Een vrouw waar je niet op gaat liggen

ZOZ. Humanistische Omroep. Nederland 1, 21.59 uur. 'Toen mijn kinderwens was vervuld en het jachtseizoen was gesloten, besloot ik een interessante vrouw te worden....

Annemarie Prins zegt het met meedogenloze zelfspot. Aan haar is de tweede aflevering gewijd van ZOZ, een serie portretten van oudere kunstenaars die de Humanistische Omroepstichting uitzendt. Deel één ging vorige week over de Ierse auteur Frank McCourt, wiens late debuut, op 66-jarige leeftijd, met de Pulitzerprijs werd bekroond.

Nu is de beurt aan Prins, een dwarse, eigenzinnige regisseur. Ze werd vorig jaar 65, maar gaat gewoon door met het maken van toneelproducties die menigeen tegen de haren instrijken. De laatste tijd was ze een beetje in het vergeetboek geraakt, maar vorig seizoen keerde ze terug met Harmoniehof, een weerbarstige toneelsolo over haar jeugd en de zelfmoord van haar moeder.

We zien haar in het theater vertellen over die moeder, een Duits dienstmeisje dat voor de oorlog naar Nederland kwam. En over haar vader, 'een lange, leptosome, introverte, humanistische ingenieur'. Op een barse, afgemeten toon heeft ze het over 'dit echtpaar'. 'Sliep hij rechts? En waar lag de moeder?' Met een ijzeren discipline houdt ze in het theater haar emoties in toom.

Meteen daarna zien we dezelfde vrouw thuis, een en al vriendelijkheid. Het contrast tussen die beelden is onthutsend. In beide gevallen is ze bewogen als ze praat over haar moeder die zich met een nylonkous ophing in de Valeriuskliniek. Thuis laat ze die bewogenheid onomwonden zien, in het theater verpakt ze dat pijnlijke verleden in een strakke vorm die daardoor des te aangrijpender is.

Aan sentiment had ze altijd de pest. We zien haar als piepjonge actrice in een van haar eerste toneelproducties: een opstandig dienstmeisje dat woedend een volle kantine toespreekt. Met haar eigen groep Theater Terzijde maakte ze als regisseur fel en spraakmakend politiek theater, toen de term nog nauwelijks in zwang was. Voor de televisie leverde ze gedenkwaardige producties, zoals De zeven hoofdzonden van Brecht, waarin ze experimenteerde met de technische mogelijkheden van het medium.

Behalve haar theaterwerk, komt ook de vrouw Prins ruimschoots aan bod. En ondanks haar karakteristieke ironie - haar leven noemt ze 'wisselend bewolkt' - is ze ditmaal opvallend openhartig. Zonder terughoudendheid vertelt ze over haar therapieën en het grootbrengen van haar kinderen.

Ze eindigt met het moment dat haar letterlijk een licht opging. In haar zwarte jurk zat ze aan het strand en plotseling, als door een wonder, kreeg de wereld weer kleur. Uit de mond van een ander zou zo'n bekentenis klinken als een cliché, maar zij dwingt er respect mee af. Zelf is ze de eerste die om haar eigen woorden in de lach schiet.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden