Een wereld vol maskers

Sinds zijn meeslepende oorlogsroman Goede mensen wordt Nir Baram als het grootste literaire talent van Israël gezien. 'Mijn boek gáát niet over de oorlog.'

'Twee boeken', lacht Nir Baram, twee boeken heeft hij geschreven, niet vier. 'Ik ontken mijn eerste twee romans, ik was toen simpelweg te jong.' De Israëlische Baram (1976) debuteerde op 19-jarige leeftijd, meteen na zijn driejarige dienstplicht. De Nederlandse vertaling van zijn vierde - 'tweede!' - boek Goede mensen verscheen vorig jaar november en werd bekroond met vijfsterrenrecensies en een plek op de bestsellerlijst.


Goede mensen speelt zich af tussen de Kristallnacht, november 1938, en de Duitse inval in Wit-Rusland, juni 1941. Het boek beschrijft de Tweede Wereldoorlog vanuit het perspectief van de collaborateur. Dat laatste, uniek voor een Israëlische auteur, veroorzaakte minder ophef dan Baram had verwacht.


Wel valt hem op dat Goede mensen soms louter als historische roman wordt gelezen en dat interviews vaker gaan over zijn politieke opvattingen en zijn kritiek op premier Netanyahu, dan over zijn boek. 'Maar ik wil niet klagen', zegt Baram. Hij komt uit een familie van politici en geeft graag zijn mening. Hij zou alleen uit het hokje 'historische oorlogsroman' en 'Is-


raëlische auteur' willen ontsnappen. 'Mensen verwachten een roman vol bloed, seks en kitsch óf een verhaal over kamelen in de woestijn.'


Goede mensen is geen van beide. In de vijfhonderd pagina's tellende roman leren we de Duitse Thomas Heiselberg en de Russische Sasja Vajsberg kennen. Hij is een getalenteerde marktonderzoeker en ziet een functie onder het nazi-bewind als een mooie carrièrekans. Zij komt uit een intellectueel Joods nest. Wanneer haar ouders en tweelingbroertjes als 'vijanden van het volk' worden opgepakt, sluit ze zich aan bij de communisten als ondervraagster.


'Mijn boek gáát niet over de Tweede Wereldoorlog. Ik wilde de oorlog slechts gebruiken om vragen te stellen over het menselijk bewustzijn. Inmiddels heb ik wel geleerd dat er andere regels gelden voor oorlogsromans. Het genre wordt anders gelezen: mensen willen weten wat de les is in mijn boek, ze willen goed en kwaad onderscheiden. Soms lijkt het alsof de oorlog mijn tekst heeft gegijzeld, alsof de veelzijdigheid ervan wordt verhuld. Want literatuur maakt de wereld niet overzichtelijker, juist gecompliceerder.


'Voor mij bood de oorlog gewoon het juiste decor om een belangrijke vraag te kunnen stellen: hebben wij mensen een kern of zijn we een verzameling maskers waaronder geen enkel waarachtig gezicht schuilgaat? In een kapitalistische samenleving vormen maatschappelijke verwachtingen onze persoonlijke ethiek. We plooien ons naar de normen en regels van het bedrijf waarvoor we werken en veranderen zo vaak van rol dat we nauwelijks een consistente, betrouwbare identiteit hebben waarop we kunnen terugvallen.


'De Duitse Thomas heeft wel een ethiek, alleen geen politieke. Hij ziet het leven als een zoektocht naar de grenzen van zijn talent. Om alles uit zichzelf te halen, neemt hij risico's. Zijn grenzeloze ambitie is niet nieuw, het is alleen zo evident egocentrisch omdat Thomas zijn persoonlijke ambitie niet met politieke overtuigingen verhult. Hij geeft niets om gemeenschappelijk belang, heeft alleen zichzelf als doel.


'Vandaag de dag is zo'n ideologieloze ambitie heel gewoon - Facebook en Twitter vieren die zelfexploitatie -, maar toentertijd kon je je daden verantwoorden met een politieke overtuiging. Nu we ons niet langer kunnen verstoppen achter ideologische argumenten, is de vraag naar ons handelen eigenlijk nog interessanter: waarom doe je wat je doet?


'In de literatuur wordt nog altijd verondersteld dat de werkelijke natuur van de mens zich ontrafelt in het licht van jeugdtrauma's, eerste keren en het gezinsleven. Dat weerspiegelt mijn generatie niet. Werk en beroep bepalen een belangrijk deel van de hedendaagse identiteit.'


De Russische Sasja zegt met de communisten mee te werken in de hoop dat ze haar tweelingbroertjes ooit nog terugziet, maar Baram betwijfelt dat. 'Sasja is geraffineerd, schermt met emotionele argumenten om haar ambitie en haar hang naar erkenning te maskeren. Zelfs mijn redacteur trapte erin. Op een gegeven moment hitst Sasja haar moordlustige baas op: het is tijd voor 'een paar schoten'. Mijn redacteur schrapte die zin. Ik zette 'm terug, zij schrapte 'm, ik zette 'm terug. 'What the fuck?', zei ze, 'zoiets zou Sasja nooit zeggen.'


'Zoiets zou Sasja juist wél zeggen. Die zin staat er niet voor niets. Want het creëren van onduidelijkheid, verwarring en vervreemding is niet zomaar een spelletje, het is noodzakelijk om de lezer tot nadenken te dwingen. Mijn redacteur identificeerde zich met Sasja, en ze las daardoor alleen wat ze wilde lezen.


'Identificatie is niet belangrijk in de literatuur. Bertolt Brecht was daarin heel streng: zijn publiek moest niet voelen, maar denken. Ik ben milder gestemd, maar wil wel voorkomen dat de lezer de wereld alleen door de ogen van het personage ervaart en zo een kritisch perspectief verliest.'


De lezer, de personages, de redacteur: ze zijn allemaal onbetrouwbaar. 'En de auteur natuurlijk, ook die moet je wantrouwen. Les één van mijn vader: veracht autoriteit! In intellectuele zin ben ik grootgebracht met het postmoderne, deconstructivistische denken. Als er iets is waarnaar ik nostalgie heb, is dat het


naïeve vertrouwen in de mens.


'Opgroeien is een teleurstelling. Wanneer je jong bent, denk je je idealen trouw te kunnen blijven. Je denkt dat je weet hoe het zit, en dat je anderen daarvan kunt overtuigen, maar al gauw word je geconfronteerd met de prijs die je moet betalen wanneer je je niet aanpast. Het is een machtsspel tussen je innerlijke stem en je maatschappelijk succes.


'Die innerlijke stem wordt steeds vager', zegt Baram, maar het grenzeloze aanpassingsvermogen van zijn collaborerende personages is hem vreemd. 'Ik kon met Thomas spelen omdat ik aan het eind van de dag kan terugkeren naar mijn principes.' Waar die principes vandaan komen? Baram aarzelt, hij wil zijn karakters niet uit hun jeugd verklaren, dus liever ook zijn eigen gronden niet. 'Mijn vader was heel eerlijk - voor een politicus is dat bijzonder. Mijn broers en ik werden aangemoedigd om voor onze mening uit te komen en we praatten thuis aan tafel altijd over politiek.'


Toch was ook die eerlijkheid niet helemaal zuiver, concludeert Baram. 'Politiek was eigenlijk een makkelijke manier om niet over jezelf te hoeven praten. Dan werd je niet geconfronteerd met stiltes of herinneringen die te pijnlijk waren om hardop uit te spreken.'


'Weet je', verzucht Baram, 'het is een cirkel van vermomming, alles verhult alles. Politiek verhult ambitie. Ambitie verhult angst en twijfel. En onze persoonlijkheid is een product van al die maskers.'


De koekoeksklok in de chique kamer van het Amsterdamse Ambassade Hotel laat horen dat de tijd snel gaat. Baram kijkt om zich heen. 'Dit is eigenlijk een heel gekke kamer.' Hij doelt op de potsierlijke versiersels, de gouden krullen, de koninklijk brede stoelen, de kroonluchters aan het plafond. Buiten rammelen fietsers voorbij en in een bouwput aan de Herengracht slaat een drilboor aan.


Baram staat op. 'Als we zo doorgaan met dit interview, eindigen we met niets.'


Buiten, na een eerste trek van zijn sigaret: 'Je kunt geen boek schrijven als je die postmoderne relativering niet deels opzijzet. Wie voor de literatuur leeft, kiest voor een illusie. Wanneer ik met andere schrijvers discussieer over het nut van fictie, weten we allemaal dat het bullshit is. Toch behouden we een naïef geloof in de literatuur. Het spektakel van de verbeelding is een allesoverredende kracht. Zonder voel ik me niet gezond.'


Nir Baram, blij dat hij niets over de politieke situatie in zijn thuisland heeft gezegd, schrijft voorin Goede mensen een paar aardige woorden voor de interviewster. 'Dit is geen leugen!', zet hij er in blokletters onder. Het zijn grote woorden in een wereld vol verhullende maskers en onbetrouwbare vermommingen, maar, benadrukt Baram: 'Een mens moet iets geloven om te overleven.'


Nir Baram: Goede mensen

Uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach.


De Bezige Bij; 506 pagina's; euro 23,90.


NIR BARAM

1976 geboren in Jeruzalem, Israël


1995 - 1998 militaire dienstplicht


1998 debuteert met de roman Purple Love Story


2000 The Mask-Ball Children; begint bijdragen over politiek en literatuur in dagblad Maariv


2006 The Remaker of Dreams, in Duitsland vertaald als Der Wiederträumer


2010 Good People, vertaald in 14 landen, bekroond met de Prime Minister Award


2012 Writer in residence in Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden