Een vrolijke dissonant

VRIJWEL alle klassieke politieke theorieën zijn aan de schrijftafel of in de bibliotheek ontstaan, dat wil zeggen: uitgedacht op basis van idealen of ergernissen en uitgewerkt met behulp van historische literatuur....

Het is wonderlijk dat politicologie niet veeleer een gedragswetenschap is, als academische discipline ondergebracht bij de vakgroep ethologie of ingericht als een specialisatie van de biologie. Maar wie dat betoogt wordt algauw buiten de orde gesteld als reductionist of materialist. Zelfs aan de sociobiologie, het vak dat vanuit een biologisch oogpunt naar dierlijke samenlevingsvormen kijkt, zit een luchtje. Politiek theoretici kijken vooruit en formuleren normen, in het laboratorium zijn zij zelden te vinden.

Het moet met optimisme te maken hebben - en met geloof in de vooruitgang van de geschiedenis, de maakbaarheid van samenleving. Wij zijn betere mensen dan onze voorouders: we leren van onze fouten en daarin schuilt reeds een begin van vooruitgang. Politieke theorie is traditioneel een progressief vak en het wordt overwegend beoefend door lui met linkse idealen.

Alleen al daarom is het een verrukking het werk of een biografie van Niccolò Machiavelli te lezen, want hij is de vrolijke dissonant in dit blije koor. Het werk zelf of de levensbeschrijving, dat maakt niet veel verschil: ze zijn onontwarbaar met elkaar verweven en daaruit spreekt meteen zijn opvatting van politiek, politieke theorie, geschiedenis, verbeterbaarheid en vooruitgang. Hij was een empiricus van de zuiverste soort, wiens gedachten over de inrichting van de staat en de wijze waarop de samenleving het best bestuurd kan worden steevast teruggingen op wat hij beleefd had.

Wat hij gezien of gehoord had - en vervolgens had overdacht - mocht hij graag illustreren met historische voorbeelden, maar eerder alsof hij een botanicus was die varianten binnen de soort inventariseert dan als een filosoof die met behulp van die voorbeelden zijn theorie gezag probeert te verlenen. Het is in dat verband karakteristiek dat Plutarchus' Parallelle levens tot zijn favoriete boeken behoorde: Plutarchus had geprobeerd de overeenkomsten tussen de biografieën van beroemde Grieken en Romeinen te tonen, Machiavelli zocht en vond in de geschiedenis parallellen voor het politieke ondernemen dat hij in zijn ambtelijke en diplomatieke loopbaan ook had waargenomen.

In de biografie die de Amerikaans-Italiaanse politicoloog Maurizio Viroli van Machiavelli schreef, De glimlach van Niccolò, gaat het om die vergroeidheid van opvatting en ervaring in Machiavelli's leven, om de empirische wordingsgeschiedenis ervan. Daardoor is het boek strikt genomen geen biografie en al helemaal geen schrijversbiografie, maar een geschiedenis en een ideeëngeschiedenis ineen, verteld langs de lijnen van een mensenleven. Dat is tegelijkertijd keuze en noodzaak: alles wat Machiavelli geschreven heeft is verbonden met zijn praktische werk en over zijn werkzaamheden kan hij niet berichten zonder er prompt ook zijn door lectuur gevormde oordeel bij te geven.

En dus vloeien citaten uit zijn correspondentie met het stadsbestuur van Florence moeiteloos over in alinea's uit zijn beschouwelijke werk. Dat laatste heeft politiek-theoretische ambities, maar is altijd ingebed in commentaar op historische gebeurtenissen, of die nu zijn ontleend aan zijn eigen ervaringen of aan zijn lectuur van vooral klassieke geschiedschrijvers

Hij is een pragmaticus; zelfs zijn idee van een sociale ethiek komt niet voort uit een hoger ideaal, uit verheven noties van rechtvaardigheid, maar uit de aardse opvatting dat bestuurlijke fouten in niemands belang zijn. De mate waarin je iets van de geschiedenis kunt leren is vergelijkbaar met de mate waarin je bij het schaken kunt leren dat bepaalde zetten tot uitzichtloze stellingen of desastreuze chaos leiden. Zijn versie van het vooruitgangsgeloof richt zich op slimheid en raffinement, niet op het streven naar superieure samenlevingsvormen.

Viroli schreef zijn Machiavelli-biografie uit kennelijke sympathie, en het gevolg daarvan is een sympathiek en bij vlagen lucide boek. In die glimlach uit de titel kan gemakkelijk iets meewarigs gelezen worden, de superieure glimlach van iemand die omdat hij beter meent te weten afstand houdt, maar dat is niet Viroli's bedoeling. De glimlach is die van reële geamuseerdheid, van een levenshouding die eerder vitaal is dan illusieloos. Het gaat Viroli om die vitaliteit van Machiavelli.

Italië is, aan het eind van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw, de decennia van Machiavelli's arbeidzame leven, niet alleen de speeltuin van kunstenaars en geleerden, maar bovenal het toneel van kuiperij, arglist en strijd. Machiavelli heeft daar als vertegenwoordiger van het stadsbestuur van de arrogante, welvarende maar tegelijkertijd krachteloze en bestuurlijk dikwijls hopeloos in zichzelf verdeelde republiek Florence een goed deel vanaf de eerste rang van gezien. Soms heeft hij het stuk zelfs enigszins kunnen regisseren. De ruzies en irritaties tussen de stadjes van Toscane - Florence tegen Pisa, Florence tegen Volterra, Florence tegen Siena - ontstijgen zelden het niveau van burenruzies, van rivaliteit tussen kleine gemeenschappen, en daaraan ontleent Machiavelli zijn optiek: besturen is mensenwerk en daarom is het denken erover ook tamelijk elementair. Hij stelt zich op als een gedragswetenschapper die een kostelijke laboratoriumpopulatie ter beschikking gesteld heeft gekregen.

En hij doet zijn werk overwegend met een goed humeur, zelfs als hij erdoor in de gevangenis belandt. Zijn brieven, hoe gewichtig de aanleiding om ze te schrijven ook mag zijn, doen aan columns denken. Persoonlijke ontboezemingen en analyses wisselen elkaar af, officiële berichten en verslagen staan op dezelfde bladzijde als individuele terzijdes. Die aanpak is aanstekelijk en dat is aan Viroli's boek goed te merken. Net als zijn onderwerp waagt hij het te speculeren en te psychologiseren, en zoals Machiavelli er vooral op lette hoe zijn opdrachtgevers of onderhandelingspartijen iets zeiden en op grond daarvan beoordeelde wat zij zeiden, verplaatst Viroli zich met een voor academische begrippen grote schaamteloosheid in zijn onderwerp.

Dat is even leuk als leerzaam. En het werpt een onthutsend licht op een hele reeks uitgangspunten en begrippen van de gangbare politicologische bespiegelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.