Een waterplas voor tuinders

Voor een nieuw kassengebied bij Huissen is een plan ontwikkeld om regenwater op te slaan. De tuinders kunnen daardoor leidingwater besparen....

Goed water is in Nederland een kostbare en af en toe schaarse grondstof geworden. Verdroging is inmiddels een van de grootste natuurproblemen. Diverse provincies leggen in de zomer het besproeien van landbouwgrond aan banden om verspilling te voorkomen.

Gelderland behoort tot de provincies met een vrij strak waterbeleid. De Waterleiding Maatschappij Gelderland wil het gebruik van grondwater zo beperkt mogelijk houden. De provincie heeft daarom het gebruik van grondwater door particulieren - vooral grote en kleine bedrijven - aan vergunningen gebonden.

Het is dan ook niet toevallig dat juist de WMG, samen met de stichting Stimulering Glastuinbouw Over-Betuwe en Liemers, met een plan komt voor de watervoorziening van een nieuw glastuinbouwgebied bij Huissen, tussen Arnhem en Nijmegen. Het plan behelst de opvang van het regenwater dat op de kassen valt, en de opslag ervan in een plas die nog gegraven moet worden voor zandwinning. Van onderuit de plas wordt het water later teruggepompt naar de kassen om daar gebruikt te worden voor de besproeiing van de gewassen. De plas dient als buffer. Het overschot aan regen dat 's winters valt, kan in de plas worden opgeslagen om het tekort aan regen 's zomers op te vangen.

Het onderzoek voor het plan werd ten behoeve van een afstudeerscriptie uitgevoerd door twee studenten van de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein in Velp, P. Breunis en M. Wierda. Zij hebben de mogelijkheden voor een goede en goedkope watervoorziening voor de glastuinbouw verkend. Hun aanbeveling - collectieve opvang van regenwater en opslag in een plas - is de grondslag voor het plan geworden.

Het gebied tussen Arnhem en Nijmegen, de Over-Betuwe, is aangewezen als een stedelijk knooppunt met nationale betekenis. Nijmegen maakt zich klaar voor de Waalsprong: woningbouw aan de overkant van de Waal in Lent. De glastuinbouw in Lent verhuist daarom naar een nieuw gebied van 600 hectare bij Huissen en Bemmel: 300 hectare kassen en 300 hectare overige voorzieningen.

Volgens het rapport valt er in Nederland per hectare jaarlijks gemiddeld evenveel regen als een hectare glastuinbouw nodig heeft: 7.500 kubieke meter. Bij een verstandig beheer is de hoeveelheid regenwater dus voldoende om de waterbehoefte te dekken. Bovendien is de kwaliteit tegenwoordig goed.

Voor de kastuinbouw is water nodig dat weinig natrium, ijzer, kalk en algen bevat. Het oppervlaktewater voldoet bijna nooit aan die kwaliteitseisen. En ook het grondwater uit de bovenste bodemlagen in de Over-Betuwe, tot ongeveer twintig meter onder het maaiveld, is op sommige plaatsen niet goed genoeg. Het tweede pakket, tussen 25 en 70 meter diepte, bevat meestal wel goed water. Maar dat wil de provincie reserveren voor de drinkwatervoorziening.

In verband met de kwaliteit zijn andere mogelijkheden voor de watervoorziening afgewezen. De twee studenten hebben bijvoorbeeld onderzocht of water uit plassen in de omgeving gebruikt kan worden voor de glastuinbouw. Omdat de kwaliteit niet gegarandeerd kan worden en wegens hogere kosten door het transport van het water, zijn deze mogelijkheden afgevallen. Uiteindelijk bleef regenwater als beste mogelijkheid over.

In sommige kassengebieden maken tuinders gebruik van een individuele opvang van regenwater. In vergelijking met een collectief bassin heeft individuele opvang grote nadelen. Privé bassins kosten veel meer ruimte dan één gezamenlijke plas. Volgens medewerker B. Volkers van de WMG is de oppervlakte van een eigen bassin zo'n 250 vierkante meter. Dat is bij een grondprijs in de Over-Betuwe van twintig gulden per vierkante meter een investering van enig belang. Maar belangrijker is nog dat er geen kas kan staan op de plek waar een bassin ligt.

Een ander nadeel van individuele bassins is dat er nog steeds geen goede oplossing is voor het algenprobleem. In de ondiepe bassins ontstaat vooral 's zomers algengroei, waardoor de leidingen in de kassen dichtslibben. Bovendien mag het sproeiwater niet te veel algen bevatten. Een collectief bassin is veel dieper. Beneden de vijf meter diepte treedt nauwelijks algengroei op. Door het water onderuit de plas op te pompen, komt dus algenvrij water beschikbaar, dat bovendien niet te warm is.

De oppervlakte en de diepte van de collectieve plas staan volgens Volkers nog niet vast. De oppervlakte zal variëren tussen de één en drie hectare, en de diepte, afhankelijk van de oppervlakte, zal tien tot vijftien meter bedragen. Van de klei die voor de plas weggegraven moet worden, wordt rond de plas een wal aangelegd. Daardoor komt het maximale waterpeil anderhalve meter boven het maaiveld. 's Zomers zal het peil dalen tot een niveau van een halve meter onder het maaiveld. Daarom is de plas volgens Volkers ook niet geschikt voor waterrecreatie, zoals zwemmen en surfen. Vissers en wandelaars zullen er wel terecht kunnen.

In het rapport worden de kosten voor de tuinders geraamd op 36 cent per kubieke meter water. Dat is volgens Volkers echter een te rooskleurig beeld. Waarschijnlijk komt de prijs in de buurt van drie kwartjes, tot iets minder dan een gulden. Dat is altijd nog veel voordeliger dan de prijs van bijna twee gulden die voor een kubieke meter leidingwater betaald moet worden. Bovendien zal die prijs in de toekomst behoorlijk gaan stijgen.

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden