooit zou hebben gezegd: 'Uw populariteit in ons land is evenzeer te benijden als een koningstitel', bleek in criminele kringen te zijn beland. Zijn verdediging: 'Als coureur heb ik nooit iets aan mijn leven gehad. Dat geldt voor alle coureurs. Het is normaal dat die dan proberen van het leven te genieten als ze afscheid hebben genomen. Maar fortuinen verbrassen zoals mij nu wordt aangewreven? Kom, kom; een beetje kaarten en zo, meer niet. Ik ben toch geen bandiet.'

Waarop zijn advocaat, de voormalige vice-premier Herman Vanderpoorten, inhaakte met: 'Hij was niet voorbereid op dit nieuwe leven en een leven kan men niet vullen met niets doen.' Van Steenbergen later: 'De ledigheid is mijn noodlot geworden.'

Constant Hendrik van Steenbergen, op 9 september 1924 in Arendonk geboren, is nooit amateur geweest. De gewezen sigarenmaker (net als zijn vader), voelde zich zo sterk dat hij als 19-jarige meteen van de nieuwelingen overstapte naar de profs (om meteen wegkampioen te worden).

Overigens was hij geen wielrenner geworden uit liefhebberij, maar gedwongen door de armoede in het gezin Van Steenbergen. Het sigarenfabriekje waar hij werkte, ging failliet, en dat terwijl zijn ouders iedere frank goed konden gebruiken. De 13-jarige Rik besloot broodrenner te worden en moest op zijn identiteitskaart een valse geboortedatum zetten om te kunnen starten. Het was het begin van een ongekende carrière.

Het Volk in 1949: 'Rik van Steenbergen springt over de baan als een veulen over de weide: vol zot geweld en borrelend van levensvreugde. Het is geen rijden meer, het is stoeien en ravotten, spelen met de pedalen. Het is versnipperen van zijn krachten, zoals jonge meisjes borduurselpapier verknippen.'

Alles wat hij aanpakte in de wielrennerij - en hij pakte àlles aan, met uitzondering van het veldrijden - veranderde in goud. Op de baan, op de weg. Alleen in de grote rondes schitterde Van Steenbergen niet, de Giro d'Italia 1951 daargelaten. Toen werd hij tweede achter Magni, maar vóór grootheden als Kubler, Coppi, Koblet, Bobet en Bartali. Overigens haalde hij in totaal wel 42 etappezeges binnen.

Volgens zijn vroegere ploegleider Antonin Magne lag het in het vermogen van de Belg een of meer Rondes van Frankrijk te winnen. Met name in 1947 en 1950. Maar Van Steenbergen weigerde zich speciaal voor te bereiden op een Tour of Giro. Daarvoor moest hij in de rest van het seizoen te veel opofferen. En dat kwam niet overeen met zijn motto: in een minimum van tijd zoveel mogelijk geld verdienen. Wat hem ook wel eens verleidde om een koers te verkopen. Of te kopen. In Het Parool in 1973: 'Ik heb meer gegeven dan genomen. Maar dat is nu eenmaal met een kampioen. Het volk wil altijd dat de kampioen wint. Ook als hij een slechte dag heeft. Dus moet de kampioen betalen.'

Oud-coureur en journalist Fred Daman: 'Hij was in alles zeer correct, ook in het kopen en verkopen van titels.'

Toen hij in 1966 stopte, was hij de rijkste ex-wielrenner van België. Hij bezat flatgebouwen, een villa in Borgerhout, een buiten in Zoersel en kon het zich veroorloven zijn twee dochters als bruidsschat een compleet gemeubileerd huis te schenken. (Een van de twee trouwde met de Deense coureur Palle Lykke, die menige keer op de piste de partner was van zijn schoonvader). Maar gelukkig was hij niet. Vervreemd van zijn vrouw, van zijn kinderen ook, altijd met oogkleppen op gereden, 'ik was verslaafd aan het fietsen'.

Het verval tussen 1968 en 1972 was pijnlijk. Hij werd betrapt op vals spel bij het kaarten, verdacht van opiumsmokkel ('Ik ben er als een jongen ingelopen. Ik heb te veel vertrouwen in de mensen'), reed met een auto in op een 'vriend' die hem geld schuldig was, gaf aanleiding tot ontucht (hij leende zijn huis aan een vriend en een minderjarige), en werd uiteindelijk in september 1972 als het hoofd van een bende beschouwd, die zich specialiseerde in overvallen, autodiefstallen en inbraken.

Hij bracht geruime tijd in de cel door - waar de bewakers om zijn handtekening bedelden - terwijl ondertussen in het openbaar zijn imago danig werd afgebroken. De politie noemde hem een drugsgebruiker en procureur Velleman had het over vuige gangsterstreken. 'Er is nog maar een schim overgebleven van het wieleridool.'

Van Steenbergen later: 'Als je groot wilt worden, mag je één zaak niet vergeten: fouten maakt iedereen, het komt er alleen op aan te onthouden wat die fouten je hebben geleerd.' Ze leerden hem bepaalde kringen voortaan te mijden, en bij voorkeur ook de publiciteit. Bij een wielerkoers - met name de Ronde van Vlaanderen - werd hij weer een graag geziene gast. Een grijzende, rijzige man, die in een onvergetelijke Parijs-Roubaix 1952 Coppi na een helse achtervolging versloeg en die ook nog ooit heel even in één ploeg met een zekere Eddy Merckx reed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden