Een Weense droom van absolutisme

Wiener Werkstätte. Keuze uit Weense collecties. Paleis Lange Voorhout. Tot 8 februari...

VORMGEVING

Den Haag sluit de viering van zijn 750-jarig bestaan af met een terugblik op het Wenen van 1900 en wel heel speciaal de Wiener Werkstätte. In 1903 werd de Werkstätte - je zou het nu een studio of een workshop noemen - opgericht door twee vernieuwers in de Weense kunstnijverheid: Joseph Hoffmann en Koloman Moser. Tot de liquidatie van de stichting begin jaren dertig roerden de leden zich met keramiek, stofdessins, grafische vormgeving, architectuur, glaswerk, zilver en mode.

Waarom uitgerekend de Wiener Werkstätte in Den Haag? Er zijn twee dunne lijnen. Het Haags Gemeentemuseum was in 1927 een van de eerste die een overzicht wijdde aan de Weense kunstnijverheid waarvan de catalogus werd vormgegeven door een van de jongste deelnemers, Christa Ehrlich. Ehrlich die ook betrokken was bij het opvallende Oostenrijkse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in 1925, het hoogtepunt van de art deco, bleef vervolgens in Den Haag hangen.

De Wiener Werkstätte is zowel verguisd als bejubeld. In de aanvangsjaren toen Hoffman en Moser nog de scepter zwaaiden, brak de stichting met het overgedecoreerde van de 19e eeuw. Voordat de Weense architect Adolf Loos de versiering tot misdaad bestempelde, vereenvoudigde de Werkstätte al de vormgeving. Maar voor diezelfde Loos ging het nog niet ver genoeg. Weense wijvenkunst, zo vervormde hij de afkorting WW.

Het Weense gezelschap hoort thuis in het rijtje jugendstil dertig jaar eerder in München tot wasdom gekomen, de stijl van Charlie Makintosh in Schotland, en de Arts & Craftsbeweging in Engeland, die als wapen tegen de industriële revolutie het oude ambacht in ere herstellen. Hoffmann en de zijnen kwamen al snel tot de ontluisterende conclusie dat hun producten niet zozeer in trek waren bij de gegoede arbeidersklasse maar bij een elite, en dat een groot deel ervan toch machinaal vervaardigd werd om uit de kosten te komen. De geschiedenis van de Wiener Werkstätte is er een van vallen en opstaan, van aanpassingen en hervonden idealen.

Het overzicht dat het Paleis Lange Voorhout nu laat zien, legt het accent merkwaardig genoeg op de periode na 1910 als het vuur van het eerste uur al is uitgewoed. Wat dan rest zijn de eindeloze variaties op blad- en bloemmotieven waar Hoffmann zich toe heeft bekeerd, en op porseleinen beeldjes die je nu in een woonwagenkamp zou verwachten. De grote jaren van de Wiener Werkstätte waren geweest: dat was de periode 1903-1907, in dat laatste jaar verliet Moser de groep.

Hoffmann en Moser, en met hun de schilder Gustav Klimt en de ontwerper Carl Czeschka, streefden een Gesamtkunstwerk na, disciplines die elkaar zouden aanvullen en verrijken in één magistraal ontwerp. Het volmaakte voorbeeld daarvan werd Palais Stoclet in Brussel: de architectuur van Hoffmann met sterke verticale en horizontale lijnen, een mozaïekfries van Klimt, waarbij het interieur van Moser zich prachtig voegde.

Voordat het paleis van de Belgische financier en verzamelaar openging, was het al een mekka voor kunstliefhebbers. Die waren, opnieuw, verrukt én kritisch. Zoals de Parijse couturier Paul Poiret, die moeite had met het absolutisme van de Weense vormgevers. 'Hoffmann had niet alleen het huis en de bijgebouwen ontworpen, maar ook de tuin, de tapijten, het meubilair, de verlichting, de borden, het bestek, de jurken van mevrouw en de wandelstokken en stropdassen van meneer. Deze vervanging van de persoonlijkheid van de eigenaren door de smaak van de architect heeft bij mij altijd de indruk van een soort slaafsheid gewekt.' En Loos, in Wenen, maakte grappen over het feit dat de sloffen die voor de slaapkamer bedoeld waren, niet in de woonkamer gedragen konden worden zonder de toorn van de architect op te wekken.

Gesamtkunstwerk, dat begrip is na de eerste helft van deze eeuw in onbruik geraakt. En nu op de valreep van een eeuw is het niet eens meer denkbaar dat Gesamtkunst zal herleven: die conclusie valt althans uit de expositie in het Paleis te trekken. Generalisten zijn vervangen door specialisten, en opdrachtgevers willen hun persoonlijkheid niet langer ondergeschoffeld zien door een sterke architectuur.

Ook het debat over decoratie, dat begin deze eeuw goed was voor een schisma in de kunst, is verstomd. We beleven de eerste werken van Hoffmann nu als een voorbode van een nieuwe zakelijke eeuw, met Japan als belangrijkste inspirator, en breken ons niet meer het hoofd of een vierkant vlak nu wel of niet als versierend element moet worden gezien.

Hoewel het mooi is om het allemaal bij elkaar te zien, de dessins, het gehamerde zilver en het nog nauwelijks verouderde meubilair, mist de expositie de context van het Wenen anno 1905. Het Wenen van Hugo van Hoffmansthal, Richard Strauss, Karl Kraus, de jonge Schönberg, kortom het klimaat waarin een stad boven zichzelf kon uitstijgen. Daarin had de Werkstätte een logische plaats, als beweging die van de culturele golf profiteerde en niet langer dan die golf kon gedijen. Maar het was - merendeels - goed zolang het duurde.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden