Een wereld vol depressieve kinderen

Hoe vergaat het de buurt nu de staat zich heeft teruggetrokken? Er vallen gaten in de gemeenschap. Een serie reportages over de maatschappelijke werkelijkheid na de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat....

BAS MESTERS; MIRJAM SCHOTTELNDREIER

DE plek waar schoolarts Ben Rensen kantoor houdt, heeft nog het meest weg van een bunker. Het GGD-gebouw in de wijk Ondiep opfleuren was zinloos: 'Alles wordt hier gesloopt'. Dat gebeurt ook nogal eens in het leven van zijn patiëntjes, zo blijkt als Rensen zijn dossier openklapt.

'Vandaag zag ik een jongetje dat altijd boos is, driftbuien heeft en niet te sturen is sinds hij een hersenvliesontsteking had. Eentje van tien die, net als zijn vader, z'n moeder slaat en schopt. En verder zag ik een Marokkaans bedplassertje. Een zwakbegaafd meisje dat stemmen hoort. Een depressieve Iraanse moeder die haar zoontjes verwaarloost.'

Een dag als alle andere. Want Rensen ziet in zijn wijk vooral 'risico-kinderen' die thuis met allerlei problemen kampen. 'Ze vallen niet zozeer in de gaten van ons systeem, maar glippen tussen de verschillende voorzieningen door. De problemen van de kinderen, de maatschappij en het zorgsysteem zijn zo complex geworden, dat ze steeds moeilijker te helpen zijn.'

Rensen beseft dat zijn ervaringen niet maatgevend zijn. Integendeel. Met de gezondheid van de meeste kinderen, de hoop der natie, gaat het heel goed.

Maar de zorg staat onder druk, zegt T. Schulpen, hoofd van de Utrechtse jeugdgezondheidszorg bij de GG en GD. Door bezuinigingen heeft zijn dienst al jaren geen compensatie ontvangen voor het toenemende aantal kinderen. 'Er kan nu echt niets meer af.'

De decentralisatie van budgetten naar de gemeenten brengt andere problemen met zich mee. 'We zitten midden in de discussie over de vraag wat het belangrijkste is: lantaarnpalen voor een veilige buurt, subsidie voor theater of de gezondheidscontrole voor kinderen. Daar beslissen de gemeenteraden over.'

Utrecht boft, want waar sommige andere steden al hebben gekort op de preventieve jeugdgezondheidszorg, kiest de Utrechtse gemeenteraad nog altijd voor de vinger aan de pols. Elk kind wordt in zijn schoolloopbaan drie keer gecontroleerd door de schoolarts. Om de drie jaar een half uur consult, waarin alles wordt onderzocht en bevraagd.

Schulpen: 'De basale zorg is heel goed geregeld, de burger kent tegenwoordig de weg. Op de lichamelijke gezondheid kan niet veel winst meer worden geboekt.'

Dat optimistische beeld gaat ook op voor de allochtone kinderen. 'Tien jaar geleden kwam je in die groep nog wel eens kinderen tegen met een scheve rug, of die scheel keken en die nog nooit een specialist hadden gezien. Dat is nu voorbij', aldus Schulpen.

Toch zijn er nog verschillen. Marokkaanse en Turkse kinderen hebben een twee keer zo grote kans om te overlijden als autochtone kinderen. Verkeersongevallen, verdrinking en ziektes tijdens vakantie in de thuislanden zijn daar voor een groot deel debet aan. 'Zou je het als school niet meer regelen, dan leerde het gros hier niet zwemmen', zegt P. van Bijsteren, directeur van de Rieten Dakschool in Ondiep.

Ook op tandheelkundig gebied is er nog afstand. Zo heeft 55 procent van de autochtone kinderen een gaaf gebit, van de allochtonen slechts 25 procent. In de wachtkamer van Rensen liggen drietalige folders over dit probleem - in het Nederlands, Turks en Arabisch.

Afschrikwekkend is het plaatje met het verrotte kindergebit dat is afgebeeld onder een gaaf gebitje dat regelmatig wordt gepoetst en met fluor behandeld. Rensen: 'Je moet in deze buurt heel helder, beeldend zijn. En hooguit zinnen van drie woorden gebruiken.'

Schoolhoofd Van Bijsteren weet niet of de zak chips waarmee sommige kinderen 's ochtends op school verschijnen, een extraatje is of een vervanging van de boterham met kaas. 'Maar ik weet wel dat ik dit soort dingen 25 jaar geleden in andere kansarme buurten ook al zag.' Nieuw zijn de vele witte smoeltjes 's ochtends in de klas. 'Dat komt doordat kinderen 's avonds veel te laat buitenspelen of nog tv mogen kijken.'

Van Bijsteren vindt dat er in de loop der jaren iets essentieels is veranderd. Hij schaart zich achter schoolarts Rensen en Schulpen van de GG en GD: de psychosociale problemen bij kinderen nemen hand over hand toe. Nu de lijfjes van de jeugd onder controle zijn, krijgt de jeugdgezondheidszorg in toenemende mate te maken met emotionele, sociale en psychische stoornissen.

Vage klachten als hoofdpijn, buikpijn, maar ook depressies en hyperactiviteit zijn op sommige scholen schering en inslag. Van Bijsteren: 'Vroeger was het leven in dit soort wijken hard, tegenwoordig is het spijkerhard. Toen had ik lol met de kinderen, nu is het onbekommerde weg. Ze lopen met lange gezichten rond, zijn somber, jongens zijn erg agressief. Ze wantrouwen je als volwassene. Moest je je vroeger één keer heel hard inspannen om een band met ze te krijgen, vandaag moet je dat vier keer doen.'

Lawaai op de schoolgang. Een elfjarige jongen gaat door het lint. Moeder blijkt thuis te zijn opgestapt, de oudste zus is van school getrapt, de oppas is zeventien en de elfjarige draagt de verantwoordelijkheid voor zijn kleuterzusje. 'Het is een lief jong, alleen soms vreselijk agressief. Vind je het gek?', vraagt ouderraadslid G. van Schaik.

Kinderen worden niet meer beschermd, vindt Van Bijsteren. De werelden van kind en volwassene lopen door elkaar. 'Ze zitten bij het geruzie van hun ouders. Ze moeten hun nieuwe stiefvader accepteren. Ze zien op tv pornofilms en alle denkbare vormen van geweld.'

De verandering in de gezondheidsproblemen baart Schulpen en zijn medewerkers zorgen. Met de verzakelijking van de zorg, het afrekenen op behaalde, meetbare resultaten kan de preventie onder druk komen te staan. 'Je kunt moeilijk berekenen welke effecten gesprekken met ouders hebben op gedragsverbetering van hun kind.' Of zoals Rensen het zegt: 'Ik kan niet zeggen wat ik voorkomen heb. Is een kind met een depressie een product?'

Er groeit volgens hem een steeds grotere kloof tussen de kinderen die met een vioolkist over de schouder naar de orthodontist gaan om hun buitenboordbeugel te laten bijstellen, en de populatie die hij dagelijks treft. 'Men spreekt wel over achterbankgeneraties. Nou, de kinderen hier hebben helemaal geen achterbank. Die lopen op badschoentjes, zonder onderbroek.'

De dokter kan niet de omstandigheden veranderen; hij kan proberen het leed te verzachten. 'Het simpele feit dat ik tijd neem voor hun Ali of Ellie, maakt al dat de ouders met andere ogen naar hun kind kijken. Minder negatief. Het is misschien niet ingrijpend, maar het helpt. Dat zie ik telkens weer. Dat zo'n ouder denkt: hé, mijn kind doet er kennelijk toch toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden