Een wereldstad op zakformaat

Na migraties hebben mensen van verschillende achtergrond zich over de hele wereld vermengd, net als hun verhalen, beseft Ellen Ombre in Suriname....

De Saramaccastraat in het centrum van Paramaribo is één uitgestrekte winkel van Sinkel. Venters prijzen hun koopwaar aan langs het trottoir en op winkelstoepen: gedroogde vis, auto-onderdelen, tijgerbalsem, mobieltjes, zangvogeltjes. Ik word draaierig van de mensenmengelmoes die zich in de ordeloze menigte een weg baant, en raak begeesterd door opdringerige geuren, kleuren, geluiden. Op de rijbaan staat in werktijd een file met een onwaarschijnlijk assortiment aan vrachtwagens, en opgedirkte minibussen voor het openbaar vervoer.

Lichte verlegenheid bekruipt me bij de aanblik van een imposante, blinkende creoolse in fluisterbroek, pink aan pink met een schriele Koreaan op de hoek bij de centrale markt, of van een blanke man, 65+'er, korte broek, sokken in sandalen, hand op de buiktas, arm om de schouders van een Hindoestaanse jongen die zijn kleinkind kan zijn. Ik kijk weg van een dame met hoofddoek die met de Wachttoren wenkt en word vrolijk van een neger met een rij megaparels om de hals, en van een inheemse met initiatietekens op de wangen, die zich tegen de zon beschermt met een gele See Buy Fly plastic Schipholtas.

Ik woon sinds kort weer in Paramaribo. Ik ben het denk ik eens met T.S. Elliot: 'Aan het einde van al onze speurtochten zullen we aankomen waar we vertrokken zijn. En we zullen die plaats voor het eerst kennen'

Gebiologeerd loop ik de Jeruzalem Bazaar, een bosnegerspeciaalzaak aan de Saramaccastraat binnen. Hangmatten, lampepitten, houwers, bekkens, pangis gaan daar over de toonbank, katoenen stoffen liggen er in balen gestapeld. En er zijn attributen te koop voor fanowdu sani, zoals kaurischelpen, sigaren, goudse pijpjes, vogelveren: hulpmiddelen bij afroreligieuze rituelen.

'Dus als je een man wil hebben,' legt de verkoopster uit, 'en hij speelt hard to get, of hij loopt uit, dan kan je dit ding gebruiken om hem te bewerken en hij staat cito cito onder je bevel.' Op het etiket van het flesje met een rode essence staat: Commanding Oil. Een Nederlandse jonge vrouw met rastalokken slaat twee flesjes in.

De winkel doet denken aan een diorama, levensgroot, maar het is er alles behalve verstild; het winkelpersoneel is dynamisch. Er werken voornamelijk bosnegerinnen: Saramaccaners, Aucaners, Paramacaners, Matawai. Over hun westerse kleding hebben ze een kleurige pangi, een lendedoek, gebonden. Achter de kassa zit een Hindoestaanse, de inpakster is een creoolse. De huidkleur van klandizie en personeel varieert van zwart tot blank. De klant wordt in het Nederlands geholpen.

Na migraties gedurende miljoenen jaren hebben mensen met verschillende achtergrond zich over de hele wereld vermengd, net als hun verhalen. Ze leerden van en leenden bij elkaar. In grootstedelijke culturen is kruising vanzelfsprekend. Paramaribo is wat dat aangaat een wereldstad op zakformaat.

Terug naar de Jeruzalem Bazaar.

'Typisch een zaak van Libanezen,' werd me meegedeeld, 'Of van joden. Jeruzalem ligt toch in Israël.' Mijn weetgierigheid wekt irritatie; 'Meisje, waarom zit je zo te dieken? Alsmaar dat gevraag. Waarom? Waar? Hoe? Wie? Je lijkt wel een klein kind dat om antwoorden bedelt die het niet eens wil begrijpen'

Het toeval wilde dat ik Iwan El Wanni, telg van een Palestijnse familie ontmoette. Hij is ook iemand die na lang elders gewoond te hebben is teruggekeerd naar Suriname. Hij bleek mede-eigenaar van de Jeruzalem Bazaar aan de Saramaccastraat te zijn.

El Wanni is een succesvolle Surinamer. Samen met zijn broer Humbert leidt hij Pacific Trading, een grote handelsonderneming op Dijkveld aan de Surinamerivier, richting Domburg. Vijftig jaar geleden stichtte hun vader Achmed het bedrijf. In juni wordt bigi jari, het jubileum, met een groot feest gevierd.

Tijdens een gezamenlijke Javaanse maaltijd vertelt hij met respect over de geschiedenis van zijn familie, schakelt van heden naar verleden en terug. Hij roept zijn grootvader tot leven, verplaatst zich in de achtergrond van zijn ouders. Zijn verteltrant heeft de structuur van een jazzcompositie: losse, op zichzelf staande thema's overlappen elkaar, worden afgewisseld met improvisaties. Ik probeer het familieverhaal, hun vestiging in Suriname te reconstrueren.

Mohammed El Wanni, Iwans grootvader, migreerde in 1936. De economische crisis die de wereld had geteisterd liep ten einde. Niet in Palestina. Door armoede gedreven trokken de mannen weg, hunkerend naar een beter bestaan. Reisagentschappen en ronselaars speelden daarop in. In Noord- en Zuid-Amerika bestond de mogelijkheid een volwaardig leven op te bouwen. De migranten lieten vrouwen en kinderen achter, droegen het thuisfront schuldbewust in hun valies. Wat in den vreemde werd verdiend, vond zijn weg naar huis. Zoals het nu nog gebeurt. Zonder deze onderlinge hulp zou de nood in arme landen vele malen groter zijn. Het is een vorm van hulp die helpt.

In Palestina was intussen de vestiging van Zionisten een feit. Ze verspreidden zich over de Westelijke Jordaanoever, stelden zich exclusief op, sloten de Palestijnse bewoners buiten, werden gaandeweg overtuigd etnisch nationalistisch. De angst voor de Zionistische expansie had Mohammed El Wanni's voornemen zijn toekomst elders te zoeken een extra duw gegeven. In zijn thuisland zou het niet beter worden. Later, als het hem goed ging, zou hij zijn hele familie laten overkomen.

Een bemiddelaar had hem in Palestina een passage verkocht naar Peru. Verwanten waren hem naar het Zuid-Amerikaanse land vooruit gegaan. Zo werkt migratie; met gangmakers. Het is in den vreemde verstandig je met mensen te omringen die je lief zijn en die je kunt vertrouwen. En wie waren je liever en kon je beter vertrouwen dan je eigen familie?

Mohammed El Wanni was het Romeins schrift niet machtig maar hield zich vast aan de P op zijn reisbiljet: van Peru. Hij maakte de grote sprong westwaarts, liet achter zich wat hem dierbaar was: zijn gezin, zijn olijfgaarden, zijn geboortegrond in Nablus. Van het Midden-Oosten reisde hij via Genua naar Nederland. Daar begon zijn grote, Transatlantische reis.

Na 23 dagen op zee voer de Oranje-Nassau de Surinamerivier op en liep de KNSM-haven binnen. Opluchting. Eindelijk zou het spraakisolement van de Palestijnse passagier worden doorbroken. Maar tot zijn schrik stond niemand hem op te wachten. Hij was niet in Peru, maar in Paramaribo belandt. In een angstklem weigerde hij het schip te verlaten.

In die tijd woonde een paar invloedrijke Libanese families in Suriname, handelaars in het stadscentrum van Paramaribo: Issa, Aboud, Souma, maronieten. Deze immigranten waren ooit als marskramers begonnen, maar dit is een ander verhaal. Ze zijn geen moslims, maar hebben met andere volken uit het Midden-Oosten de taal, het Arabisch, gemeen. De Libanezen hoorden al gauw tot de blanke elite, door hun christelijke achtergrond. Een blanke christen uit de Oriënt werd ook toen al als westers beschouwd.

De scheepskapitein nam contact op met Nassief, de godfather van deze Arabisch sprekende Surinamers, vertelde over de verwarde man die hij met geen mogelijkheid van boord kreeg.

Nassief wist de Palestijn te kalmeren, haalde hem over Peru te vergeten en in Paramaribo te blijven, een vreedzame stad. Hij bood hem onderdak, bezorgde hem nering, hielp hem met het opbouwen van een kleine winkel. De zaken gingen goed; Mohammed liet zijn broer overkomen.

De beide mannen waren in de hemel terechtgekomen, vergeleken met de hel die ze achter zich hadden gelaten. Suriname werd voor hen het land van de onbegrensde mogelijkheden.

In 1948 riep David ben Goerion de onafhankelijke staat Israël uit. Berichten over de oorlog met Arabische buurlanden, over de tallozen die van hun land en uit hun huizen werden verjaagd, bereikten Suriname. Mohammed vertrok halsoverkop naar Palestina om het familiebezit te beschermen. Het was er rampzalig. Hij spoorde zijn zoon Achmed en diens vrouw Aziza aan het land te verlaten. In 1950 kwamen zij, de ouders van Iwan, in Suriname aan.

Later vertelde Aziza haar zoon over hun aankomst; ze beschreef de indruk die de weelderige vegetatie, de confrontatie met al die mensensoorten, op haar had gemaakt. Alsof Noachs Ark er was vastgelopen en zij tot een nazending behoorden. Haar man Achmed was van meet af aan geboeid door de cultuur van de bosnegers, die toen door de stadsbewoners als paria's werden beschouwd. Hij voegde zijn nering naar hun behoeften. Ze werden vaste klanten van de Jeruzalem Bazaar.

Iwan, de vierde van zes kinderen, groeide op aan de Saramaccastraat op een steenworp van waar zijn grootvader begon, een arme wijk, voornamelijk door negers bevolkt. Misschien kwam het door de tumultueuze gebeurtenissen die hen uit het geboorteland hadden verdreven dat zijn ouders zo'n vastberadenheid en verantwoordelijkheidsbesef toonden waar het de schoolopleiding van hun kinderen betrof. Ze stelden dat ze Surinamers waren zonder familiebanden in Suriname, en dat een goede opleiding de enige manier was waarop hun kinderen vooruit konden komen. Om die reden vertrok een deel van de familie midden jaren zeventig naar San Diego, Californië, de welvaartsdroom achterna, om tenslotte via Leiden en Utrecht zich opnieuw te vestigen in Paramaribo.

Ons gesprek kwam op SUPS, Surinam Unified Parcel Service, de legendarische pakketdienst, waar ook ik indertijd klant was. Na de decembermoorden in 1982 werd de ontwikkelingshulp uit Nederland bevroren. De schappen in de winkels in Suriname waren leeg. De ene helft van de Surinamers woonde in Nederland, België, de Verenigde Staten. De achtergebleven, noodlijdende familie deed een beroep op hen. De familiebanden zijn hecht. Surinamers laten hun mensen niet in de steek. Iwan El Wanni en zijn broer hebben op de malaise ingespeeld.

Ze hebben in 1987 SUPS in Amsterdam opgezet op een kleine etage aan de Stadhouderskade, nabij het Rijksmuseum. Daar op één-hoog stond de kassa. Familie stelde er een voedselpakket samen voor hun verwanten in het vaderland over zee. De boodschappen konden in de Jeruzalem Bazaar in Paramaribo worden afgehaald. Zonder deze interventie was er in Suriname wellicht een voedselrevolutie uitgebroken.

Iwan is zich bewust van de lange weg die zijn ouders hebben afgelegd, hij verzamelt wat met de geschiedenis van de Palestijnen heeft te maken, tracht alles van en over Edward. W. Said te pakken te krijgen.

Het verbaast hem dat er zo weinig Palestijnse fictieschrijvers zijn. Zij zouden misschien de feiten kunnen verwoorden, begrijpelijk maken wat onvoorstelbaar is. Niet alleen wat tot het verleden hoort, maar ook wat tegenwoordig in Israël gebeurt. Het verheugt hem dat Paradise Now, de gelauwerde film van Hany Abu Assad op het door The Back Lot georganiseerde filmfestival in Paramaribo te zien zal zijn. 'Maar,' vertelt hij, 'mijn vader hield er een continent van huis verwijderd geen nostalgische gevoelens op na. Die luxe kon hij zich niet veroorloven. Er werd hard gewerkt. Hij verachtte zelfmedelijden over diaspora. Hij was westers georiënteerd.'

Dat begon bij de naam die hij zijn zoon gaf: Iwan. 'Mijn broers en zusters hebben allemaal westerse voornamen. De naam van mijn oudste zuster, Juliana, was een eerbetoon aan de toenmalige koningin. Mijn vader wilde vooruit, is nooit meer naar zijn geboorteland teruggegaan, bang voor de vernederingen die hij als Palestijn in Israël zou moeten ondergaan. In de jaren zestig bezocht hij familie in Jordanië, zag de vluchtelingenkampen en kwam getraumatiseerd thuis.

Vooral in de laatste fase van zijn leven hield het verleden, de geschiedenis van Palestina hem bezig. Hij trachtte een verklaring te zoeken voor de massacre in zijn geboorteland. Tevergeefs. Hij ligt in San Diego begraven; ook de geavanceerde medische zorg daar kon zijn leven niet verlengen. Mijn ene grootvader stierf in Palestina, de andere in Paramaribo. Jeruzalem Bazaar is een eerbetoon aan hen. De zaak wordt binnenkort grondig gerenoveerd, maar blijft zijn authenticiteit behouden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden