Een vrouw met een hobby

W at zij naliet, weten we wel. Helene Kröller-Müller (1869-1939) liet Nederland een weergaloze kunstverzameling na, de belangwekkendste particuliere collectie in ons land. Ruim elfduizend kunstwerken, waaronder de grootse verzameling werken van Vincent van Gogh op die van de familie Van Gogh na. Ze bezat veel Nederlands werk van rond 1900 en uit het interbellum: van Jan en Charley Toorop, Thorn Prikker, Breitner, Isaac Israëls, Floris Verster, John Rädecker, Bart van der Leck en Mondriaan.


Maar ze kocht ook schitterende buitenlandse kunst: Odilon Redon, Henri Fantin-Latour, Renoir, Picasso, Braque, Léger, Millet, Seurat en Cézanne. Omdat ze met haar verzameling een verhaal wilde vertellen, over kunst waarbij het niet om de afbeelding te doen was maar om de 'ziel', de idee, nam ze ook ouder werk op in haar verzameling, van bijvoorbeeld Lucas Cranach de Oude en Hans Baldung Grien. Al dat prachtigs is te zien in de zalen en de beeldentuin van het Rijksmuseum Kröller-Müller op de Veluwe.


Maar wie was deze vrouw? Daarover was weinig bekend, behalve dat de uit Duitsland afkomstige Helene de echtgenote was van de machtige ondernemer Anton Müller, die aan het hoofd stond van Wm H. Müller & Co, een transport- en mijnbouwbedrijf dat ongekende winst maakte en over de hele wereld bedrijven opkocht.


Jarenlang was er te weinig materiaal voor een biografie, op een hagiografisch boekje van Helenes 'huisvriend' Sam van Deventer na. Ze schreef deze twintig jaar jongere vriend, die straalverliefd op haar was, hartstochtelijke brieven. Hij was haar betere zoon - haar eigen vier kinderen achtte ze mislukt - en zijn officiële status was die van platonische geliefde. Of hij echt niet haar minnaar was, daarover geeft de nalatenschap geen uitsluitsel. Van Deventer kreeg een vooraanstaande functie in het bedrijf en werd erfgenaam van het concern en de Stichting Kröller-Müller. Toen in 2005 de erven van Van Deventer een enorme kist met 3.400 brieven, Helenes dagboeken en vele foto's aan het museum schonk, kon biografe Eva Rovers aan de slag. Ze schreef een wetenschappelijke biografie, waarop ze promoveerde.


Op de foto's en schilderijen van Helene in dit boek zien we een vrouw, met een mooi, maar streng en weinig tot lachen geneigd gezicht. Een zekere verbetenheid, humorloosheid en onverzoenlijkheid, al kan dat ook 'projectie' zijn van de lezer van Rovers' biografie. Geen vrouw om in je armen te sluiten, geen lieve moeder, geen steun en toeverlaat voor worstelende kunstenaars. Rovers vat haar houding tegenover de kunstenaars en architecten die voor haar werkten - onder wie grootheden als Bart van der Leck, Berlage, Mies van der Rohe en Henry van de Velde - doeltreffend samen met de woorden 'wie betaalt, bepaalt'. En ook: Befehl ist Befehl.


Het was de paradox in haar karakter: ze bewonderde oorspronkelijke geesten en dweepte met hen. Maar als ze eenmaal een opdracht hadden, moesten de kunstenaars háár ideeën verwezenlijken. Tegen de tijd dat het schitterende door Berlage ontworpen Sint Hubertus Jachthuis, op de door het echtpaar gekochte grond op de Veluwe, was voltooid, was de relatie tussen de grote bouwmeester en zijn opdrachtgeefster flink bekoeld.


Ze was een vrouw met een hobby. Helene, het slimme en ambitieuze meisje dat van haar ouders niet mocht doorstuderen, afkomstig uit een welgesteld maar cultuurarm milieu, kreeg pas rond haar 36ste belangstelling voor kunst, toen ze, zoals veel rijke echtgenotes, om haar verveling te verdrijven cursussen kunstbeschouwing volgde bij H.P. Bremmer, die ze kort daarna als adviseur aanstelde. Helenes collectie, schrijft Rovers, weerspiegelt grotendeels Bremmers smaak, al schoffeerde ze haar adviseur meermalen door zonder zijn medeweten te shoppen op veilingen, of door haar oren te laten hangen naar andere adviseurs. Ook hij was uiteindelijk haar loonslaaf.


De miljoenen bleven binnenstromen bij Wm H. Müller & Co, vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er waren maanden waarin Helene schilderijen kocht zoals een ander brood. In 1920 kocht ze, naast heel veel ander werk, 26 schilderijen en zes tekeningen van Van Gogh. Daarvoor legde ze 110 duizend gulden neer; een schijntje omdat dit werk snel in waarde zou stijgen, maar in die tijd toch nog altijd 110 behoorlijke jaarinkomens.


Ze was een vrouw met een droom. Ze wilde 'de gemeenschap' een cultuurschat nalaten, opdat generaties bezoekers, ook minder welgestelden en scholieren, konden genieten van bezielde schoonheid. De Nederlandse gemeenschap, niet haar vaderland. Maar in de crisisjaren slonk het miljoenenvermogen van de Kröllers snel. Het visioen van een groots museum op de Veluwe, een kathedraal voor de kunst, leek niet meer te realiseren. Ze verkochten hun grond en de collectie aan de staat, voor acht ton - geen slechte ruil voor de staat.


Eind jaren dertig toonde Helene zich bepaald geen goede Nederlander. Ze zag wel wat in de ideeën van Hitler - volgens Rovers omdat haar verdriet over de aftakeling van Duitsland groot was. Misschien was deze Hitler de redder van haar vaderland. Haar zoons Toon en Wim werden lid van de NSB, en ook Van Deventer stond positief tegenover het nazi-gedachtengoed.


Toon stierf onverwachts in 1938; op het educatieve landgoed, in 'gemeenschapsgrond', ligt zijn grafsteen, met daarin een wolfsangel gegraveerd. In dat jaar ontstond er een levendige uitwisseling met de oosterburen. Twintig nazivrouwen van het Münchener Rode Kruis bezochten Sint Hubertus; Helene leidde hen langs kunstwerken die door hun beminde leider als 'entartet' werden beschouwd. Zelf werd Helene uitgenodigd in het Haus der Deutschen Kunst, waar uitsluitend werk van 'arische' kunstenaars hing.


Eva Rovers schrijft het allemaal rustig op, in een weinig spectaculaire stijl, keurig verwijzend naar haar bronnen. De stelling dat Helene zich stortte op het verzamelen omdat ze teleurgesteld was in haar kinderen, hamert ze er nadrukkelijk in. Toch schreef Rovers een meeslepend levensverhaal, alleen al door de verbluffende inhoud en het onsympathieke, maar intrigerende karakter van haar hoofdpersoon. Die kon nog net meemaken dat haar museum, een vrij goedkoop 'overgangsmuseum', in 1938 werd geopend.


Anderhalf jaar later stierf ze. Haar collectie zou de oorlog overleven, maar het gedroomde huis voor haar bezit, een oogverblindende moderne kathedraal, werd nooit gebouwd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden