Een westerse comeback

De financiële markten van de opkomende landen presteerden in 2013 niet goed of vielen zelfs terug. De VS, Japan en ook Europa keerden terug op het internationale toneel. En er is hoop dat ook het herstel van de economie doorzet.

De oude geïndustrialiseerde wereld is nog niet 'dood en begraven'. Integendeel, de financiële markten van de VS, Japan en in mindere mate Europa maakten in 2013 bij beleggers een spectaculaire comeback op het internationale toneel. Alleen is dit (nog) niet vertaald in meer banen en een stijgende koopkracht. Het beleggersfeest is geen volksfeest.


Maar er is hoop dat ook het herstel van de reële economie daadwerkelijk doorzet. De Amerikaanse economie groeide in het laatste kwartaal van 2013 op jaarbasis (4,1 procent) al sneller dan die van de opkomende landen Brazilië (2,5 procent) en Rusland (1,5 procent) en benaderde ook die van het andere BRIC-land India (4,8 procent).


China was in 2013 andermaal de motor van de wereldeconomie. Maar met een groei van 7,6 procent bleef ook dat land achter op de spectaculaire groeicijfers van het verleden. Dit blijkt ook uit de ontwikkeling van de beursindices. In de top-10 van best presterende beurzen in de wereld staan in 2013 die van Japan (+51,1 procent), IJsland (38,5 procent), Ierland (35,2 procent), Griekenland (34,5 procent) en de VS (33,7 procent), naast die van Nigeria, Zambia, Pakistan en Venezuela. Landen die de frontier markets worden genoemd omdat ze nog niet tot de opkomende economieën behoren.


De financiële markten van de opkomende landen moesten in 2013 een pas op de plaats maken of vielen zelfs terug. De beurs van het politiek onrustige Turkije verloor 15 procent. Maar ook de beurzen in China behoorden tot de tien slechts presterende in de wereld. De Shanghai Composite Index sloot aan het einde van het jaar 6,75 procent lager in vergelijking met het begin en de Shenzhen Component Index verloor in 2013 zelfs 10,91 procent.


Economen die hadden voorspeld dat China nog voor 2025 de Amerikaanse economie qua omvang zou kunnen inhalen, moesten daar dit jaar van terugkomen. Op zijn vroegst zal dat nu rond 2030 gebeuren. 'De groeivertraging in de opkomende landen was teleurstellend', aldus de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz. 'Elk van die landen had zijn eigen verhaal. Brazilië had te kampen met sociale onrust, India met politieke onrust en China's lagere groei had een grote invloed op de prijs van grondstoffen en de groei van grondstofexporterende landen.' Daarnaast bleken deze landen net zo verslaafd te zijn geraakt aan de ongebreidelde stimulering van de Amerikaanse centrale banken (Federal Reserve) als de Amerikanen zelf. Nadat voorzitter Ben Bernanke van de Fed in mei aankondigde dat de steun van 85 miljard dollar per maand zal worden afgebouwd (wat in januari ook daadwerkelijk voor een deel zal gebeuren) werden ze geconfronteerd met een enorme kapitaalvlucht die hun eigen valuta onderuit haalde.


Misschien is het optimisme over de groei van de opkomende landen in de afgelopen jaren te groot geweest. Beleggingsresultaten over een jaar zeggen nu eenmaal weinig over de daadwerkelijke stand van de economie. En dat geldt ook voor de comeback van het Westen in 2013. Aan de echte oorzaak van de kredietcrisis - het enorme schuldenprobleem in de private en publieke sector - is sinds het begin van de crisis nog weinig gedaan. In veel landen zijn de schulden eerder toe dan afgenomen. Stiglitz is zeker ook niet juichend is over de voortgang van de westerse economieën en Japan. De Grote Depressie is in zijn ogen de Grote Malaise geworden met toenemende werkloosheid en groeiende inkomensverschillen.


Een positief signaal is dat de innovatiekracht van het Westerse model nog intact is. De enorme kracht van met name corporate Amerika blijkt uit het overzicht van de meest waardevolle beursvennootschappen in de wereld. De lijst wordt aangevoerd door Apple, gevolgd door ExxonMobil, Google en Microsoft. Het eerste niet-Amerikaanse bedrijf komt op nummer elf: het Zwitserse farmaceutische concern Roche. Het eerste Aziatische concern, Petrochina, staat pas op plek 14.


Koninklijke Shell bleef daar net voor op de 13de plek. De winst van het olieconcern daalde dit jaar fors door onder meer grote tegenvallers bij de productie in Alaska, de winning van schaliegas en de problemen in Nigeria waar massaal illegaal olie wordt afgetapt. Shell heeft ook structurele problemen. Het exploiteren van nieuwe voorraden olie en gas vergt steeds grotere investeringen. Topman Peter Voser besloot daarom ook zijn doelstelling om jaarlijks 4 miljoen vaten olie per dag te winnen los te laten.


De AEX-index steeg in 2013 met 17,2 procent. Dat is minder dan de indices van Duitsland (25,5 procent), Spanje (20,9 procent) en Frankrijk (17,9 procent), maar meer dan die van Groot-Brittannië (14,4 procent) en Oostenrijk (6,6 procent). Van de 25 AEX-fondsen deed Randstad het in 2013 het best. De koers van de uitzendorganisatie steeg met liefst 69,6 procent. Uitzendbureaus lopen veelal vooruit op het economisch herstel. Daarnaast speelt de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt het uitzendwezen in de kaart. Ook andere uitzendbedrijven deden het goed.


Opvallend was het herstel van de banken en verzekeraars, die de afgelopen jaren de grootste klappen kregen op de beurs. Na Randstad deden Aegon en ING het opvallend goed. Aegon kon de laatste staatssteun aflossen. Onder Jan Hommen heeft ING zich ook hersteld, hoewel het concern nog steeds niet alle steun heeft afbetaald en nog voor de uitdaging staat zich op te splitsen in een bank en verzekeraar zoals door de Europese Commissie is verplicht gesteld. De grootste verliezer in de AEX was Imtech. De technisch dienstverlener, die in maart in de hoofdindex werd opgenomen, werd geconfronteerd met een omvangrijke fraude bij zijn Poolse en Duitse activiteiten. Een andere opvallende verliezer was TNT Express, dat bijna een vijfde van zijn waarde inleverde doordat de geplande overname door UPS vastliep op bezwaren uit Brussel. Spectaculaire nieuwe beursintroducties deden zich in Amsterdam niet voor. Internationaal ging de meeste aandacht naar de beursgang van de microblogsite Twitter. Het aandeel ging voor 26 dollar naar de beurs van Wall Street en sloot dinsdag op 63,15 dollar.


De aandelenmarkt van Wall Street boekte dit jaar record op record. De Dow Jones-index steeg 26 procent en de breder samengestelde S&P 500 zelfs 29 procent. Dat zijn de grootste stijgingen in een jaar sinds respectievelijk 1995 en 1997. Deze stijgingen zijn geflatteerd door het enorme steunprogramma van de Fed.


Als de marktrente in de VS stijgt - en het rendement op staatsobligaties is dit jaar al verdubbeld van 1,5 naar 3 procent - zou een omgekeerde beweging kunnen volgen. Andere risico's zijn een tegenvallende groei van de Amerikaanse economie, een afnemende liquiditeit door de afbouw van de stimulering, en tegenvallende winstontwikkeling bij de bedrijven. Beleggers hebben een flink voorschot genomen op hogere bedrijfswinsten, maar veel bedrijven hebben de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd.


Daarnaast is de aandelenmarkt volgens analisten 'erg prijzig' geworden en spreken sommigen zelfs van een nieuwe zeepbel. De koers-winstverhouding (het aantal malen dat de winst die per aandeel wordt geboekt in de beurskoers past) is voor Amerikaanse aandelen nu 16,7. Historisch gezien ligt het gemiddelde rond de 14,5. In Europa ligt die rond de 14.


Ook deze cijfers kunnen worden gerelativeerd. De historische koers/winstverhoudingen passen bij een gemiddelde rente van 4 procent. Nu is de rente veel lager, waardoor de hogere aandelenkoersen voor een deel weer worden gerechtvaardigd.


Het opvallendste nieuwe verschijnsel op de financiële markten was in 2013 de spectaculaire opmars van de computermunt bitcoin. De waarde steeg van 20 dollar naar ruim 1.200 dollar om later weer terug te vallen naar 700 dollar. Economen zijn zeer verdeeld over het fenomeen waarbij de rol van het bankwezen wordt uitgeschakeld.


Nobelprijswinnaar Paul Krugman denkt dat de bitcoin als betaalmiddel zou kunnen functioneren, maar is niet overtuigd dat de bitcoin een stabiele waarde kan zijn. 'Met goud kun je tenminste nog sieraden maken, als het helemaal mis gaat. Met dollarbiljetten kun je belastingen betalen en weet je dat een centrale bank ze terugneemt. Met de bitcoin zijn dergelijke zekerheden er niet', aldus Krugman.


De opmars van de bitcoin ging gepaard met een enorme val van de goudprijs - en overigens ook die van platina en zilver. De goudprijs daalde in één jaar met 28 procent. Dit is de grootste daling sinds dertig jaar. Ook veel andere grondstoffen werden goedkoper, omdat de vraag uit de opkomende landen terugviel.


Maar 2013 hoeft niet zo veel te zeggen over 2014. De aandelenmarkten meten de temperatuur van de economie, maar kiezen niet altijd de juiste patiënt. Misschien zijn volgend jaar de rollen weer omgedraaid.


De beurzen in 2013

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden